Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `iets be`

  1. iemand iets betaald zetten (=wraak nemen of straffen)
  2. iets beneden zijn waardigheid achten (=iets niet willen doen omdat men vindt dat men een betere taak waard is)
  3. voor geen geld of goede woorden (tot iets bereid zijn) (=niet bereid zijn tot iets, wat iemand ook ervoor biedt, en welke argumenten iemand ook naar voren brengt)

12 betekenissen bevatten `iets be`

  1. tegen iets aangooien (=aan iets besteden)
  2. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  3. belofte maakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
  4. je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van (=denken dat je iets begrijpt, terwijl je dat niet doet)
  5. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  6. met iemand afrekenen (=iemand betalen; iemand iets betaald zetten)
  7. iemand een smet aanwrijven (=iemand van iets beschuldigen)
  8. iets aan het licht brengen (=iets bekend maken wat verborgen is)
  9. niets om het lijf hebben (=niets betekenen, geen waarde hebben)
  10. geen hout snijden (=niets bewijzen , niet van toepassing zijn)
  11. de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
  12. die niet waagt, die niet wint (=wie nooit een risico neemt kan ook niet iets bereiken)

Het dialectenwoordenboek kent 556 spreekwoorden met `iets be`

  1. Lokers: ietsjes (=pas op, het is heet tegen peuter of kleuter))
  2. Maldegems: iets eutveugln (=iets uitzoeken)
  3. Mestreechs: get fisternölle (=iets knutselen)
  4. Bilzers: iets miech zin (=iets beu zijn)
  5. Sint-Niklaas: iets opkroppen (=iets niet durven zeggen)
  6. Lopiks: Iets okkig vinden (=Iets niet leuk vinden)
  7. Sint-Niklaas: iets gewend zin (=iets gewoon zijn)
  8. Sint-Niklaas: iets int vuil schrèven (=iets in het klad schrijven)
  9. Sint-Niklaas: iets in zènne kop steken, manzjunnie ein (=zich iets inbeelden)
  10. Sint-Niklaas: iets pakken da stopachtig is (=iets innemen tegen de diarreé)
  11. Aspers: der zit iets in mijnen neuze (=er zit me iets dwars)
  12. Liedekerks: Zabbern (=Aan iets likken, zuigen)
  13. Ninoofs: kop emmen in iet (=ambitie hebben voor iets)
  14. Westels: veutters nog iet (=anders nog iets)
  15. Harelbeeks: Dadd'es 'n bescheet'n kemissie (=Dat is een mislukt iets)
  16. Westerkwartiers: da's 'n onnergeschoov'm kiendje (=dat is een ondergewaardeerd iets)
  17. kortemarks: in etwie ze roapn schytn (=iemand iets misdoen)
  18. Lovendegems: bloaskes wijsmaken (=iemand iets wijs maken*)
  19. Luyksgestels: d'rmee voare (=iets aan den lijve ervaren)
  20. Twents: int gat houwn (=Iets afbreken (gebouw))
  21. Venloos: bermheuken (=iets bereiken door ellebogenwerk)
  22. Luyksgestels: 'r nie aon ùit kanne (=iets niet kunnen begrijpen)
  23. Eekloos: ge keun mijn klootn kuischen (=iets niet willen doen)
  24. West-vlaams: é teustje drienken (=iets drinken)
  25. Munsterbilzen - Minsters: zen mauwe opstrepe (=iets gaan doen)
  26. Munsterbilzen - Minsters: ne vieze staut mètmaoke (=iets geweldigs tegenkomen)
  27. Genneps: örges de schiet van krriege (=Iets helemaal gehad hebben)
  28. Poperings: In duuk doen (=Iets in het verborgene doen)
  29. Westerkwartiers: wat onner oog'n zien (=iets onderzoeken)
  30. Westerkwartiers: 'n oogje toekniep'm (=iets stiekem toelaten)
  31. Kortrijks: Mariatje lankweirk (=iets van lange duur)
  32. Evergems: de klokk'n luien (=iets vertellen wat niet mag)
  33. Westels: Wa nie wét, da ni lét (=iets verzwijgen)
  34. Merenaars: iet sadoeët mauken (=iets volledig opeten)
  35. Erps: eu vertelchelken vertellen (=iets voorlezen uit een kinderboek)
  36. Sint-Niklaas: al kaks doen (=iets zogezegd spontaan doen)
  37. Lichtervelds: kzitte mè de brokkn (=ik heb iets gebroken)
  38. Westerkwartiers: zoek'n noar 'n speld ien 'n hooibaarg (=moeilijk vindbaar iets)
  39. Antwerps: ambettant zen (=met iets verveeld zijn)
  40. Bilzers: Kop noch stat on get krijge (=Niet wijsgeraken uit iets)
  41. Moorsel: wadestmiskien | \r\nwa schilter e? (=scheelt er iets)
  42. Arendonks: erges oep sjikken (=op iets blijven nadenken)
  43. Rotterdams: je bek een douw geven (=zomaar iets zeggen)
  44. Booms: gor sloage (=zorg voor iets dragen)
  45. Veurns: etwoar over vollen (=zich ergeren aan iets)
  46. Vechtdals: ie mut toch iets hem'm wat oe plög. (=er is altijd iets wat je dwars zit.)
  47. Munsterbilzen - Minsters: ne zwoenk on get gaeve (=aan iets een draai geven)
  48. Tilburgs: Beter schuin d'r in als recht d'r neffe (=Beter iets dan niets)
  49. Weerts: Ich kan d'r geine kop aan kriêge (=Als je iets niet snapt)
  50. Aspers: ie moakt mij bloaskes wijs (=hij maakt me iets wijs)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen