Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `heel wat`

  1. heel wat in zijn mandje hebben (=veel geleerd hebben, veel weten)
  2. heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))

Eén betekenis bevat `heel wat`

  1. dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat)

Het dialectenwoordenboek kent 19 spreekwoorden met `heel wat`

  1. Westerkwartiers: hij is heel wat maans (=hij heeft heel wat in zijn mars)
  2. Mestreechs: ze vaan de neut kriege (=heel wat afzien)
  3. Bilzers: Da's aanderen thei as kaffei! (=Dat is heel wat anders!)
  4. Booms: da's wa gescheete (=dat is heel wat)
  5. Booms: nogal wa kummelees moette doen (=heel wat hindernissen moeten overwinnen)
  6. Westerkwartiers: dat oogt hiel wat (=ogen - dat oogt heel wat)
  7. Mestreechs: heer houwt ziech ziene gielis vól friete (=hij werkt heel wat friete naar binnen)
  8. Antwerps: diën eidal hiël wa woaterkes deurzwoemme (=die heeft al heel wat beleefd)
  9. Gronings: hai is n hoan(e) mit stront aan de pootn (=hij verbeeldt zich heel wat)
  10. Munsterbilzen - Minsters: ver zin nog heil goed voertgekoeëme (=we hebben heel wat geluk gehad)
  11. Tilburgs: van boven bont mar van onderen stront (=het lijkt heel wat, maar het stelt niks voor)
  12. Tilburgs: kwikt dè kwèkske es. Nou tis tòch nòg enen hêele kwak ! (=weeg dat beetje eens. Nou het is toch nog heel wat !)
  13. Tilburgs: hij dènkt dèttie hil wè verbildt, mar dè lèkt mar zôo. (=hij denkt dat hij heel wat voorstelt, maar dat lijkt maar zo.)
  14. Munsterbilzen - Minsters: doë zoste nog nen heile dikke pit vör konne auttrèkke (=dat kan nog heel wat geld gaan kosten)
  15. Tilburgs: hij heeget hòòg in z'n neusgaote: hij prot van sebiet in plots van zommedeene (=hij denkt dat hij heel wat voorstelt)
  16. Twents: Aj een ezel dans'n wilt leern, he'j wal ne glönige plate nörig (=Je moet nog wel heel wat doen om dat voor elkaar te krijgen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: waaj vër nog joenk worre moeste vër èn de bës on de deense waajers ganse zek foenkelhoot, sjots en denneknüp gon raope (=in onze jeugdjaren moesten we van onze ouders heel wat zakken kleinhout, boomschors en dennenappels gaan rapen)
  18. Munsterbilzen - Minsters: én Minster lik ook e graut gestich, e gekkehaus nieme ze dat nog per abuis, mér de echte gekken loope nog vraaj rond ént dürp (=Het St Jozefsinstituut herbergt heel wat mensen die geestelijke verzorging nodig hebben, vroeger gekken genoemd, maar die lopen er genoeg los in het dorp zelf)
  19. Munsterbilzen - Minsters: Waaj de Ford koem, koem ook (te) viël verkeir dür Minster, nie alléén van daaj wo opte Ford wërkde mèr ook van zwaur verkeir vür den heile indestrie ronte Ford (=De Ford fabrieken bezorgden in Munster heel wat verkeersoverlast, niet alleen door de spitsuren van de Fordwerkers, maar ook door camions die naar de nieuwe industriezone trokken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen