Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in het huis`

  1. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  2. in het huisje wegen (=uiterst nauwkeurig het gevraagde gewicht geven)

Het dialectenwoordenboek kent 22 spreekwoorden met `in het huis`

  1. Mechels (BE): Tis greun aat (=Ruzie in het huishouden)
  2. Antwerps: 't is gruen hout (=ze hebben ruzie in het huishouden)
  3. turnhouts: D'r zit een haar in de boter (=ruzie in het huishouden)
  4. Poperings: é ni de deure ut (=Hij is het huis uit)
  5. Brakels (gld): Ut Hièruhuis of ut Huis Broakel (=Het Herenhuis of het Huis Brakel)
  6. Oudenbosch: ut uis is onder de kap (=het huis is klaar t/m het dak)
  7. Evergems: De kadde zit in dorloge. (=De kat zit in de horloge. Er is ruzie in het huishouden.)
  8. Westerkwartiers: de weerde van 't huus is steeg'n (=de waarde van het huis is gestegen)
  9. Oudenbosch: ij gieng vierbeens de deur uit (=hij liep kwaad het huis uit)
  10. Waregems: ie jest'r van ondre (gemoisd) (=stiekem het huis (de zaak, de vergadering) verlaten)
  11. Rotterdams: een goede voorgevel siert het huis (=mooie borsten)
  12. West-vlaams: T'is nee rute ut 't us en at rint rint terin (=Er is een ruit uit het huis en als het regent, regent het binnen)
  13. Sallands: 't Huus is van mi-j, mar 't wief hef de slöttel. (=Het huis is van mij, maar mijn vrouw heeft de sleutel.)
  14. Zwevegems: Tes een reut-eut-teus-en-aet-rehent, trehent trin (=Er is een ruit uit het huis en als het regent, regent het binnen)
  15. West-Vlaams: tis e rut ut tus en ot rint trint drin (=er is een ruit uit het huis en als het regent, regent het erin)
  16. Liemers: Bi-j ollie in huus is alles vet behalve de aetespot. (=Bij jullie is het huis niet schoon en het eten schraal.)
  17. Liemers: De wind huul haeveg um de keet haen gi-j zol d'rvan eiges gaon weg waei-je (=Hard waaien om het huis)
  18. Waregems: tes spel in de menoizje, 't zit 'n oar in de bootre/beutre(in Nieuwenhove), de katte zit in d'arloeizje (=er heerst ruzie binnen het huishouden)
  19. Sint-Niklaas: as gê van den duvel sprikt ziede zènne stjeirt (=iemand die het huis binnenkomt als men over hem aan het praten is)
  20. Westfries: Ze gane de woid uit (=Ze gaan eropuit ( ook gezegd van kinderen die het huis uitgaan ))
  21. Zwevegems: 't é'n reut'eut 't eus en ae 't rehent, 't rehent bin'n (=Er is een ruit uit het huis en als 't regent regent het daar binnen)
  22. Zwevegems: zwevegem is ontstaan met de heer Swaba ergens bij onze oude belgen.... daarbij kwam het huis en gebied van Swaba genaamd: Swabagheim en het latere Sweveghem en nu Zwevegem. (=(opmerking))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen