Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in mijn`

  1. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beetje)
  2. precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)

Het dialectenwoordenboek kent 425 spreekwoorden met `in mijn`

  1. Diems: Nee, gi-j! (=Deze opmerking heeft, mijns inziens, meer betrekking op uzelf.)
  2. Zeels: uit mijne gerlap (=uit mijne weg)
  3. Steins: sjafte / bottere (mijnwerkersjargon) (=stempel)
  4. Waregems: mee mijn'n niejoar goan (=op nieuwjaarsbezoek gaan (enkv))
  5. Merenaars: gotj uit mijne skietlap (=ga uit mijn weg)
  6. Bilzers: haat zen eege vür de gek, kloetemezjaur (=mij vang je daar niet mee, mijnheerke)
  7. Waregems: 'k é der mijn'n des/deun in (=ik heb binnenpretjes - leedvermaak)
  8. Sint-Niklaas: de mijnen (=die van mij)
  9. Hedels: Dè's de mijnes (=Die is van mij)
  10. Waregems: mijn'n eezle kan da nie trekk'n (=dat is te veel gevraagd)
  11. Gents: k goa noar mijn treeze, kruip in mijne nest (=ik ga naar mijn bed)
  12. Lovendegems: 'k ben nuh mijnen droad kwijt (=het verband niet meer zien)
  13. Erps: ik kruip in mijnen nest (=ik ga naar m'n bed)
  14. Deinzes: dedie zuu uuk nog nen kier op mijn'n uil meug'n dansen (=dat vind ik een aantrekkelijke vrouw)
  15. Vejels: Da ligt op mijnen teen (=Het ligt in de weg)
  16. Wetters: de komplementen van mijnen eetzak (=een grote boer laten)
  17. Diesters: doa wil ik ook eens met mijne stek in keuteren (=daar wil ik met mijn stok in peuteren)
  18. Hams: Uit mijne gerlap ! (=Uit mijn weg !)
  19. Zeels: ge kum mijne zak obblåezen (=iemand verwensen)
  20. Zeels: mijne zak afklopp'm (=stoppen met iets te doen)
  21. Oudenbosch: ge kun mijne zak opblaoze (=loop naar de hel)
  22. Zottegems: ij/ze zit in mijn'n neuze (=hij/zij heeft het bij ij verkorven)
  23. Aspers: da kan mijnen bruinen nie trekken (=dat kan ik niet betalen)
  24. Aspers: der zit iets in mijnen neuze (=er zit me iets dwars)
  25. Sint-Katelijne-Waver: Dat kan mijnen bruine niet trekken (=Dat kan ik niet betalen)
  26. Sallands: ist oente of miente (=is 't de jouwe of de mijne)
  27. Merenaars: a tege mijne gillée trekken (=iemand omarmen)
  28. Sint-Niklaas: amai mijne frak (=niet te geloven)
  29. Gents: oa mijn tante kluuten, t' was mijne nonkel (=had mijn tante testikkels, dan was het mijn nonkel)
  30. Gents: t wirkt op mijne tien (=het werkt op mijn zenuwen)
  31. Zottegems: de schunste biste van mijnen stal (=het beste aanbod)
  32. Moes: uit mijnen gerlap (=uit de weg)
  33. Oudenbosch: ut zal mijne tijd wel dure (=ik geloof het wel)
  34. Bosch: gij makt mijne pis nie lauw (=je maakt me niet bang)
  35. Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur)
  36. Gents: kus mijn uure, luup noar de fuure, ge keun mijne zak opbloaze: 't soepapken hangt er an (=bekijk het maar, doe het zelf)
  37. Waregems: peide gij da 't geld ip mijne rugge groeigt (=denk je dat ik geld in overvloed heb)
  38. Gents: kloate kik nie mee mein kluute rammele,/spele, kloate kik nie op mijne kop schaate (=ik laat me niet beduvelen)
  39. Lokers: oe langer dak getrout zijn, hoe liever dak mijne ond zie (=iemand die al een tijdje gehuwd is)
  40. Zottegems: ei eet de schunste bieste van mijnen stal (=het beste gekozen)
  41. Gents: tes noar mijnen tand / da des maanen tik (=ik lust het graag)
  42. Wetters: uit mijne schietlap!! (=je staat in de weg)
  43. Zeels: got uit mijne gerlap (=ga eens opzij)
  44. Lokers: As, as. As mijn tante klueten g'ad ad tèn waust mijne nonkel (=Als, als. Als mijn tante kloten had gehad dan was zij mijn oom)
  45. Zeeuws: di mo k er of plumen van en (=daar moet ik het mijne van weten)
  46. Lokers: Ge keud ier allemoal mijne zak opbloazen (=Jullie kunnen mijn zak opblazen (ik doe niet meer mee))
  47. Erps: khem ziër o mijne kop (='k heb hoofdpijn)
  48. Geels: ik goan sloape, ik kroawep in mijne nest (=ik ga slapen)
  49. Hams: Kemmet oan mijne schreper (=Ik heb het zitten)
  50. Antwerps: amaai mijne frak (=niet te geloven)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen