Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het woord`

  1. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  2. het woord hebben (=in een gesprek aan beurt zijn)
  3. het woord voeren (=spreken (als afgevaardigde door anderen))

Eén betekenis bevat `het woord`

  1. in de rede vallen (=onderbreken , het woord ontnemen)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `het woord`

  1. Waregems: een woordse placeer'n (=even (kort) het woord nemen)
  2. Weerts: Ein dink es ein hinnevot, staektj eure vînger d'r in en kloptj d'r op ! (=Reactie op het woord \)
  3. Waregems: parlesant'n (=aan het woord zijn maar zonder inhoud)
  4. Gavers: De kolieren van Goavre (het woord is afkomstig van mannen die hemden droegen met stijve boorden) (=Gaverlingen (burgerij))
  5. Lebbeeks: tellevies: D'n tellevies masjeer ni (als het over machines gaat gebruik je het woord masjeer) (=De televisie werkt niet)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen