Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in zitten`

  1. er dik in zitten (=de kans is groot dat het zo is)
  2. ergens muziek in zitten (=ergen veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)

Het dialectenwoordenboek kent 226 spreekwoorden met `in zitten`

  1. Veurns: gin zittend gat hebben (=niet kunnen stilziten)
  2. Munsterbilzen - Minsters: van lang ston konste wottel sjiete (=alleenstaande zoekt zittend beroep)
  3. Munsterbilzen - Minsters: daaj hèt geen zittende K. (=ze kan niet stilzitten)
  4. Urkers: un zittund gat kan un bult bedinken (=Een zittend gat kan een boel bedenken)
  5. Waregems: steld' oi rechte (=sta op (uit zittende houding))
  6. Sint-Niklaas: geprangd zitten (=vast zitten)
  7. Lebbeeks: gat: Gieë zittend gat emmen (=Bedrijvig zijn, altijd bezig zijn)
  8. Zurriks: Zwetsen en in oow boks schiete kunde zittende (=Als het erop aankomt is hij niet thuis)
  9. Munsterbilzen - Minsters: ze hèt geen zittende K. (=zij is ongeduldig)
  10. Betuws: An beiese kante dernève (=Ernaast zitten)
  11. Brugs: in de stroent of in 'tschiet zitten (=in moelijkheden zitten)
  12. Graauws: een vliegende kroai e méér as un zittende (=weer wat gekregen hebben)
  13. Sint-Niklaas: gee zittend gat ein (=niet lang op zelfde plaats of stil kunnen zitten)
  14. Moes: hij ee giën zittend gat (=een ongeduldig persoon)
  15. Beerses: gen zittend gat hemme (=rusteloos zijn)
  16. Gents: z'hee gien zittend gat (=zij is zeer onrustig)
  17. Sint-Laureins: ne zit scherlewiep (=dwars zitten)
  18. Brakels: zèt ou'n vijve (=ga even zitten)
  19. Middelnederlands: sit neder, troost (=ga zitten, liefje)
  20. Antwerps: a heeft et oan zaeine rekker (=hij heeft het zitten)
  21. Wetters: ij eeteraf (=hij heeft het zitten)
  22. Hams: Kemmet oan mijne schreper (=Ik heb het zitten)
  23. Hulsters (NL): mee de vroege stâân (=in de ochtendploeg zitten)
  24. West-Vlaams: skit in'n dyk (=laat maar zitten)
  25. Zeeuws: ke dr niie fee vedusie in (=niet zien zitten)
  26. Mestreechs: in dunne piepzak zitte (=niet goed er voor zitten)
  27. Gronings: onner t mous stoppen (=op de kop zitten)
  28. Fries: It spiepke tûtje (=Op de kop zitten)
  29. Brugs: in de stroent ziten (=in de miserie zitten)
  30. Lebbeeks: pallotte: In de pallotte zitt'n (=In de problemen zitten)
  31. Steins: 'n vleegende krauw vunk mië dan ein zittende (=iemand die op veel plaatsen komt, krijgt meestal ook vanalles)
  32. Zeeuws: tsa ter nie net zitten (=niet goed zitten)
  33. Brugs: in de petatten zitten (=in de miserie zitten)
  34. Diesters: in de staminee zitten (=in de stamkroeg zitten)
  35. Gents: op ne wier zitten (=in moeilijkheden zitten)
  36. Giethoorns: Op 't kantoor zitten (=Op de wc zitten)
  37. Amsterdams: In de merode zitten (=Armoede lijden)
  38. Zeeuws: op jn okkn zitten (=hurken)
  39. Bilzers: de hoes gene grond te hübbe vür ne boer te zin (=Landbouwers zitten in de stal, maar boeren zitten overal)
  40. Lebbeeks: iksken: Op a ikske' zitt'n (=Gehurkt zitten)
  41. Munsterbilzen - Minsters: iemes op zene kop zitte (=achter iemands veren zitten)
  42. Munsterbilzen - Minsters: iemes op zen lêp hëbbe (=opgezadeld zitten met iemand)
  43. Tielts: in den ut zit'n (=in de hut zitten (zich slecht voelen))
  44. Sint-Laureins: scherlewiep op zijn peird zittn (=dwars op een paard zitten)
  45. Arnhems: Kettùtter weaohrl opzitte jung (=Ik heb het erweer op zitten...)
  46. Twents: stuk mien niks (=Ik kan er niet mee zitten)
  47. Munsterbilzen - Minsters: get op zen knieëk hûbbe (=met iets verveeld zitten)
  48. Genneps: Nog gèn 'vèèr van de lippe kunne blaoze (=lichamelijk kapot zitten)
  49. Rotterdams: geen cent te makken (=Niets te verteren, zonder gelde zitten)
  50. Sallands: a-j knienen hebt, he-j ok köttels (=Overal zitten consequenties aan)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen