Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ichten`

  1. de hand met iets lichten (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
  2. de hielen lichten (=weggaan)
  3. de lade lichten (=geld uit de lade halen)
  4. een beentje lichten (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
  5. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  6. het anker lichten (=ergens vertrekken, weggaan en verder reizen)
  7. iemand de beurs lichten (=van iemand geld stelen/afhandig maken)
  8. iemand de voet lichten (=iemand op gemene manier de baan afnemen)
  9. iemand pootje lichten (=iemand doen struikelen)
  10. iemand uit bed lichten (=iemand 's nachts laten opstaan)
  11. iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
  12. iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
  13. titanenarbeid verrichten (=erg zwaar werk doen)
  14. uit het zadel lichten (=zijn rang of stand of betrekking doen verliezen)
  15. voor de drang der omstandigheden zwichten (=zich naar de omstandigheden schikken)
  16. zijn anker kappen/lichten (=er met spoed vandoor gaan)

16 betekenissen bevatten `ichten`

  1. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  2. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  3. de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
  4. mastiek maken (=de dagelijkse schoonmaak verrichten)
  5. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  6. uit de hengstebron gedronken hebben (=erg veel gedichten schrijven)
  7. aan zijn neus hangen (=hem inlichten)
  8. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  9. iemand een oor aannaaien (=iemand oplichten)
  10. kaf dorsen (=nutteloos werk verrichten)
  11. kolen naar Newcastle dragen (=nutteloos werk verrichten)
  12. uilen naar Athene dragen (=nutteloos werk verrichten)
  13. appelen/knollen voor citroenen verkopen (=oplichten, bedriegen)
  14. bergen kunnen verzetten (=veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen)
  15. de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
  16. in de ban zijn van iets (=zo erg in iets geïnteresseerd zijn dat je aandacht alleen nog maar daarop kunt richten)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen