Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in r`

  1. hij is in rome geweest, maar heeft de Paus gemist (=hij heeft het belangrijkste laten schieten)
  2. in rep en roer (=in grote opschudding)
  3. in rook opgaan (=in het niets verdwijnen)

3 betekenissen bevatten `in r`

  1. aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven)
  2. als een furie tekeergaan (=in razende woede tekeergaan)
  3. onder de vijgenboom rusten (=in rust en welstand leven)

Het dialectenwoordenboek kent 205 spreekwoorden met `in r`

  1. Lebbeeks: R.I.P.: recht In 't Pitteken (putje) (=R.I.P. de verklaring in de volksmond:)
  2. Westerkwartiers: hij slagt goeie road ien 'e wiend (=hij luistert niet naar raadgevers)
  3. Fries: R.Bokma (=een leeg casco)
  4. Lebbeeks: raa: In de raa zijn (van a kat) (=Vuile nagels hebben)
  5. Westerkwartiers: dat het moar ziedelings met mekoar te moak'n (=dat heeft maar weinig raakvlakken)
  6. Dilbeeks: das e raal wout (=dat is een eigenaardig woord)
  7. Genneps: Uut ra.nd én ba.nd zien (=Uitzinnig van plezier en opwinding)
  8. Munsterbilzen - Minsters: ze nie alle vaajf oppen raaj hëbbe (=gek zijn)
  9. Hulsters (NL): ghe meugt ur tweej keijr naor raaijen (=dit is toch wel overduidelijk)
  10. Westerkwartiers: hij viel van zien stokje (=hij raakte bewusteloos)
  11. Munsterbilzen - Minsters: dae hètse nie alle vaaif (allemaol oppen raaj) (=hij is knettergek)
  12. Munsterbilzen - Minsters: daaj hèt ze nimmei allemoeël oppen raaj (=zij is gek)
  13. Bilzers: BEKANS raajt dékker mét, mér hét nog nauts gewonne (=Bijna gewonnen is niet gewonnen)
  14. Bilzers: dae raajt mèt zen dieëre oeëpe (=die heeft nogal flaporen)
  15. Munsterbilzen - Minsters: de raajds vi (=scheiden is lijden maar ook verblijden)
  16. Westels: draa raa aare (=drie rauwe eieren)
  17. Geels: in de raa zijn (=vuile nagels hebben)
  18. Bilzers: raaj naut heller dan zene ingelbewaorder kan vliege (=bezint eer je begint)
  19. Urkers: je verdagen an de ráánd... (=je raakt nog radeloos/gek)
  20. Oudenbosch: dan kunde nie schiete denk (=elk schot was raak)
  21. Zeeuws: ei t oeait zo zout eheten (=raak)
  22. Bilzers: dae kan raajmen en dichte zonder zen aaterste op te lichte (=dat is een flutjesdichter (rijmelaar))
  23. Bredaas: Diejen esjoevie raai vuste schaojlek (=Die SUV rijdt niet zuinig)
  24. Munsterbilzen - Minsters: op iemed zen vasse lope/raaje (=te dichtbij lopen/rijden)
  25. Weerts: De tón es nog good, mer de raajer douge neet mieër (=Hij is slecht ter been)
  26. Slands: k dog dakkie rog (=ik dacht dat ik je raakte)
  27. Sint-Niklaas: da schulde geen oar (=dat was bijna raak)
  28. Westerkwartiers: niet elk schot is 'n eendvogel (=niet iedere poging is raak)
  29. Duffels: das van tèt te raa (=dat is van te hard te rijden)
  30. Aalsters: droi ra oiren in e penneken gekloesjt (=3 rauwe eieren in een panneken geklutst)
  31. Munsterbilzen - Minsters: ze raaje mekan vër niks (=de wielrenners komen niet meer rond met hun loon)
  32. Drents: Die maak ie de pis niet lauw (=Die raakt niet zo gauw van slag)
  33. Westerkwartiers: doar wor je kregel van (=daar raak je van in de war)
  34. Munsterbilzen - Minsters: op nen aaë vilo moeste leire raaje (=het koppel heeft een groot leeftijdsverschil)
  35. Munsterbilzen - Minsters: op nen aae viloo moeste leire raaje (=zijn vriendin is wel veel ouder dan hij)
  36. Munsterbilzen - Minsters: ze sjieëp ès ont zinke (=de reder raakt aan lager wal)
  37. Munsterbilzen - Minsters: kommendant vant sjijthaus (=je kan we bevélen maar dat raakt me niet)
  38. Tilburgs: goeje raot waar dûur (=goede raad was duur)
  39. Millers: goejë rwojd ès duur (=goede raad is duur)
  40. Baasrode: droue raa ouern in e penneke geklutst (=drie rouwe eitjes in een pannetje geroerd)
  41. Munsterbilzen - Minsters: on de mier oplope (=geen raad meer waten)
  42. Westerkwartiers: komt tied komt road (=komt tijd komt raad)
  43. Munsterbilzen - Minsters: goeje roeëd èende wènd slon (=goede raad is weggegooid)
  44. Aalsters: Droi raa aaieren in e pènneke gekloesjt . (=Drie rauwe eitjes in een pannetje geklutst .)
  45. Opglabbeeks: geine muuw aan te passe (=geen raad weten)
  46. Boksmeers: Da roam stut los (=Dat raam staat open)
  47. Bilzers: dae stond aateraon én de raaj waaj ze hiëses voertgoefde (=hij stond zeker in de laatste rij toen ze verstand uitdeelden)
  48. Lebbeeks: boevop: Boef op! (boevop) (=Raak, precies erop! (zowel letterlijk als figuurlijk))
  49. Munsterbilzen - Minsters: dae stond ziëker aateraon èn de raaj waaj ze hiëses autdeelde (=hij was bij de laatsten bij het uidelen van hersens)
  50. Heels: van waat hout piele make (=geen raad meer weten)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen