Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `inderen`

  1. Bakkerskinderen eten oud brood. (=Aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  2. de dood kent geen lieve kinderen (=ieder moet sterven)
  3. eerst oompje en dan oompjes kinderen (=eerst ik, daarna de anderen)
  4. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  5. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  6. kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
  7. kinderen zijn een zegen des heren maar zij houden de noppen van de kleren (=kinderen opvoeden kost veel geld)
  8. uit de kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvoeden)
  9. zijn kinderen in het wild laten opgroeien (=zijn kinderen geen (of een slechte) opvoeding geven)

31 betekenissen bevatten `inderen`

  1. Aan de veren kent men de vogel (=1: Aan iemands uiterlijk (verzorging / kleding) kan men zijn karakter afleiden. 2: Kinderen lijken vaak op hun ouders)
  2. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  3. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  4. Geef het veulen geen haver en het kind geen brandewijn. (=Behandel kinderen niet als grote mensen)
  5. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  6. De kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  7. de jongste schepen wijst het vonnis (=de kinderen willen het het best weten)
  8. Zodra het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=Een ramp komt voort uit roekeloosheid / Als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
  9. uit de kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvoeden)
  10. zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen)
  11. in de krop steken (=hinderen , onverwerkt zijn)
  12. iemand in het naadgaren komen (=iemand erg hinderen)
  13. iemand in de ogen schijnen (=iemand hinderen)
  14. in iemands vaarwater zitten (=iemand hinderen of concurreren)
  15. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  16. iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
  17. iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iemand op geen enkele manier ergens mee hinderen of tegenhouden)
  18. iemand de pas afsnijden (=iemand verhinderen een bepaalde actie uit te voeren)
  19. ergens een stokje voor steken (=iets verhinderen)
  20. de voet dwars zetten (=iets verhinderen of bemoeilijken)
  21. geen strobreed in de weg leggen (=in geen enkel opzicht hinderen)
  22. men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
  23. Kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitkijken met wat je zegt als er kinderen bij zijn)
  24. zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)
  25. jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
  26. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders )
  27. kinderen zijn een zegen des heren maar zij houden de noppen van de kleren (=kinderen opvoeden kost veel geld)
  28. het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
  29. kleine potjes hebben ook oren (=ook kleine kinderen luisteren mee)
  30. zijn eigen vlees of bloed (=zijn eigen familie (kinderen))
  31. zijn kinderen in het wild laten opgroeien (=zijn kinderen geen (of een slechte) opvoeding geven)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen