Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Het dialectenwoordenboek kent 3677 spreekwoorden met `in het on`

  1. Gronings: de pokkel hemmeln (=het lichaam wassen)
  2. Kortrijks: de luch dwoa doen (=het licht uit doen)
  3. Gents: ten trekt op nieks (=het lijkt nergens op)
  4. Antwerps: 't Is kakkamiemieshit ! (=Het loopt niet los)
  5. Susters: ut is sjietegaal (=het maakt niets uit)
  6. Asses: zènne pere zien (=het moeilijk hebben)
  7. Munsterbilzen - Minsters: te pas zin (=het moeilijk hebben)
  8. Antwerps: den oemgedroïde fritzak (=het nieuwe gerechtshof)
  9. Moes: van zijne post zijn (=het noorden verliezen)
  10. Bilzers: êrrem zin krijge (=het op zijn heupen krijgen)
  11. Bilzers: tboeltsje ter bij niër goeje (=het opgeven)
  12. Gents: tes nie de momeint (=het past niet (tijd))
  13. Mays: tregunt detzekt (=het regend hard)
  14. Terschuurs: Daor regent 't weer heên (=Het regent alweer)
  15. Westerkwartiers: mien tuutpott'n nog es an toe (=het verbaast mij zeer)
  16. Tilburgs: dè löstert naaw (=het vergt nauwkeurigheid)
  17. Antwerps: da goat hier veroit lak boene knoepe (=het vordert niet)
  18. Texels: Hut waait dat't rôôkt. (=Het waait hard)
  19. Diesters: tes tette wind (=het waait te fel)
  20. Roois (Sint-Oedenrode): Twaor alles bras.. (=Het was allemaal ouwe troep..)
  21. Kortrijks: twa mo zuste vwao (=het was maar juist om)
  22. Eizels (Herzeels): twas te peizen (=het was te denken)
  23. Westerkwartiers: 't liep de spuigoat'n uut (=het was veel te erg)
  24. Lichtervelds: tweegt mièèr dan me drienkgeld (=het weegt zwaar)
  25. Langemarks: Z'n schuppe ofkuuschgen (=Het werk beeindigen:)
  26. Hulsters (NL): Tis aont afghaon (=Het wordt eb)
  27. Zottegems: tes 'n scheete in 'n flesse (=het wordt niets)
  28. Bilzers: tgeet van kaud noë erger (=het wordt steeds erger)
  29. Iepers: t'is briekaljouw (=het zal rap kapot zijn)
  30. Zottegems: tza wè zijn (=het zal wel zijn)
  31. kortemarks: komt zièère (=het zal wel zijn)
  32. Sint-Niklaas: ei deent mittunnenen (=hij deed het onmiddellijk)
  33. Harelbeeks: J'ès mee (=Hij heeft het gesnapt)
  34. Lichtervelds: jee gescheetn (=hij heeft het verknald)
  35. Wetters: ij evet omziejp golpen (=hij heeft het verpest)
  36. Harelbeeks: J'eet eut zyn'n deumme gezoog'n (=Hij heeft het verzonnen)
  37. Lichtervelds: jeet spek an zn bièèn (=hij heeft het zitten)
  38. Ninoofs: a eet'n't o zanne rekker (=hij heeft het zitten)
  39. Merenaars: a eent o zenne rekker (=hij heeft het zitten)
  40. Bilzers: hae héttet on zene slinger (buijel) (=hij heeft het zitten !)
  41. Roeselaars: Jis ze were ant drukken (=Hij is aan het liegen)
  42. Moes: ei es in de was (=hij is aan het opgroeien)
  43. Waregems: kenijn'n vloan (=konijnen het vel afstropen)
  44. Aalters: Dat ulder welbestreube (=Laat het jullie smaken)
  45. Zeeuws: oe laete is't (=hoe laat is het?)
  46. Geels: waduur ist? (=hoe laat is het?)
  47. Zwevegems: Oe èje(t (h)estèll (=Hoe was het)
  48. Erps: oe letter dat uk es (=hoe weing het ook is)
  49. Giessendams: Hoekedoemoe (=Hoe doen we het ....)
  50. werviks: owê da-dier (=hoe gaat het hier?)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen