Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `iemand of`

  1. iemand of iets de baas zijn (=iemand of iets kunnen overmeesteren)
  2. iemand of iets het hoofd bieden (=zich met verstand en beleid verzetten tegen iemand of iets, iemand weerstaan)
  3. iemand of iets over het hoofd zien (=iemand niet opmerken, vergeten met iemand of iets rekening te houden, iets niet zien)
  4. voor iemand of iets zijn petje afnemen (=ergens respect voor hebben)

5 betekenissen bevatten `iemand of`

  1. iemand of iets over het hoofd zien (=iemand niet opmerken, vergeten met iemand of iets rekening te houden, iets niet zien)
  2. aan de schors blijven hangen (=iemand of iets alleen op het uiterlijk beoordelen)
  3. iemand of iets de baas zijn (=iemand of iets kunnen overmeesteren)
  4. leven en laten leven (=iemand of iets z'n gang laten gaan en niet mee bemoeien)
  5. iemand of iets het hoofd bieden (=zich met verstand en beleid verzetten tegen iemand of iets, iemand weerstaan)

Het dialectenwoordenboek kent 1130 spreekwoorden met `iemand of`

  1. Lovendegems: iets aan de neuze hangen van iemand (=iemands nieuwsgierigheid bevredigen*)
  2. Waregems: in iemands ropn skijtn (=iemands plannen dwarsbomen)
  3. Kalforts: in iemands rapen scheiten (=iemand onheus behandelen)
  4. Munsterbilzen - Minsters: iemed ploemme (=iemands geld afhandig maken)
  5. Westerkwartiers: één ien 'e koart kiek'n (=iemands plannen afkijken)
  6. Kortrijks: tès ne gatlekker (=in iemands gunst willen zijn)
  7. Kortemarks: in etwie ze groasje stoan (=in iemands smaak vallen)
  8. Zeels: tege zijne meug (=tegen iemands zin)
  9. Zeeuws: ie proenkt mie un ander mans veern (=iemands werk gebruiken)
  10. Bilzers: Iemed onder z'n dauve sjiete (=Onder iemands duiven schieten)
  11. Munsterbilzen - Minsters: iemes op zene kop zitte (=achter iemands veren zitten)
  12. Bilzers: taere op nen aandre zen maol (=op iemands kosten leven)
  13. Munsterbilzen - Minsters: op iemed ze daok zitte (=in iemands omgeving blijven rondhangen)
  14. Walshoutems: Se in heur/zen eige vet loate stoave. (=Geen aandacht meer geven aan iemands kwaadheid)
  15. Weerts: gae zootj t'r 'n hoês op bouwe en 'n schiêthoês veltjer op um (=iemands praatjes niet zonder meer geloven)
  16. Wetters: koo euk iets gepeist moar twas da nie (=niet ingaan op iemands voorstel)
  17. Westerkwartiers: één noar d'oog'n zien (=handelen naar iemand's wensen)
  18. Herentals: Iemand binnedoen (=Iemand kussen)
  19. Drents: Aj een ekster vortjaagd kriej een bonte vogel weer (=Geef geen opdracht die iemands kunnen te boven gaat)
  20. Lebbeeks: mèmme: Ei èit te lank aun de mèmme gangen (=Over iemands wiens binnenlip erg zichtbaar is)
  21. Aspers: ne kluët aftrekken (=iemand foppen)
  22. Opglabbeeks: emes duurhubbe (=iemand doorhebben)
  23. Zottegems: ne klut aftrekken (=iemand foppen)
  24. Liedekerks: Ne zeventiejen (=Iemand gierig)
  25. Astens: wanne lapzwans (=lui iemand)
  26. Booms: ne krabbekoker (=ongewoon iemand)
  27. Waregems: iemand oytmokn veur vorte vis/iemand zijn zoaligheid zegg'n (=iemand beschimpen)
  28. Waregems: bieét'n ip iemand (=op iemands kop zitten)
  29. Waregems: iemand nie kuinn zien (=afkeer voelen voor iemand)
  30. Waregems: iemand skeeëf bekijk'n (=iemand minachtend ontwijken)
  31. Antwerps: iemand ne kloet aftrekken (=iemand een loer draaien)
  32. Brabants: iemand duruit bossen (=iemand eruit gooien)
  33. Zottegems: iemand ne pee stoven (=iemand foppen)
  34. Westfries: iemand op het snotje hebben (=iemand in de gaten houden)
  35. Sint-Niklaas: iemand een toert geven (=iemand in het gezicht slaan)
  36. Sint-Niklaas: iemand de neus afbijten (=iemand onbeleefd afsnauwen)
  37. Zottegems: iemand de loef afstek'n (=iemand overtreffen)
  38. Sint-Laureins: iemand ten kandeele gaan (=iemand te lijf gaan)
  39. Lokers: iemand bij den bok duene (=Iemand bedriegen)
  40. Zottegems: iemand versturen (=iemand voor de gek houden)
  41. Waregems: in iemands zakk'n zitt'n (=iemands slechte kanten bespreken)
  42. Munsterbilzen - Minsters: iemes ènvètte (=iemandgoed zijn vet geven)
  43. Heels: emes snötte (=iemand aftroeven)
  44. Liedekerks: Iejenen betoepen (=Iemand bedriegen)
  45. Veurns: in etwieëns beuze pissen (=iemand vleien)
  46. Tilburgs: laasteg pòtstuk !! (=lastig iemand !!)
  47. Melsbroeks: kwispel (=onberekenbaar iemand)
  48. Kaatsheuvels: des nun kwaast (=verwaand iemand)
  49. Sint-Niklaas: iemand een kotering, botering geven (=iemand een rammeling geven)
  50. Waregems: iemand bij de viede zett'n (=iemand met iets opschepen (sluw))



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen