Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het met`

  1. het met iemand aan de stok hebben/krijgen (=ruzie met elkaar hebben/krijgen)
  2. het met zich zelf niet eens zijn (=niet kunnen beslissen)
  3. schrijf het maar op je buik (dan kan je het met je hemd weer uitvegen) (=vergeet het maar)

5 betekenissen bevatten `het met`

  1. Uit hetzelfde gat schijten (=1: Onafscheidelijke kameraden zijn. 2: het met elkaar eens zijn)
  2. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  3. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  4. ergens voor tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  5. van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)

Het dialectenwoordenboek kent 21 spreekwoorden met `het met`

  1. Bildts: Hoe gáát het met dij? (=hoe gaat het met je?)
  2. Reeks: Hoeist (=Hoe is het met je)
  3. Diesters: oeëst (=hoe is het met u)
  4. Kastels: Hoe ist ermee ? (=Hoe gaat het met jou ?)
  5. Brabants: het nooi doen (=het met tegenzin doen)
  6. turnhouts: oewiest mejaaaw (=hoe gaat het met u)
  7. Rotterdams: Was je zo gevalle ? (=Hoe gaat het met je?)
  8. turnhout: hoe ist mejaaw (=hoe gaat het met je)
  9. Volendams: Wet zai je Gaartje (=hoe gaat het met je)
  10. Twents: Al'ns good t'rech jao? (=hoe gaat het met jou?)
  11. Amsterdams: Alles lekker, pik? Hoe is het wijfie? (=Hoe gaat het met jou?)
  12. Westerkwartiers: hoe gijt 't met dij ? (=hoe gaat het met jou ?)
  13. Fries: Hoe giet it mei de kei (=Hoe gaat het met de koeien)
  14. Mechels (NL): Wie is 't mét tig (=Hoe gaat het met jou)
  15. kortemarks: ze zyn van tzelfste gedacht (=ze zijn het met elkaar eens)
  16. Tilburgs: hè zi-g-ut meej unne laag (=hij zei het met een lach)
  17. Twents: hoo hej't d'r met (=hoe gaat het met u)
  18. Achterhoeks: at met völt geet de boer worsten. (=Als het met valt gaat de boer worsten)
  19. Antwerps: hij eeget in zene kladerendatsj geslagen (=hij heeft het met veel smaak opgegeten)
  20. Epers: Äs 't mit Pisgrîete reagent, reagent et zes weake ächter mekäre (=Als het met Sint Margriet regen, regent het zes weken achter mekaar)
  21. Westfries: die het met jou nôdig hillegaar nìks! (=die gaat volledig zijn eigen gang)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen