Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gat in`

  1. een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
  2. een gat in de lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
  3. een gat in de lucht springen (=ongeremd enthousiast zijn)
  4. Een gat in het dak krijgen (=Niet erg slim zijn)
  5. een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
  6. ergens geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
  7. Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (=Hij is niet zo bijzonder als hij zich voordoet)
  8. met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)

Het dialectenwoordenboek kent 460 spreekwoorden met `gat in`

  1. Kortrijks: tès ne gatlekker (=in iemands gunst willen zijn)
  2. Brugs: met e genepen gatjie zitten (=bang zijn)
  3. Alblasserdams: himpie raak mn gattie niet (=erg verwaant lopen)
  4. Oudenbosch: maokt dagge wegkomt lillukke gataope (=scheer je weg)
  5. Luyksgestels: gatvernon nog nie henne (=drommels nog aan toe)
  6. Munsterbilzen - Minsters: het raengert dattet gats (=het stortregent)
  7. Veurns: een gatje boate geev'n (=voordeel, voorsprong toekennen)
  8. Bocholtz: loag (=gat)
  9. Lokers: Héd ou aaiken nie gatte? (=Over iemand die smorgens slechtgezind is)
  10. Munsterbilzen - Minsters: dasset toetsje opte gateau (=de bakker zijn broodje is gebakken)
  11. Westfries: Op skot (=In de gaten)
  12. Oudenbosch: daoretie gin aariging in gat (=dat heeft hij niet in de gaten gehad)
  13. Westerkwartiers: alle hoekjes en hörntjes (=alle hoeken en gaten)
  14. Westfries: iemand op het snotje hebben (=iemand in de gaten houden)
  15. Lovendegems: op zijne nekke zitten (=In de gaten houden*)
  16. Dongens: wie, Jan Lère Gatspie en dan witte nog nie wie (=wie bedoel je)
  17. Liedekerks: Gatj em moete zie skofferdauën (=Je moest hem zien weglopen/vluchten)
  18. Zeeuws: 't Zal an je gatje nie snêêuwen (=Dat gaat daarom niet door)
  19. Bilzers: De bés pas ech aat aste kaase mej gon koste aste gatoo ! (=oud-zijn kost veel geld)
  20. Westerkwartiers: 'n oogje ien 't zeil holl'n (=iets in de gaten houden)
  21. Veurns: etwoar è gatje vieng'n (=ergens een vrij moment vinden)
  22. Ninoofs: ne patat (=gat in de kous)
  23. Heist-op-den-Berg: cinemates (=Een gat in je broekzak)
  24. Bilzers: ooge mét sted (= staarten) hübbe (=alles in de gaten hebben)
  25. Antwerps: ajeigeteur (=hij heeft het in de gaten)
  26. Amsterdams: Ik snuyf je (=Ik heb je in de gaten)
  27. Nijswiller: a gen naas ha (=in de gaten hebben)
  28. Geels: in doeweg haawe (=in de gaten houden)
  29. Tilburgs: èèrepel in oew sòkke (=gaten in je sokken)
  30. Nijswiller: a gen naas ha (=in de gaten hebben/vermoeden)
  31. Westfries: in de smieze houwe (=in de gaten houden)
  32. Veurns: 't gat in zieen (=ervandoor gaan)
  33. Werviks: 't gat of zin (=doodop zijn)
  34. Veurns: achter 't gat klapp'n (=roddelen)
  35. Zeeuws: kiek dn bakker is ter deur ekropen (=brood met gat er in)
  36. Evergems: 't zijn goaten in heur kesses (=er zitten gaten in haar kousen)
  37. Lebbeeks: gat: A oeëgen ni op a gat emmen (=Opmerkzaam zijn, alles gezien hebben)
  38. Lebbeeks: gat: Zijn oeëgen stoin ni op zij gat (=Hij merkt alles op)
  39. Vlijtingens: iemet ene stamp onder zen prij gève (=iemand een trap onder zijn gat geven)
  40. Klemskerks: me' ze gat vul schuld zitn: veel schulden hebben (=met zijn gat vol schuld zitten)
  41. Klemskerks: mè je gat vul schuld zitn: veel schulden hebben (=met je gat vol schuld zitten)
  42. Liedekerks: Kist ne ker men ol (=Kus mijn gat)
  43. Tilburgs: Ik woon in Boarschot (=Ik woon in een gat)
  44. Lebbeeks: gat: Gieë zittend gat emmen (=Bedrijvig zijn, altijd bezig zijn)
  45. Tilburgs: op oewen öster valle (=op je gat vallen)
  46. Bilzers: z'n broek verslijte (=op zijn luie gat zitten)
  47. Liemers: Hi-j lüp zig de gate uut de sök. (=Zich uitsloven)
  48. Munsterbilzen - Minsters: baeter misgesjoëte dan nie gesjoëte (=beter een gat in je schoen dan een schoen in je gat)
  49. Lichtervelds: zn gat schuufelt (=hij is tevreden)
  50. Ninoofs: in ieënen za gat raun (=kopstaartbotsing)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen