Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Het dialectenwoordenboek kent 3677 spreekwoorden met `in het on`

  1. Riemsts: liînkse shroefdroad hemme (=op hetzelfde geslacht vallen)
  2. Huissens: Krék ien de mieter (=Alles is precies hetzelfde)
  3. Munsterbilzen - Minsters: vansglijks vansgelijke (=ik wens je hetzelfde)
  4. Nijkerkerveens: Bie ons thuus hete ze allemoal Jan, Behalleve Frits, Die hete Henderik (=Bij ons thuis heetten ze allemaal Jan, Behalve Frits, Die heette Henderik)
  5. Liempds: tennenan ist krek inter (=daar achter is het precies hetzelfde)
  6. Oudenbosch: da kom opt zelfde straotje nuit (=dat komt op hetzelfde neer)
  7. Sint-Katelijne-Waver: Toet mem sjoos (=Dat blijft allemaal hetzelfde)
  8. Lembeeks: Mè mieter ei geziet dat den iete liepel in de kietel liet. (=Mijn meter heeft gezegd dat de hete lepel in de ketel ligt.)
  9. Gents: de noagel op de kop sloan (=iemand die hetzelfde denkt / zegt)
  10. Munsterbilzen - Minsters: ich höchem op ze nès gevange en doëmèt kraajgter zelfs menen hond nimei te zien (=ik heb hem op heterdaad betrapt en nu is hij niet meer mijn beste vriend)
  11. Munsterbilzen - Minsters: dae sprik engels mètnen heten iërappel ènzene mond (=dat is geen correct engels, maar wel wat smoeltrekkerij)
  12. Oudenbosch: das saus naor ut kommeke (=dat komt op hetzelfde neer)
  13. nuths: schlum en schlauw zind angesch. (=Slim en sluw zijn niet hetzelfde.)
  14. Westerkwartiers: mörg'n- en oamdgedacht'n benn'n niet altied geliek (=iemand denkt niet altijd hetzelfde over iets)
  15. Tilburgs: ``swirskaante inder, is moejlek ùt mekaare te haawe`` (=aan beide zijden hetzelfde is moeilijk uit elkaar te houden)
  16. Sint-Niklaas: das zo breed ast lank is (=dat is hetzelfde, daar is geen verschil tussen)
  17. Mols: het zieëvert (=het motregent)
  18. Iepers: 'trint da'tzikt (=het regent dat het giet)
  19. Sint-Niklaas: de vriezeman is dor (=het is aan het vriezen)
  20. Gents: wem hier prijs (=het is gelukt)
  21. Sint-Laureins: der is ijsgang (=het is glad)
  22. Diesters: tes gletteg (=het is glad)
  23. Liwwadders: ut is róétkoud (=het is ijskoud)
  24. kortemarks: tis nie an dachterdeure (=het is ver)
  25. Opglabbeeks: tis oem (=het is voorbij)
  26. Brugs: ti wô wi (=het is waar)
  27. Neerpelts: dès noch zun (=het is zonde)
  28. Sint-Niklaas: 't gekrak (=het krakken)
  29. Harelbeeks: ' T (=Het was een fiasco)
  30. Eizels (Herzeels): Oe est (=Hoe is het)
  31. Nieuw lekkerlands: 't vuurt (=het bliksemt)
  32. Schulens: Riepesnèje (=Het hazepad kiezen.)
  33. Antwerps: 't Is in de sacoche ! (=Het is in orde)
  34. Herentals: tis kaat (=het is koud)
  35. Aarschots: 't Is noppes (=Het is niets)
  36. Waanroods: in de millét (=in het midden)
  37. Waregems: te mirlen (=in het midden)
  38. brabants: of nie dan ? (=is het niet ?)
  39. Arnhems: Keij'et drin kriege (=Smaakt het)
  40. Bloals: tis krek zo (=zo is het)
  41. Helenaveens: Ja net! (=Zo is het!)
  42. Bilzers: bekiek het dich mèr ; beziech het dich mèr (=bekijk het maar)
  43. turnhouts: das teen en taander (=dat is het een en het ander)
  44. Westerkwartiers: dit is't verhoal ien 'e neudedop (=dit is het verhaal in het kort)
  45. Westerkwartiers: 't is drok op 'e riep (=het is druk op het trottoir)
  46. Berchems: tes azu dat moe (=het is zo dat het moet zijn)
  47. Iepers: t rint oude wuvn (=het regent dat het giet)
  48. Bergs: Eddut of kreddut? (=Heb je het of krijg je het?)
  49. Sint-Niklaas: zalt goan? gont? (=gaat het lukken? lukt het?)
  50. Brakels (gld): Ut Hièruhuis of ut Huis Broakel (=Het Herenhuis of het Huis Brakel)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen