Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek




473 betekenissen bevatten `erg`

  1. ergens lucht van krijgen (=ergens van de op de hoogte geraken, iets in de gaten krijgen)
  2. het hart ergens aan ophalen (=ergens van genieten)
  3. van Teeuwes nog Meeuwes weten (=ergens van helemaal geen verstand hebben)
  4. ergens zijn tenten opslaan (=ergens verblijven, zich ergens vestigen)
  5. ergens met lood in de schoenen naar toe gaan (=ergens verschrikkelijk tegen opzien)
  6. Verstand hebben van gekookt eten. (=ergens verstand van hebben.)
  7. aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven)
  8. het anker lichten (=ergens vertrekken, weggaan en verder reizen)
  9. ergens een balletje over opgooien (=ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  10. iets hoog opnemen (=ergens zeer gekrenkt over zijn)
  11. iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
  12. tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
  13. acte de présence geven (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent)
  14. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  15. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  16. het zat zijn (=genoeg ergens van hebben en er geen zin meer in hebben)
  17. zijn zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
  18. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  19. een bittere pil slikken (=grote moeite ergens mee hebben)
  20. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  21. geen nagel hebben om zijn gat te krabben (=heel erg arm zijn)
  22. als de dood zijn voor iets (=heel erg bang zijn voor iets)
  23. zich het vuur uit de sloffen lopen (=heel erg de best doen)
  24. te dom zijn om voor de duvel/duivel te dansen (=heel erg dom zijn)
  25. met de ogen verslinden (=heel erg graag zien)
  26. liegen of/dat het gedrukt staat (=heel erg hard liegen)
  27. tranen met tuiten huilen/schreien (=heel erg huilen zonder dat het echt erg is)
  28. zo koud als een kaalgeschoren schaap (=heel erg koud)
  29. zich een aap lachen (=heel erg lachen)
  30. zo lek als een zeef zijn (=heel erg lek zijn)
  31. zo oud als de weg naar Kralingen zijn (=heel erg oud)
  32. zo oud als de weg naar Rome zijn (=heel erg oud)
  33. zo slim als een vos zijn (=heel erg slim zijn)
  34. kijken of men het in Keulen hoort donderen (=heel erg verbaasd kijken)
  35. kijken of men water ziet branden (=heel erg verbaasd kijken)
  36. zo fris als een hoentje (=heel fris, nog erg jong)
  37. op een strowis komen aandrijven (=helemaal berooid en arm ergens komen)
  38. in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
  39. op fluweel zitten (=het erg goed en gemakkelijk hebben)
  40. het wordt buigen of barsten (=het ergens op wagen)
  41. het is dief en diefjesmaat (=het is allemaal even erg)
  42. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  43. het is bij de konijnen af (=het is buitengewoon erg)
  44. je zou er toveren leren (=het is er erg vervelend)
  45. het is bar en boos (=het is heel erg; het is heel slecht)
  46. zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)
  47. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  48. het is een dubbeltje op zijn kant (=het is nipt, erg onzeker)
  49. het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  50. het is knudde met een rietje (=het is triestig / het lijkt nergens op)

Het dialectenwoordenboek kent 475 spreekwoorden met `erg`

  1. Brabants: hij is zo dwars as een remhout (=erg dwars zijn)
  2. Genneps: ze muuj als un maoj (=erg moe zijn)
  3. Twents: glad van de wieze (=erg van streek)
  4. Genneps: Èete als enne róshowwer (=erg veel eten)
  5. Genneps: Zó zat as hónderdduu.zend man (=erg bezopen)
  6. Drents: Hej giet er diepe deur. (=Hij is erg gelovig.)
  7. Westerkwartiers: hij is allernoaste ondeung'd (=hij is erg ondeugend)
  8. Roosendaals: IJ's zo zat as 'n melijer (=Hij is erg zat)
  9. Oudenbosch: ut vroor dattut kraokte (=het vroor erg streng)
  10. Venloos: Dae kièk wie einen boetsauto (=Hij kijkt erg verbaasd)
  11. Lichtervelds: tis bièèstekoed (=het is erg koud)
  12. Brabants: Da is ok! (=Het is is erg onwaarschijnlijk.)
  13. Zuid-west-vlaams: 't besan nie (=het is niet erg)
  14. Westerkwartiers: heulemoal ien 't roare (=heel erg bijzonder)
  15. Bosch: Hillemol van de koart (=Heel erg dronken)
  16. Haarlems: Hastikke link (=Heel erg leuk)
  17. Oudenbosch: das krimmieneel mooi gedaon (=dat is erg goed gelukt)
  18. Noorderkempisch: Dat is ook den duzendste luk (=Dat is erg toevallig)
  19. Brugs: da messang nie (=dat is helemaal niet erg)
  20. Westerkwartiers: da's niet biester mooi (=dat is niet erg mooi)
  21. Achterhoeks: dat is neet zo slim (=dat is niet heel erg,)
  22. Oudenbosch: die gaon aart (=die vinden erg veel aftrek)
  23. Huizers: hear op een hongd (=druk of erg veel)
  24. Wommersoms: een stinkende tijf (=een erg onaangename, onsympatieke vrouw)
  25. Sallands: oold vleijs (=een erg oud iemand)
  26. Hams: ij verschoot em nen oebel (=hij schrok heel erg)
  27. Kortrijks: ie was ene canard (=Hij was erg zat)
  28. Westerkwartiers: ze was liekbleek om 'e snuut (=zij was erg bleek)
  29. Waregems: vroet (stijf) geeëstig (=zeer (erg) leuk)
  30. Westerkwartiers: zij het twee linkerhand'n (=zij is erg onhandig)
  31. Opglabbeeks: zu zwart wienen turk (=erg vuil zijn)
  32. Westerkwartiers: die is niet biester groot (=die is niet erg groot)
  33. Steins: de kònt taenge de krub goeaije (=ergens (uit protest) mee ophouden)
  34. Steins: wie kumpt d'n duvel aan 'n ziël (=hoe komt iemand ergens aan)
  35. Hoekschewaards: Ast brij reegent heb iederêên een lepel nôôdig (=Als ergens veel behoefte aan is, is het vaak slecht te krijgen)
  36. Steins: moorziëlig allein (=eenzaam (heel erg))
  37. Weerts: nôw loupdje d'r met de klômpe doeër (=als iemand erg overdrijft)
  38. Heerlens: Zoe gruëtsj wie unne neegur mit zieëve piemeluh (=heel erg trots zijn)
  39. Drents: Zo drok weden as een hen veur de Paosdagen. (=erg druk zijn)
  40. Steins: dae kènt ein geit tösje de häör puëne (=erg ongezond uitzien (2))
  41. Oudenbosch: diejee zunneige lulluk in zun viengers gesneje (=die heeft zichzelf erg benadeeld)
  42. Twents: deur löp ne bokse en ne buis allenig (=die is erg mager)
  43. drents: het duuurde twee lang'n en twee breed'n (=Het duurde erg lang)
  44. Venloos: D'n haan verzoépe (=Het erg laat maken met uitgaan)
  45. Liemers: Daor hangen zillie d'r met de bene uut. (=Het is daar erg druk.)
  46. Bilzers: 't ès geen raut aut 'n vinster (=het is niet zo erg)
  47. Westfries: ik waai uut mien letste verskóoning (=het waait heel erg hard)
  48. Poperings: 't was mor e schete in e flessche / in e netzak (=het was niet erg)
  49. Gronings: tis ja veul te hait, tis nait kold vandoag (=Het is erg warm vandaag.)
  50. Sint-Niklaas: ier kunde me doûdnijpen (=hier heb ik erg veel pijn)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen