Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ijgt`

  1. Al etende krijgt men trek / honger. (=Al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
  2. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  3. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  4. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  5. Eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=Slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
  6. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  7. job krijgt op zijn kop (=kaartspel: als klaveren heer wordt afgetroefd)
  8. wie de naam heeft, krijgt de daad (=wie bekend staat als misdadiger, krijgt de schuld)
  9. wie met honden omgaat, krijgt vlooien (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over)
  10. wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)
  11. wie zwijgt, stemt toe (=als je het ergens niet mee eens bent, moet je het zeggen)

30 betekenissen bevatten `ijgt`

  1. Al etende krijgt men trek / honger. (=Al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
  2. het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  3. grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
  4. Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=Als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  5. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
  6. Wie vuur eet schijt vonken (=Als men iets gevaarlijks onderneemt krijgt men nare gevolgen)
  7. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  8. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  9. iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  10. geld verzoet de arbeid (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed)
  11. er is tuk aan de hengel (=hij heeft beet (krijgt zijn zin))
  12. boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
  13. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  14. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  15. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  16. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  17. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  18. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  19. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)
  20. een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
  21. gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
  22. Je zult stokvis eten. (=Je krijgt slaag.)
  23. de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  24. zoals men zaait zo zal men oogsten (=men krijgt loon naar werken)
  25. men mag een gegeven paard niet in de bek kijken (=men mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt)
  26. wie het onderste uit de kan wil hebben die valt het lid op de neus (=wie altijd het uiterste wil, krijgt uiteindelijk niets)
  27. wie de naam heeft, krijgt de daad (=wie bekend staat als misdadiger, krijgt de schuld)
  28. die eerst komt eerst maalt (=wie eerst komt krijgt het beste)
  29. wie eerst komt eerst maalt (=wie eerst komt, krijgt het beste)
  30. in het hoekje zitten waar de slagen vallen (=zich in een groep bevinden die altijd het moeilijk heeft of problemen krijgt)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen