Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het water`

  1. als het water zakt, kraakt het ijs (=elke oorzaak heeft gevolgen)
  2. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  3. dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
  4. de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  5. de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  6. De zon niet in het water kunnen zien schijnen (=Afgunst hebben (jaloers zijn) op een ander)
  7. Geld in het water gooien (=Geld verspillen)
  8. het water is veel te diep (=hij durft het niet aan)
  9. het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge nood)
  10. het water loopt altijd naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)
  11. het water loopt hem in de mond (=hij heeft er heel veel trek in)
  12. in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan)
  13. leven als een vis in het water (=totaal tevreden en onbekommerd leven)
  14. Men kan een paard wel in het water trekken, maar niet dwingen dat het drinkt. (=Je moet iemand niet dwingen, zelfs niet tot iets leuks)
  15. met het water voor de dokter komen (=zeggen wat je bedoelt)
  16. zich als een vis in het water voelen (=zich helemaal op zijn plaats voelen)

2 betekenissen bevatten `het water`

  1. hij heeft een paling (snoek) gevangen (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
  2. een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)

Het dialectenwoordenboek kent 9 spreekwoorden met `het water`

  1. Geels: t woater zuijt (=het water kookt)
  2. Rotterdams: In 't majum sodemieteren. (=In het water gooien)
  3. Lutters: alle enties zwõmt int water (=alle eendjes zwemmen in het water)
  4. Munsterbilzen - Minsters: das draaj daoge raenger (=het regent blaasjes op het water)
  5. Sint-Niklaas: 't geplets van de zwemmers int woater (=het geluid van de zwemmers in het water)
  6. Sint-Niklaas: 't woater in de moûr begint te zoûn (broebelen) (=het water in de ketel begint te koken)
  7. Brakels (gld): Om aacht uuru 't woatur hièt (=Om acht uur het water heet)
  8. Brakels (gld): Es zwoaluuwu loag ovur en bovu ut woater vliegu, komt er règun (=Als zwaluwen laag over en boven het water vliegen, komt er regen)
  9. Liemers: De beste minse wone altied aan de aoverkant van 't water daor zo'j 't haen en weer van kriege. (=De goede mensen wonen altijd aan de overkant van het water .)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen