Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in een klein`

  1. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  2. het geluk ligt in een klein hoekje (=geluk komt onverwachts)

Eén betekenis bevat `in een klein`

  1. en petit comité (=in een klein genootschap, in het geheim)

Het dialectenwoordenboek kent 45 spreekwoorden met `in een klein`

  1. Langemarks: é schorte groot (=een klein stukje (grond))
  2. Kortemarks: tis ol kop en gat (=het is een klein ventje)
  3. Roermonds: de aerpele aafsjödde (=een kleine boodschap doen)
  4. Ransts: bakkes gekret (=een klein beetje lekkers)
  5. Budels: \ (=een klein gezet iemand)
  6. Ninoofs: kop en gat (=een kleine persoon)
  7. Sinttruins: das nog een snotsnaat (=een kleine persoon)
  8. Overmeers: 'n treutsen overschot (=een kleine rest)
  9. Wierings: een blinkvoer een stink (=een kleine opklaring voor een regenbui)
  10. Westerkwartiers: die vrouw het 'n hongerloondje (=die vrouw heeft een klein salaris)
  11. Arnhems: die's gemaak van kleinmènnekeszaad (=wat een kleine man/vrouw)
  12. Sint-Niklaas: 't is mor een vloûg (=het is maar een kleine regen)
  13. Oudenbosch: nee edde en jao kunde krijge (=er is altijd een kleine kans)
  14. kortemarks: da vintje ist gat teegn dêirde (=het is een klein ventje)
  15. Luyksgestels: 't is mèr 'nnen treej (=het is maar een klein stukje)
  16. Zeeuws: Ier è wah van mun/mien. (=Hier, een kleinigheidje van mij.)
  17. kortemarks: tis ne kap van mn ieln (=het is een kleine moeite)
  18. Sint-Niklaas: ieverangst noargoan (=ergens een klein bezoek afleggen, terloops binnenlopen)
  19. Sint-Niklaas: e piellukke gekapt eten (=een klein beetje gehakt eten)
  20. Bilzers: tés gebiërd ei dasset wiës (=een ongeluk zit in een klein hoekje)
  21. Tongers: hè és koot veur ën habbëkrats (=hij is kwaad voor een kleinigheid)
  22. Sint-Niklaas: ze vechten om een onnozulleid (=ze vechten om een kleinigheid)
  23. Sint-Niklaas: stoeferken, vloekurken, nogndudzjuuken (=een klein sierdoekje in het zakje, linksboven, van een herenvest)
  24. Sint-Niklaas: ne frangen alf (=een grote man en een kleine vrouw (= gestalte))
  25. Hulsters (NL): da's gin vette (=dat is maar een kleine opbrengst, winst etc.)
  26. Munsterbilzen - Minsters: tgelèk zittem èn e kleen hikske ( brikske) (=het geluk zit hem in een klein br..hoekje)
  27. Munsterbilzen - Minsters: daajhètter ooge nie èn hër maol zitte (=die loert nog niet een klein beetje)
  28. Gelaens (Geleens): 'n Kiendje póngele. (=Een klein kind op de armen dragen.)
  29. Zottegems: tes nen bum van ne vent moer ij es te kort afgezoagd (=een kleine man)
  30. Tilburgs: kèk us wè-n klèèn môoniekake (=kijk eens wat een klein harmonikaatje)
  31. Sittards: Ein moel wie ein sjuurpaort en ein hertje wie ein ert (=Een grote mond en een klein hartje)
  32. Sint-Niklaas: moederkeszalf (=een klein kind met speeksel van moeder inwrijven)
  33. Sint-Katelijne-Waver: Groêt bakkes en eu klaa hétteke (=Grote mond en een klein hartje)
  34. Sint-Niklaas: 't lacht en 't zie nie (=iemand die lacht om een kleinigheid)
  35. Steins: Get veur in einen haolen tentj (=een kleine hoeveelheid eten)
  36. Leids: uts wènnig mar ut kom uit un goed harret (=als je een klein presentje meeneemt)
  37. Antwerps: een ongeluk ligt oep een klaain pleutske (=een ongeluk zit in een klein hoekje)
  38. Kinrooi: Hieël veul gelök zitj in e klein breukske! (=Heel veel geluk zit in een klein broekje!)
  39. Soasels: op 'n heanig spil he'j ok wa wil (=in een klein huisje kan het ook goed wonen zijn)
  40. Weerts: det helleptj tieëge de muus zag de boor en hae stoeëk zien scheur in brând (=overdrijven om een klein probleem op te lossen)
  41. Lebbeeks: brouijzzel: Beter 'n brok as 'n brouijzzel (=Beter een groot stuk dan een klein / Beter veel dan weinig)
  42. Liemers: Een präötje over een dräödje in een klein sträötje waor lich uut zol komme wa'j nie kön zie:n maor wel kön vuu:le. (=Een praatje over een draadje in een klein straatje waar licht uit zou komen wat je niet kunt zien maar wel voelen.)
  43. Tilburgs: hij hò un pòtverdommeke laote staon èn sondags droeg ie un nondejuuke. (=hij had een klein sikje laten groeien en 's zondags droeg hij een vlinderdasje.)
  44. Drents: Een grote heidedobbe is ontstaon oet een klein wellegie (=Uit iets kleins kan iets groots voort komen)
  45. Holsbeeks: ik zal vee a es e woetteke pakke en in ne boeëm joge (=ik zal voor u eens een klein geitje (bokje) vangen en in een boom jagen. Een uitdrukking (bedankinkje) om iemand (vooral kinderen) af te schepen nadat ze een werkje hebben opgeknapt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen