Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


148 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `erg`

  1. ergens oren naar hebben (=er wel iets in zien)
  2. ergens over vallen (=zich een probleem aantrekken)
  3. ergens paal en perk aan stellen (=orde op zaken stellen)
  4. ergens part noch deel aan hebben (=ergens niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
  5. ergens peper aan eten (=duur betalen)
  6. ergens prat op gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
  7. ergens slag van hebben (=iets handig kunnen doen)
  8. ergens vaart achter zetten (=het snel doen verlopen)
  9. ergens verzeild raken (=ergens onbedoeld terechtkomen)
  10. ergens voor geknipt zijn (=er zeer geschikt voor zijn)
  11. ergens voor in de wieg gelegd zijn (=er zeer geschikt voor zijn)
  12. ergens voor opdraaien (=het werk van een ander doen / ergens de schuld van krijgen)
  13. ergens voor tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  14. ergens werk van maken (=ergens mee aan de gang gaan)
  15. ergens zijn buik van vol hebben (=ergens genoeg van hebben)
  16. ergens zijn hoed voor afnemen (=er voor in bewondering staan)
  17. ergens zijn neus voor optrekken (=zich te goed vinden om iets te doen)
  18. ergens zijn pink wel voor willen geven (=iets heel graag willen hebben)
  19. ergens zijn tanden inzetten (=vasthoudend zijn, niet snel opgeven)
  20. ergens zijn tenten opslaan (=ergens verblijven, zich ergens vestigen)
  21. ergens zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
  22. gouden bergen beloven (=heel veel (onmogelijks) beloven)
  23. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  24. Het beste paard van stal vergeten. (=Een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  25. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  26. het erg bont maken (=zich al te fel te buiten gaan)
  27. het hart ergens aan ophalen (=ergens van genieten)
  28. het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog meer schade)
  29. iemand ergens voor warm maken (=iemands interesse voor iets opwekken)
  30. je groen en geel ergeren (=je heel erg ergeren aan iets of iemand)
  31. Je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=Een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  32. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  33. leergeld betalen (=fouten maken tijdens het leren)
  34. met hetzelfde sop overgoten (=even goed of slecht)
  35. moeten is dwang en huilen is kindergezang (=ik wil het wel doen, maar niet als het me verplicht wordt)
  36. niet erg vast in de schoenen staan (=zich gemakkelijk laten ompraten)
  37. onkruid vergaat niet (=het slechte is moeilijk uit te roeien)
  38. opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
  39. van kwaad tot erger komen/vervallen (=steeds erger worden)
  40. Woorden zijn dwergen, daden zijn bergen (=Woorden doen weinig, daden maken het verschil)
  41. zich vergalopperen (=al te snel iets willen doen)
  42. zijn bekomst ergens van hebben (=ergens genoeg van hebben)
  43. zijn kruk ergens tussen steken (=ergens ter hulp komen)
  44. Zijn licht ergens op laten schijnen (=Iets duidelijk maken)
  45. zijn penaten ergens vestigen (=zich vestigen (zich ergens thuis voelen))
  46. zijn weerga niet hebben (=ongeëvenaard zijn)
  47. zoals het handje thuis tost, tost het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)
  48. zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)

473 betekenissen bevatten `erg`

  1. arbeiden als een galeislaaf (=erg hard werken)
  2. met open armen ontvangen (=erg hartelijk ontvangen worden)
  3. vuur en vlam spuwen (=erg hevig uitvaren)
  4. van streek raken (=erg in de war door iets geraken)
  5. geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
  6. een blauwe maandag (=erg kort)
  7. op de achterste benen staan (=erg kwaad worden)
  8. zo kwaad als een spin zijn (=erg kwaad zijn)
  9. iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
  10. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  11. om van te kotsen (=erg lelijk, absoluut onplezierig)
  12. te lui om uit zijn ogen te zien (=erg lui)
  13. luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
  14. varkensvlees onder de armen hebben (=erg lui zijn)
  15. dat horen en zien je vergaat (=erg luid)
  16. zijn botten kunnen tellen (=erg mager zijn)
  17. vel over been zijn (=erg mager zijn)
  18. appeltje eitje (=erg makkelijk)
  19. zich geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
  20. vorderen als een luis op een teerton (=erg moeizaam opschieten)
  21. zo mooi als poes (=erg mooi (opgetut))
  22. zijn pen in alsem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
  23. zijn pen in gal en alsem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
  24. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  25. een harde nek hebben (=erg onbuigzaam zijn)
  26. iemand de voet kussen (=erg onderdanig naar iemand doen)
  27. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  28. met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
  29. rust noch duur hebben (=erg onrustig zijn)
  30. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  31. op dezelfde leest geschoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
  32. in vuur en vlam staan (=erg opgewonden zijn / hevig branden)
  33. al zo oud als de weg naar Kralingen (=erg oud)
  34. met Noach in de ark geweest zijn (=erg oud(erwets) en uit de mode zijn)
  35. door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
  36. zo scheef als een krab (=erg scheef)
  37. zich een aap schrikken (=erg schrikken)
  38. zich wezenloos schrikken (=erg schrikken)
  39. uit de grond stampen (=erg snel iets opbouwen)
  40. de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
  41. uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
  42. lopen alsof men een lantaarnpaal heeft ingeslikt (=erg stijf, houterig lopen)
  43. in zijn sas zijn (=erg tevreden met iets zijn of plezier met iets hebben)
  44. als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
  45. ergens prat op gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
  46. het hart hoog dragen (=erg trots zijn)
  47. bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
  48. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en heerlijk slapen)
  49. zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)
  50. zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)

Het dialectenwoordenboek kent 475 spreekwoorden met `erg`

  1. Bachten de kupes: jis upden dril (=hij is ergens heengegaan)
  2. Waalwijks: oew egge opnaaie (=je ergens over opwinden)
  3. Sevenums: embras maken (=zich ergens druk om maken)
  4. Munsterbilzen - Minsters: zich ter goed èndraeë (=zich ergens goed nestelen)
  5. Geffes: de kêntjes erraf loape (=zich ergens van ontrekken)
  6. Sint-Niklaas: 't zal nog gô verschoûnderen (=dat wordt nu nog erger; wat krijgen wij nu weer)
  7. Zwevegems: Ge doe mij nie vrèmde. (='k Heb je nog ergens gezien.)
  8. Buggenhouts: 't leste stroeiken oit tak trekken (=ergens langer blijven dan nodig)
  9. Zeeuws: mak us even aije zitten (=ergens niet goed bij kunnen)
  10. Maasbrees: de hoongk in de pot vingen (=ergens te laat voor komen)
  11. Antwerps: z'n boëntjes te wake gelei (=ergens zijn zinnen op gezet)
  12. Antwerps: Kannekoewellepe? (=Kan ik U ergens mee van dienst zijn?)
  13. Moorsel: Iveranst zen boeën'n op tewieëk geleid emmen (=ergens op gehoopt hebben)
  14. Vaals: d'r laudie fleute (=ergens makkelijk vanaf maken, lui zijn)
  15. Venloos: Zich dieke bein maake (=Zich ergens druk over maken)
  16. Venloos: Zich d'n bats schore (=Zich ergens gemakkelijk vanaf maken)
  17. Sint-Niklaas: 'k bèn dur tegenoan getist (=zich ergens zacht tegen stoten)
  18. Westerkwartiers: wel wiend zaait zel störm oogst'n (=doe je kwaad, je krijgt erger terug)
  19. Oudenbosch: ijis van d n klaover op de bieze geraokt (=hij is van kwaad tot erger gekomen)
  20. Genneps: Zó zoe.r as brèm (=erg zuur)
  21. Liwwadders: geeft niks, juh (=is niet erg)
  22. Hierdens: Doof as ,n kwartul (=erg doof)
  23. Sint-Niklaas: gelegen kommen (=ergens welkom zijn, van pas komen, we hebben je juist nodig)
  24. Genneps: Iets wied van zich af smiete (=Het ergens helemaal niet mee eens zijn)
  25. Betuws: k zai ut zoo zat as gespege spek (=ergens beu van zijn)
  26. Hulsters (NL): in de contramien ligghen (zain) (=het ergens niet mee eens zijn)
  27. Zuid-west-vlaams: ze nè mij nie vremde (=ik ken haar van ergens)
  28. Sint-Niklaas: ieverangst blève plakken (=langer ergens blijven dan voorzien)
  29. Oudenbosch: motte gij gaon ooie ? (=moet je vlug ergens naar toe ?)
  30. Sevenums: de asse oetdrage (=ten onrechte ergens voor op moeten draaien)
  31. Zeeuws: Over Baths ni Borsele gaen (=Met een omweg ergens heen gaan.)
  32. Sint-Niklaas: ieverangst noargoan (=ergens een klein bezoek afleggen, terloops binnenlopen)
  33. Genneps: Nie mèr op tèlle (=ergens niet meer op rekenen)
  34. Sint-Niklaas: dur bijzitten gelèk nen uil op ne kluit (=ergens overbodig zijn)
  35. Barnevelds: Gao bie je moeder de kachel uutpisse (=Ga ergens anders klieren!)
  36. Zaans: Op een hebbel en een drebbel (=Gehaast (ergens heen gaan))
  37. Geuls: get/eine urreges tusje gruffele (=iets/iemand ergens tussen werken)
  38. Zurriks: Op de schobberdeboonk goan (=Op de bonnefooi ergens naartoe gaan)
  39. Venloos: Zich dieke bein make (=Zich ergens druk over maken)
  40. Steins: blieve plekke (=ergens lang blijve hangen (in de kroeg))
  41. Steins: get aan ziene fits höbbe (=ergens zorgen over hebben)
  42. Westerkwartiers: weert 't niet op 't hooi, dan weert 't wel op 't gras (=elk weertype is wel ergens goed voor)
  43. Sint-Niklaas: er veel tijd insteken (=ergens veel tijd (moeite, geld...) aan iets besteden)
  44. Aarschots: Ha's geland (=Hij is eindelijk thuisgekomen (nadat hij ergens blijven hangen is))
  45. Sint-Niklaas: ze lopen de benen vanonder ulder gat (=ze lopen ergens heel rap naartoe)
  46. Sint-joasters: euver zich verkriege (=zich met de nodige twijfels ergens toe zetten)
  47. Eindhovens: Tis toch wa ! (=Dat is erg !)
  48. Fries: traag as dikke stront (=erg langzaam)
  49. Genneps: Vél ovver but (=erg mager)
  50. Oudenbosch: jonge jonge (=wat erg)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen