Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het on`

  1. het onderspit delven (=verliezen)
  2. het onderste uit de kan willen (=het uiterste willen)
  3. het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
  4. in het ongelijk stellen (=ongelijk geven)
  5. in het ongewisse (=in onzekerheid)
  6. met het ongewapend oog (=met het blote oog (zonder hulpmiddelen))
  7. wie het onderste uit de kan wil hebben die valt het lid op de neus (=wie altijd het uiterste wil, krijgt uiteindelijk niets)
  8. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  9. zij hielden het onder de pet (=zij brachten het niet in de openbaarheid)

30 betekenissen bevatten `het on`

  1. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  2. zijn ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)
  3. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukking of de handicap van tegenstrevers.)
  4. door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  5. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  6. het hoge woord is er uit (=het onaangename is gezegd)
  7. het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
  8. over de tong gaan (=het onderwerp van gesprek zijn)
  9. koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
  10. ijzer met handen breken (=het onmogelijke doen)
  11. Met het hoofd tegen de muur lopen (=het onmogelijke proberen)
  12. met het hoofd tegen de muur lopen (=het onmogelijke trachten te bereiken / mislopen)
  13. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  14. de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
  15. naar de maan reiken (=het onmogelijke willen doen)
  16. onze lieve heer is aan het kegelen (=het onweert)
  17. oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
  18. iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
  19. men kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
  20. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  21. de dans ontspringen (=niet in het onheil betrokken worden)
  22. hij heeft weinig ondernemingszin (=schrik hebben voor het onbekende)
  23. ad infinitum (=tot in het oneindige)
  24. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen)
  25. koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
  26. ex absurdo (=uit het ongerijmde)
  27. wie zich aan een ander spiegelt spiegelt zich zacht (=wie uit het ongeluk van anderen lering trekt, zal minder ongeluk hebben)
  28. wie een varken is moet in het schot (=wie voor het ongeluk geboren is, hoeft geen geluk te verwachten)
  29. Een schurftig paard vreest de roskam. (=Wie wat op z`n geweten heeft, is bang voor het onderzoek)
  30. stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)

Het dialectenwoordenboek kent 3677 spreekwoorden met `het on`

  1. Gils: ge mot er zelf aachterkommen (=je moet hetzelf ontdekken)
  2. Drents: Ien over 't mat kommen (=Iemand op heterdaad betrappen)
  3. Overijses: in tets komme (=op heterdaad betrapt)
  4. Texels: best gaan (=het gaat goed)
  5. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  6. Sint-Niklaas: 't is ont vurreten (=het is heter aan het worden)
  7. Budels: iemud op de nèst vangen (=iemand op heterdaad betrappen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: attrapieëre (=op heterdaad betrappen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: opt nès gevange (=op heterdaad betrapt)
  10. Veurns: op ze nest epakt zien (=op heterdaad betrapt zijn)
  11. betuws: krek ut ègustu (=precies hetzelfde)
  12. Munsterbilzen - Minsters: oppet nès vange (=op heterdaad betrappen)
  13. Waregems: gesleeën deur d'hitte/ overdoan van 't woarm were (=aangeslagen door het hete weer)
  14. Lopiks: Ik hetter bar wainig zin in joh (=Ik heb er niet echt veel zin in)
  15. Westerkwartiers: dat wichtje hetr snöt ien 'e kop (=dat meisje is pienter)
  16. Antwerps: hetscheufke geve (=iemand niet binnen laten)
  17. Vilvoords: tes waal vanda (=het is altijd hetzelfde)
  18. Oudenbosch: en zo gaogut ok mee (=hetzelfde is het geval met)
  19. Munsterbilzen - Minsters: minslief, laef vendaog (=heb in 't leven eerder spijt van hetgeen je NIET gedaan hebt)
  20. West-vlaams: de hetten an en (=aangeschoten zijn)
  21. Geels: hij heter zijne keis bij in geschoten (=iemand die gestorven is)
  22. Lauws: ge zi gie zekerst zot! (=Ik ben van mening dat hetgene u vertelt nonsens is.)
  23. Weerts: Gae hetj 'ne kop of dej-je de hel geblaoze hetj (=Iemand met een bezweet hoofd)
  24. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  25. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  26. Texels: De ruûf hangt deer hóóg (=Ze zijn daar arm, het is daar armoedig)
  27. Tilburgs: eush (=hetgeen u mij nu verteld verbaast mij ten zeerste)
  28. Oudenbosch: gij verbraant daore op oew ziel (=je branden aan heter dan gloeiendheet)
  29. Tilburgs: swirskaante inder (=aan beide zijden hetzelfde)
  30. Munsterbilzen - Minsters: das ene pot naot (=werkt onder hetzelfde hoedje)
  31. Ossies: hij zit te kijke es 'n hiete gelt die in 't stroi zêkt (=hij zit te kijken als een hete gelt die in het stro plast)
  32. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  33. Westerkwartiers: 't is van 't zulfde loak'n 'n pak (=het komt op hetzelfde neer)
  34. Westerkwartiers: hij is uut 't zulfde holt sneed'n (=hij is van hetzelfde soort)
  35. Aalsters: vansgeloiken (=voor jou hetzelfde)
  36. Weerts: gae hetj nog te völ haor op eure kop um mei-j te kalle (=iemand met geen ervaring)
  37. Munsterbilzen - Minsters: nen aop it geen niëtsjes aster benane te krijge zin (=je houdt je aan hetgeen je goed kent)
  38. Westerkwartiers: d'r is doar weineg varioatie (=het is daar altijd hetzelfde)
  39. Kastels: Me Sint-Jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan , en met Sint-Peter is het nog heter.)
  40. Tilburgs: krèk haorinder utzèllefde (=precies hetzelfde)
  41. Aalsters: ge hetj licht op (=je hebt een snottebel aan je neus hangen)
  42. Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur)
  43. Weerts: gae mótj uch wieëte te behelpe in eur êrremooj, ânges zeejje neet waert dejje ze hetj (=tevreden zijn met wat je hebt)
  44. Munsterbilzen - Minsters: tkümp ammel oppet zelfste daol (=het gaat om hetzelfde)
  45. Gronings: t is ain mouders goud (=het is allemaal hetzelfde)
  46. Munsterbilzen - Minsters: op hete koeële zitte (=gehaast zijn)
  47. Munsterbilzen - Minsters: hete koeële zitte (=ongeduldig zijn)
  48. Riemsts: hete sjup! (=Wat een begeerlijke Vrouw)
  49. Sint-Niklaas: op hete kolen zitten (=zeer ongeduldig zijn)
  50. Bilzers: das zjus prêl (=dat is precies hetzelfde)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen