Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het in`

  1. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  2. het in de gort jagen (=in het honderd sturen)
  3. het in de ramen hebben (=het in de gaten hebben)
  4. het in Keulen horen donderen (=met stomheid geslagen zijn)
  5. het in tienen geven (=wedden dat de aangesprokene het niet kan)
  6. het in zijn broek doen (=in de broek plassen van schrik of van het lachen)
  7. het interesseert me geen drol (=het interesseert me niets)
  8. kijken of men het in Keulen hoort donderen (=heel erg verbaasd kijken)
  9. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)

10 betekenissen bevatten `het in`

  1. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  2. vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
  3. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  4. ergens haring of kuit van willen hebben (=ergens precies van willen weten hoe het in elkaar steekt)
  5. het in de ramen hebben (=het in de gaten hebben)
  6. het aan zijn water voelen (=het instinctief aanvoelen)
  7. het interesseert me geen drol (=het interesseert me niets)
  8. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me totaal niet)
  9. de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
  10. weten uit welke hoek de wind waait (=weten hoe het in elkaar zit, wie de baas is)

Het dialectenwoordenboek kent 3677 spreekwoorden met `het in`

  1. Gils: ge mot er zelf aachterkommen (=je moet hetzelf ontdekken)
  2. Drents: Ien over 't mat kommen (=Iemand op heterdaad betrappen)
  3. Overijses: in tets komme (=op heterdaad betrapt)
  4. Texels: best gaan (=het gaat goed)
  5. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  6. Sint-Niklaas: 't is ont vurreten (=het is heter aan het worden)
  7. Budels: iemud op de nèst vangen (=iemand op heterdaad betrappen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: attrapieëre (=op heterdaad betrappen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: opt nès gevange (=op heterdaad betrapt)
  10. Veurns: op ze nest epakt zien (=op heterdaad betrapt zijn)
  11. betuws: krek ut ègustu (=precies hetzelfde)
  12. Munsterbilzen - Minsters: oppet nès vange (=op heterdaad betrappen)
  13. Waregems: gesleeën deur d'hitte/ overdoan van 't woarm were (=aangeslagen door het hete weer)
  14. Lopiks: Ik hetter bar wainig zin in joh (=Ik heb er niet echt veel zin in)
  15. Westerkwartiers: dat wichtje hetr snöt ien 'e kop (=dat meisje is pienter)
  16. Antwerps: hetscheufke geve (=iemand niet binnen laten)
  17. Vilvoords: tes waal vanda (=het is altijd hetzelfde)
  18. Oudenbosch: en zo gaogut ok mee (=hetzelfde is het geval met)
  19. Munsterbilzen - Minsters: minslief, laef vendaog (=heb in 't leven eerder spijt van hetgeen je NIET gedaan hebt)
  20. West-vlaams: de hetten an en (=aangeschoten zijn)
  21. Geels: hij heter zijne keis bij in geschoten (=iemand die gestorven is)
  22. Lauws: ge zi gie zekerst zot! (=Ik ben van mening dat hetgene u vertelt nonsens is.)
  23. Weerts: Gae hetj 'ne kop of dej-je de hel geblaoze hetj (=Iemand met een bezweet hoofd)
  24. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  25. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  26. Texels: De ruûf hangt deer hóóg (=Ze zijn daar arm, het is daar armoedig)
  27. Tilburgs: eush (=hetgeen u mij nu verteld verbaast mij ten zeerste)
  28. Oudenbosch: gij verbraant daore op oew ziel (=je branden aan heter dan gloeiendheet)
  29. Tilburgs: swirskaante inder (=aan beide zijden hetzelfde)
  30. Munsterbilzen - Minsters: das ene pot naot (=werkt onder hetzelfde hoedje)
  31. Ossies: hij zit te kijke es 'n hiete gelt die in 't stroi zêkt (=hij zit te kijken als een hete gelt die in het stro plast)
  32. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  33. Westerkwartiers: 't is van 't zulfde loak'n 'n pak (=het komt op hetzelfde neer)
  34. Westerkwartiers: hij is uut 't zulfde holt sneed'n (=hij is van hetzelfde soort)
  35. Aalsters: vansgeloiken (=voor jou hetzelfde)
  36. Weerts: gae hetj nog te völ haor op eure kop um mei-j te kalle (=iemand met geen ervaring)
  37. Munsterbilzen - Minsters: nen aop it geen niëtsjes aster benane te krijge zin (=je houdt je aan hetgeen je goed kent)
  38. Westerkwartiers: d'r is doar weineg varioatie (=het is daar altijd hetzelfde)
  39. Kastels: Me Sint-Jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan , en met Sint-Peter is het nog heter.)
  40. Tilburgs: krèk haorinder utzèllefde (=precies hetzelfde)
  41. Aalsters: ge hetj licht op (=je hebt een snottebel aan je neus hangen)
  42. Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur)
  43. Weerts: gae mótj uch wieëte te behelpe in eur êrremooj, ânges zeejje neet waert dejje ze hetj (=tevreden zijn met wat je hebt)
  44. Munsterbilzen - Minsters: tkümp ammel oppet zelfste daol (=het gaat om hetzelfde)
  45. Gronings: t is ain mouders goud (=het is allemaal hetzelfde)
  46. Munsterbilzen - Minsters: op hete koeële zitte (=gehaast zijn)
  47. Munsterbilzen - Minsters: hete koeële zitte (=ongeduldig zijn)
  48. Riemsts: hete sjup! (=Wat een begeerlijke Vrouw)
  49. Sint-Niklaas: op hete kolen zitten (=zeer ongeduldig zijn)
  50. Bilzers: das zjus prêl (=dat is precies hetzelfde)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen