Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `houwe`

  1. Een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=Niet tot iets anders te bewegen)
  2. het levenslicht aanschouwen/zien (=geboren worden)
  3. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  4. ook de ceders van Libanon worden afgehouwen (=ook heilige dingen vergaan)
  5. zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)

5 betekenissen bevatten `houwe`

  1. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
  2. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  3. iemand met de nek aankijken (=iemand niet als volwaardig beschouwen)
  4. ergens als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  5. de regels met voeten treden (=overtreden, voorschriften niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan)

Het dialectenwoordenboek kent 28 spreekwoorden met `houwe`

  1. Munsterbilzen - Minsters: ne getrouwde man moet de mond tau en de portemenei oëpe haage (=trouwen is houwen !)
  2. Hasselts: Aafblèèven of tréûn (=houwen is trouwen)
  3. Heerlens: vamerakel houwe (=in elkaar slaan)
  4. Opglabbeeks: hand buve de kop houwe (=beschermen)
  5. Liwwadders: must dien kaak houwe (=bek dicht)
  6. Rotterdams: die maggie houwe- of blijf af met je klauwen (=blauwe)
  7. Heerlens: koesj, zich gedoeks houwe (=koest houden, verstopt zijn)
  8. Tilburgs: bakkes houwe (=hou je mond is)
  9. Westfries: in de smieze houwe (=in de gaten houden)
  10. Snekers: boatsjevolk oppe bek houwe (=excessief uitgaansgeweld tegen toeristen)
  11. Weerts: eeme op ziene dèk houwe (=slaag geven)
  12. Achels: wan pèèèrde/wan stup/houwe op die toffel (=ik heb goede kaarten)
  13. Opglabbeeks: rêkening müt houwe (=incalculeren)
  14. Harlingers: must dien vreet houwe, sik die in de sûderhaven dondere (=je moet je stil houden, zal ik je in de zuiderhaven gooien)
  15. Venloos: Op einen aos houwe (=Een tegenvaller hebben)
  16. Opglabbeeks: de kürrik int midde houwe (=eerlijk blijven)
  17. Geuls: unne paaf dedoor houwe (=leuke opmerking maken)
  18. Venloos: Op einen aos houwe (=Tegenspoed hebben)
  19. Tilburgs: Smoel houwe, aanders zal 't oe doadelijk meij oew bakkes op de kaaien naaien, kunde tandjes roapen mepesaant. (=houd je mond ander neem ik maatregelen.)
  20. Zaans: Loof ken lang an houwe (=Moe zijn is geen excuus)
  21. Weerts: 't es wat te zegge asje mét aoj wiêver motj gaon egge; ze verrékke det ze trékke, ze houwe en ze slaon en asje saovus toês kotj, hejje nog niks gedaon (=een wat oudere vrouw laat niet met zich sollen)
  22. Liwwadders: de must dyn vreet houwe (=je moet je mond houden)
  23. Lopiks: We houwe ketaak! (=Ik hou je op de hoogte)
  24. Amsterdams: Je mot je klep effetjes houwe (=Wees nou even stil)
  25. Roermonds: zal ich dich ins op die pens houwe? (=Zal ik jou eens mores leren?)
  26. Bosch: Dieje loerie madde eiges houwe (=Die slappe koffie mag je zelf hebben)
  27. Bosch: Zo zalde die dikke kop wel houwe!! (=Als je zo door gaat met eten dan zal je wel op dat gewicht blijven.)
  28. Liwwadders: must dien hasses houwe, anders krijst een kwababber op dien taat\r\n\r\n'taat'? of hassus? (=hou je stil, anders krijg je een klap voor je kop)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen