Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


85 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `en hebbe`

  1. Abraham gezien hebben (=50 jaar of ouder zijn)
  2. achter de kiezen hebben (=opgegeten hebben)
  3. achter de knopen hebben (=opgegeten hebben)
  4. al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
  5. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  6. de boon van de koek gekregen hebben (=geluk gehad hebben)
  7. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  8. de boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
  9. De domste boeren hebben de dikste aardappelen (=Met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  10. de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
  11. de lading binnen hebben (=dronken)
  12. de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeluisterd door anderen)
  13. de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
  14. de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben)
  15. de wind in de zeilen hebben (=voorspoed hebben)
  16. die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
  17. een appeltje met iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
  18. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  19. een hart van steen hebben (=geen medelijden met anderen hebben)
  20. een kruiwagen hebben (=geholpen worden)
  21. een lelijke noot met iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  22. een zak zout met iemand gegeten hebben (=iemand al lang kennen)
  23. ergens geen pap van gegeten hebben (=er weinig over weten)
  24. ergens haring of kuit van willen hebben (=ergens precies van willen weten hoe het in elkaar steekt)
  25. gedane zaken hebben geen keer (=wat voorbij is, keert niet meer weer)
  26. geen been hebben om op te staan (=geen enkele verantwoording kunnen geven)
  27. geen cent te makken hebben (=weinig te besteden hebben)
  28. geen naam mogen hebben (=niets te betekenen zijn)
  29. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  30. goede papieren hebben (=de goede eigenschappen hebben (voor een baan))
  31. haar op de tanden hebben (=van zich af kunnen bijten)
  32. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  33. hazenvlees gegeten hebben (=een bangerik zijn)
  34. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  35. het achter de oren hebben (=niet zo dom zijn als men lijkt)
  36. het buskruit niet uitgevonden hebben (=niet erg slim zijn)
  37. het gras in de knieën hebben (=lijden aan voorjaarsmoeheid)
  38. het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
  39. het in de ramen hebben (=het in de gaten hebben)
  40. het kruit niet uitgevonden hebben (=niet bijster slim zijn)
  41. het laatste woord willen hebben (=de baas willen zijn)
  42. het nakijken hebben (=te laat in actie zijn gekomen, een ander was je voor)
  43. het niet begrepen hebben op (=er geen zin in hebben - liever niet hebben)
  44. het niet verzien hebben op (=niet goed kunnen verdragen)
  45. het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
  46. het op de lippen hebben (=het net willen zeggen)
  47. het op de zenuwen hebben (=zenuwachtig zijn)
  48. het op iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)
  49. het op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vertrouwen)
  50. het rijk alleen hebben (=alleen baas zijn, alleen thuis zijn)

86 betekenissen bevatten `en hebbe`

  1. kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
  2. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  3. Op de magerste paarden bijten de dazen. (=Arme mensen hebben vaak pech)
  4. waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
  5. dat zijn aambeien met slagroom (=dat zijn dingen die niets met elkaar van doen hebben)
  6. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  7. de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
  8. aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
  9. het stuur kwijt zijn (=de controle verloren hebben)
  10. goede papieren hebben (=de goede eigenschappen hebben (voor een baan))
  11. de wind eronder hebben (=de ondergeschikten hebben angst)
  12. leven als een god in Frankrijk (=een aangenaam en zorgeloos leven hebben)
  13. onder het mes zitten (=een examen hebben, in angstige omstandigheden zitten)
  14. Niet het zout op zijn patatten verdienen (=Een klein inkomen hebben)
  15. één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  16. de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
  17. een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
  18. zich geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
  19. een vinger in de pap hebben (=ergens iets in te zeggen hebben, invloed hebben)
  20. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  21. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  22. ergens part noch deel aan hebben (=ergens niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
  23. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
  24. een hart van steen hebben (=geen medelijden met anderen hebben)
  25. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  26. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  27. in de knoei zitten (=grote moeilijkheden of zorgen hebben)
  28. de aap beet/binnen/weg hebben (=het geld ontvangen hebben)
  29. hoog van de toren blazen (=het grote woord willen hebben / opscheppen)
  30. het in de ramen hebben (=het in de gaten hebben)
  31. de kaap te boven zijn (=het probleem overwonnen hebben)
  32. iets uit het hoofd laten (=het vaste voornemen hebben om iets na te laten, iets niet doen)
  33. de lakens uitdelen (=het voor het zeggen hebben, de baas spelen)
  34. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  35. iemand op de hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
  36. zijn meester gevonden hebben (=iemand gevonden hebben die beter is, het beter doet)
  37. iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
  38. ergens zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
  39. zijn vingers naar iets aflikken (=iets heel erg graag willen hebben)
  40. ergens zijn pink wel voor willen geven (=iets heel graag willen hebben)
  41. hij heeft een appeltje met hem te schillen (=iets met iemand te bespreken hebben naar aanleiding van iets wat men die ander verwijt)
  42. een potje te vuur hebben staan (=iets onaangenaams te verwachten hebben)
  43. nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwachten hebben)
  44. in een glazen huis wonen (=iets op zijn kerfstok hebben / geen privéleven hebben)
  45. iets onder de kurk hebben (=iets te drinken hebben)
  46. iets op het hart hebben (=iets te vertellen hebben)
  47. mijn naam is haas (=ik weet nergens van en wil er niks mee te maken hebben!)
  48. jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
  49. kleine oorzaken, grote gevolgen (=kleine dingen kunnen grote gevolgen hebben)
  50. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 2 spreekwoorden met `en hebbe`

  1. Sint-Niklaas: ze zé mé older gat in de boter gevallen (=zij zijn gelukkig en hebben niets tekort)
  2. Westfries: ze benne trouwd en dain (=ze zijn getrouwd en hebben kinderen.)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen