Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


22 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het be`

  1. dat is de aard van het beestje (=dat is typisch iets voor die persoon; zo zit hij of zij nu eenmaal in elkaar)
  2. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  3. de aard van het beestje (=het karakter van iemand)
  4. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
  5. door het behang gaan (=voor schut gezet worden)
  6. een blok aan het been (=een last bij het voortgaan)
  7. het been stijf houden (=niet toegeven)
  8. het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
  9. het bekomt hem als de hond de knuppel na het stelen van de worst (=het valt hem zwaar tegen)
  10. het beste paard struikelt (ook) wel eens (=ook de beste maakt wel eens een fout)
  11. het beste paard struikelt wel eens. (=Iedereen maakt wel eens een fout)
  12. het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
  13. het beste paard van stal halen (=het beste wat men heeft bovenhalen)
  14. het beste paard van stal vergeten. (=Een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  15. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  16. het beste paard van stal. (=De beste die er bij is)
  17. iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
  18. morgen gaat het beter (=als het vandaag niet zo best is gegaan...)
  19. Ook het beste paard struikelt wel eens. (=Ook de deugdzaamste en bekwaamste faalt wel eens)
  20. Wie een paard uit de wei wil halen, moet het beest niet eerst met het halster tegen de kop slaan. (=Je bereikt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
  21. wie het laatst lacht, lacht het best (=pas aan het einde kan je zien we gewonnen heeft)
  22. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)

44 betekenissen bevatten `het be`

  1. in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
  2. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  3. dat snijdt geen hout (=dat heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
  4. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  5. de jongste schepen wijst het vonnis (=de kinderen willen het het best weten)
  6. het zit eraan bij hem/haar (=diegene kan het betalen, er is genoeg)
  7. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  8. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  9. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  10. door schade en schande wordt men wijs (=een mens leert het beste van z`n fouten)
  11. een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iemand die het beter kan of het beter denkt te kunnen)
  12. er dienen geen twee masten op een schip (=er kan er maar één het bevel voeren)
  13. men moet de boom buigen als die jong is (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
  14. het takje buigen als het nog jong is (=goede gewoonten leert men het beste op jonge leeftijd aan)
  15. de alfa en omega (=het begin en het einde)
  16. de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  17. het neusje van de zalm (=het beste deel)
  18. lest best (=het beste van alles komt op het einde)
  19. het beste paard van stal halen (=het beste wat men heeft bovenhalen)
  20. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  21. wie wat bewaart, die heeft wat (=het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn)
  22. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  23. het kwartje is gevallen (=hij heeft het begrepen)
  24. hij is in Rome geweest, maar heeft de Paus gemist (=hij heeft het belangrijkste laten schieten)
  25. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  26. zijn meester gevonden hebben (=iemand gevonden hebben die beter is, het beter doet)
  27. als winnaar/beste uit de bus komen (=iets of iemand blijkt het beste te zijn)
  28. iets in de wieg smoren (=iets van bij het begin vernietigen)
  29. doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  30. aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  31. over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt)
  32. kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven praten)
  33. men kan wel dansen al is het niet met de bruid (=men kan ook wel tevreden zijn met iets minder dan het beste)
  34. verdrinken eer men water gezien heeft (=mislukken voordat het begonnen is)
  35. de gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
  36. Beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=Thuis is het altijd nog het beste.)
  37. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)
  38. van meet af aan (=vanaf het begin)
  39. zijn lijn vasthouden (=voortgaan volgens de vanaf het begin gehanteerde aanpak)
  40. wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen (=wat het belangrijkste is moet het eerste gebeuren)
  41. (goed) begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt)
  42. een vreemdeling in Kanaän zijn (=weinig weten over het besproken onderwerp)
  43. die eerst komt eerst maalt (=wie eerst komt krijgt het beste)
  44. wie eerst komt eerst maalt (=wie eerst komt, krijgt het beste)

Het dialectenwoordenboek kent 3677 spreekwoorden met `het be`

  1. Gils: ge mot er zelf aachterkommen (=je moet hetzelf ontdekken)
  2. Drents: Ien over 't mat kommen (=Iemand op heterdaad betrappen)
  3. Overijses: in tets komme (=op heterdaad betrapt)
  4. Texels: best gaan (=het gaat goed)
  5. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  6. Sint-Niklaas: 't is ont vurreten (=het is heter aan het worden)
  7. Budels: iemud op de nèst vangen (=iemand op heterdaad betrappen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: attrapieëre (=op heterdaad betrappen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: opt nès gevange (=op heterdaad betrapt)
  10. Veurns: op ze nest epakt zien (=op heterdaad betrapt zijn)
  11. betuws: krek ut ègustu (=precies hetzelfde)
  12. Munsterbilzen - Minsters: oppet nès vange (=op heterdaad betrappen)
  13. Waregems: gesleeën deur d'hitte/ overdoan van 't woarm were (=aangeslagen door het hete weer)
  14. Lopiks: Ik hetter bar wainig zin in joh (=Ik heb er niet echt veel zin in)
  15. Westerkwartiers: dat wichtje hetr snöt ien 'e kop (=dat meisje is pienter)
  16. Antwerps: hetscheufke geve (=iemand niet binnen laten)
  17. Vilvoords: tes waal vanda (=het is altijd hetzelfde)
  18. Oudenbosch: en zo gaogut ok mee (=hetzelfde is het geval met)
  19. Munsterbilzen - Minsters: minslief, laef vendaog (=heb in 't leven eerder spijt van hetgeen je NIET gedaan hebt)
  20. West-vlaams: de hetten an en (=aangeschoten zijn)
  21. Geels: hij heter zijne keis bij in geschoten (=iemand die gestorven is)
  22. Lauws: ge zi gie zekerst zot! (=Ik ben van mening dat hetgene u vertelt nonsens is.)
  23. Weerts: Gae hetj 'ne kop of dej-je de hel geblaoze hetj (=Iemand met een bezweet hoofd)
  24. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  25. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  26. Texels: De ruûf hangt deer hóóg (=Ze zijn daar arm, het is daar armoedig)
  27. Tilburgs: eush (=hetgeen u mij nu verteld verbaast mij ten zeerste)
  28. Oudenbosch: gij verbraant daore op oew ziel (=je branden aan heter dan gloeiendheet)
  29. Tilburgs: swirskaante inder (=aan beide zijden hetzelfde)
  30. Munsterbilzen - Minsters: das ene pot naot (=werkt onder hetzelfde hoedje)
  31. Ossies: hij zit te kijke es 'n hiete gelt die in 't stroi zêkt (=hij zit te kijken als een hete gelt die in het stro plast)
  32. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  33. Westerkwartiers: 't is van 't zulfde loak'n 'n pak (=het komt op hetzelfde neer)
  34. Westerkwartiers: hij is uut 't zulfde holt sneed'n (=hij is van hetzelfde soort)
  35. Aalsters: vansgeloiken (=voor jou hetzelfde)
  36. Weerts: gae hetj nog te völ haor op eure kop um mei-j te kalle (=iemand met geen ervaring)
  37. Munsterbilzen - Minsters: nen aop it geen niëtsjes aster benane te krijge zin (=je houdt je aan hetgeen je goed kent)
  38. Westerkwartiers: d'r is doar weineg varioatie (=het is daar altijd hetzelfde)
  39. Kastels: Me Sint-Jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan , en met Sint-Peter is het nog heter.)
  40. Tilburgs: krèk haorinder utzèllefde (=precies hetzelfde)
  41. Aalsters: ge hetj licht op (=je hebt een snottebel aan je neus hangen)
  42. Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur)
  43. Weerts: gae mótj uch wieëte te behelpe in eur êrremooj, ânges zeejje neet waert dejje ze hetj (=tevreden zijn met wat je hebt)
  44. Munsterbilzen - Minsters: tkümp ammel oppet zelfste daol (=het gaat om hetzelfde)
  45. Gronings: t is ain mouders goud (=het is allemaal hetzelfde)
  46. Munsterbilzen - Minsters: op hete koeële zitte (=gehaast zijn)
  47. Munsterbilzen - Minsters: hete koeële zitte (=ongeduldig zijn)
  48. Riemsts: hete sjup! (=Wat een begeerlijke Vrouw)
  49. Sint-Niklaas: op hete kolen zitten (=zeer ongeduldig zijn)
  50. Bilzers: das zjus prêl (=dat is precies hetzelfde)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen