Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Het dialectenwoordenboek kent 91 spreekwoorden met `het maar in`

  1. Bilzers: bekiek het dich mèr ; beziech het dich mèr (=bekijk het maar)
  2. Munsterbilzen - Minsters: nau mauster wol mèt vër den daog koeëme (=biecht het maar op !)
  3. Tilburgs: ge wit ôot nôot ! (=je kunt het maar nooit weten)
  4. Hulsters (NL): ghe kunt de pot op (=je zoekt het maar uit!)
  5. Walshoutems: laut het mar potkeire (=Laat het maar zijn gang goaan)
  6. Oudenbosch: ge kunt opt dak gaon zitte (=je bekijkt het maar)
  7. Bilzers: tésse os gezaag en gezwiëge (=neem het maar van me aan)
  8. Bilzers: wae kak hét moetseg boekke (=als het moet, moet het maar)
  9. Roois (Sint-Oedenrode): Daggut wit! (=Dat je het maar weet!)
  10. Harelbeeks: oatie en soatie (=had hij het maar anders gedaan)
  11. Roermonds: Had ich mich maar besjeete (=Had ik het maar anders gedaan)
  12. Liwwadders: as het su mut dan mut het maar su (=als het zo moet dan moet het maar zo)
  13. Tilburgs: as ge-t mar nie begaojt (=als je het maar niet te bont maakt)
  14. Sint-Niklaas: doent mor vaneen (=doe het maar van elkaar (uit elkaar))
  15. Leopoldsburgs: Gij kunt menne rug op / Kust m'n klote ma (=Laat het maar zijn)
  16. Westerkwartiers: 't is zo kloar as 'n klondje (=het is zo helder als het maar kan)
  17. Sint-Niklaas: gif mor buzze(n) Zjeraar (=haast je maar, laat het maar vooruit gaan)
  18. Zurriks: Engetrouwd is engeschete (=Van je schoonfamilie moet je het maar hebben)
  19. Tilburgs: Kreg toch dn rambam! Schét toch un end umhoog! (=Bekijk het maar, schei toch eens uit)
  20. Bilzers: da brink laeve én de brauweraaj (=al is het maar voor de lol)
  21. Mestreechs: dat is zoe kroomp wie un ziekel (=dat is zo krom als het maar kan)
  22. Munsterbilzen - Minsters: staek het dich mèr goed èn zen köpke (=prent het maar goed in je hoofd)
  23. Oudenbosch: deige luize bijte ut taarst (=van je familie moet je het maar hebben)
  24. Munsterbilzen - Minsters: aste nie wils leistere, moesset mèr besniete (=wie niet wil luisteren, moet het maar voelen)
  25. Munsterbilzen - Minsters: as et nie geet, bok et mèr (=als het niet wil barsten, breekt het maar)
  26. Oudenbosch: dan mot oeweige betets late n-ore (=als je het maar op tijd laat weten)
  27. Westerkwartiers: hij dut d'r moar 'n gooi noar (=hij schat het maar wat)
  28. Ninoofs: 't stond in 't veinsterblad (=Ik weet het, maar ik geef mijn bron niet prijs)
  29. Ostêns: Zo zot as en tullebueis (=Zo gek als het maar zijn kan)
  30. Bilzers: tés rapper gezaag dan gedon (=als het maar niet bij theorie blijft)
  31. Tilburgs: daaw ut mar dur de deur deur ! (=duw het maar door de deur !)
  32. Sint-Niklaas: gô mor nor uis, ô moeder é viskus gebakken (=stap het maar af)
  33. Steins: heij ich mich mèr besjete!! (=had ik het maar niet gedaan!!)
  34. Gents: kus mijn uure, luup noar de fuure, ge keun mijne zak opbloaze: 't soepapken hangt er an (=bekijk het maar, doe het zelf)
  35. Tilburgs: k-kèèk nie op unnen bos peeje, a-k ut lôof mar hè (=ik kijk niet zo fijn, als het maar redelijk is)
  36. Gronings: As't nait gait zoas't mot, mot't mor zoas't gait (=Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat)
  37. Munsterbilzen - Minsters: geet et nie, dan bok et mèr (=gaat het niet zaols het moet, dan moet het maar zoals het gaat)
  38. Lebbeeks: oepen: Let 'n 't mau oepen en toepen (=Laat het zijn gang maar gaan, laat het maar op zijn beloop)
  39. Fries: As `t net kin sa`t it moat, dan moat it mar sa`t it kin. (=Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.)
  40. Twents: As ut n't geet zoas ut mut, mut ut mear zo as ut geet (=Als het niet gaat zo als het moet, moet het maar zoals het gaat.)
  41. Liwwadders: als it net kin sa als 't mut, dan mut it maar sa als 't kin (=als het niet kan zoal het moet, dan moet het maar zoals het kan)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen