Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


1319 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `een`

  1. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  2. een oud paard van stal halen. (=Oude argumenten opnieuw gebruiken)
  3. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  4. een oud wijf zijn (=zich niet flink gedragen - zeuren)
  5. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  6. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  7. een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  8. een paar mensen optrommelen (=een paar mensen laten komen)
  9. een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=Een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
  10. een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=Niet tot iets anders te bewegen)
  11. een paard met een zachte mond moet men met zachte toom besturen. (=Zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
  12. een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=Iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  13. een paardenmiddel (=Een sterk medicijn)
  14. een paardenmiddel (=een uiterste remedie)
  15. een pak van het hart (=een grote opluchting)
  16. een pannetje lusten (=een borrel lusten)
  17. een papieren zoldertje (=een dunne ijskorst)
  18. een patat geven (=Een mep geven)
  19. een pater goedleven (=iemand die van het leven geniet)
  20. een pechvogel (=iemand die steeds tegenslag heeft)
  21. een Pietje precies (=iemand die de dingen altijd heel precies wil doen)
  22. een pilaarbijter (=Een zeer schijnheilig / hypocriet persoon)
  23. een plaat voor je hoofd hebben (=kortzichtig zijn, niet open staan voor de omgeving)
  24. een pleister op de wonde leggen (=iets troostends aanbieden)
  25. een pluim krijgen of geven (=een compliment krijgen of geven)
  26. een Poolse landdag (=wilde, ongeregelde vergadering)
  27. een potje te vuur hebben staan (=iets onaangenaams te verwachten hebben)
  28. een proefballonnetje oplaten (=Door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  29. een profeet die brood eet (=iemand die waardeloze voorspellingen doet)
  30. een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
  31. een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekost dat je de volgende ronde niet meer aan kan)
  32. een raadsheer met een p (=raadsheer met p is praatsheer, men heeft er niet veel aan)
  33. een rare schaats rijden (=zich raar aanstellen, lichtzinnig leven)
  34. een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
  35. een renegaat is nog erger dan een Turk (=een vroegere vriend is een veel gevaarlijker vijand dan iemand die altijd een vijand is geweest)
  36. een reus op lemen voeten (=schijnbaar sterk maar in feite zwak)
  37. een rib(be) uit iemands lijf (=een grote uitgave)
  38. een ridder te voet zijn. (=Niets meer hebben)
  39. een ridder van de droevige figuur (=een sufferd)
  40. een ridder van de el (=een kleermaker)
  41. een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
  42. een ridder zonder vrees of blaam (=een moedig mens)
  43. een rijke stinkerd (=een rijk iemand)
  44. een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen))
  45. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  46. een roze bril op hebben (=verliefd op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
  47. een Salomonsoordeel vellen (=met een heel vraagstuk een zeer wijze en goede beslissing nemen)
  48. een scheve schaats rijden (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden)
  49. een schip op het strand is een baken in zee (=van de fouten die anderen hebben gemaakt kun je zelf veel leren)
  50. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)

1085 betekenissen bevatten `een`

  1. Het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=een verkeerde keuze maken)
  2. als klap op de vuurpijl (=een verrassing)
  3. een leven als een oordeel (=een verschrikkelijk lawaai)
  4. een aflossing van de wacht (=een vervanging van de ene persoon door een andere)
  5. goed zijn woord kunnen doen (=een vlotte prater zijn)
  6. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  7. iets te berde brengen (=een voorstel doen; iets ter sprake brengen)
  8. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (een bijt is een opening in het ijs))
  9. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  10. de vleespotten van Egypte (=een vroegere tijd van grote welvaart)
  11. een renegaat is nog erger dan een Turk (=een vroegere vriend is een veel gevaarlijker vijand dan iemand die altijd een vijand is geweest)
  12. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  13. Vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
  14. waarheid met de slag om de arm (=een waarheid die vele facetten kent)
  15. teken aan de wand (=een waarschuwing dat er iets gaat gebeuren)
  16. wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
  17. een lulletje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
  18. een man in bonis (=een welgesteld man)
  19. een keer nemen (=een wending nemen, veranderen)
  20. gewicht in de schaal leggen (=een wezenlijk deel bijdragen)
  21. Poolse landdag (=een wilde, ongeregelde bijeenkomst)
  22. er een laten vliegen (=een wind laten)
  23. magnum opus (=een zeer groot werk)
  24. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn)
  25. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  26. Een pilaarbijter (=een zeer schijnheilig / hypocriet persoon)
  27. een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
  28. door de molen halen (=een zeer uitgebreide procedure doen ondergaan)
  29. water naar de zee dragen (=een zinloos karwei opknappen)
  30. voor de kat zijn viool iets hebben gedaan (=een zinloze inspanning hebben geleverd)
  31. Wat helpt fluiten, als het paard niet pissen wil. (=een zinloze oplossing)
  32. een nieuwe lap op een oud kleed (=een zinloze toevoeging)
  33. het zeil in top zetten (=een zo goed mogelijke vertoning weggeven)
  34. een mooi span voor een bokkenwagen (=een zonderling koppel)
  35. een hartje zonder zorg (=een zorgeloos iemand)
  36. een schuimspaan zijn (=een zuiplap of niksnut zijn)
  37. Sisyfusarbeid (=een zware, onmogelijke, zinloze taak)
  38. verandering van spijs doet eten (=eens iets anders te doen doet de mens goed)
  39. aan een touw trekken (=eensgezind optreden)
  40. recht en slecht (=eenvoudig en eerlijk)
  41. met de hand op het hart (=eerlijk en gemeend)
  42. niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico's nemen)
  43. onze Lieve Heer heeft rare/vreemde kostgangers (=er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen)
  44. er een streep onder zetten (=er een eind aan maken, ermee stoppen)
  45. de smoor in hebben (=er een geweldige hekel aan hebben)
  46. balen als een stier (=er een gloeiende hekel aan hebben)
  47. ergens een puntje aan kunnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kunnen nemen)
  48. ergens een hele kluif aan hebben (=er een heel probleem aan hebben)
  49. de pest aan iets (gezien) hebben (=er een hekel aan hebben)
  50. het zuur hebben (=er een hekel aan hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 3551 spreekwoorden met `een`

  1. Bloemendaals: druk een punt! Laat het net fribreren (=scoor een goal!)
  2. Sint-Niklaas: wa een knosselas (=wat een prutster)
  3. Bargoens: een hengst verkopen (=een klap geven)
  4. Katwijks: hij hep een stee (=hij is heeft een baan op het schip)
  5. Liedekerks: E lept do me een kej azoe blaat as en skojle (=Hij heeft een blauw oog)
  6. Sint-Niklaas: ei eéd een dikke pengs (=hij heeft een heel dikke buik)
  7. Amsterdams: Hij hep een koekie uit het trommeltje late falle (=Hij heeft een scheet gelaten)
  8. Sint-Niklaas: ei eed een lamijnige stem (=hij heeft een trage, vervelende stem)
  9. lichtervelds: trekt een oar uut ze gat en tga klienkn lik e belle (=het is een vrek)
  10. brabants: werd door een brabantse tante gebezigd (=het is moeilijk zoenen met een stenen bakkes)
  11. Sint-Niklaas: ne suikernonkel, een suikertante (=een kinderloze oom of tante waar men van kan erven)
  12. Wetters: een eze (=een geboorte die langer dan 9 maanden op zich laat wachten)
  13. Wetters: een kraukende kerre rijd nog verre (=een krakende kar rijd nog ver)
  14. Lummens: een patat op oer bakkes gieve (=een mep op uw gezicht geven)
  15. Drents: Niet veur een mollebult umliggen gaon (=een tegenslag niet uit de weg gaan)
  16. Zeeuws: kiek kiek een kachel op den diek (=Kijk een veulen op de dijk)
  17. Oudenaards: een'n 'n zoef op zijn muile geevn (=iemand een dreun voor zijn harses geven)
  18. Flakkees: Kiek, kiek een kacheltje op du'n diek (=Kijk, kijk een veulentje op de dijk!)
  19. Leids: ik teer je netten in met een bledder (=ik trap je ramen in met een voetbal)
  20. Geels: dieje hee e bakkes oem een petrel oep te ploeje (=hij trekt een lelijk gezicht/is niet tevreden)
  21. Achterhoeks: noa een oavund brekken en zoepen ,kuj mooi op de proeme kroepen (=na een gezellige avond lekker vrijen)
  22. Overpelts: thoes in hoes zit een moes onder de toffel (=thuis in huis zit een muis onder de tafel)
  23. Sint-Niklaas: een eike geven (=zacht en strelend met een wang tegen elkaars gezicht wrijven)
  24. Sint-Niklaas: wa... (=een beetje...)
  25. Tilburgs: unnen hawtere jas (=een doodskist)
  26. Overmeers: 'n taksken palm (=een palmtakje)
  27. turnhouts: tis ne semmeleer (=een veelprater)
  28. Fries: R.Bokma (=een leeg casco)
  29. Teralfene: NENEUNUIN (=een OUDE HAAN)
  30. Westerkwartiers: 'n hapke en 'n drankje (=een hapje en een drankje)
  31. Brugs: u keun/ u kiptje (=een mooie jongen/ een mooi meisje)
  32. Moorsel: een goei vossink kroigen/een goei rammeling kroigen (=een pak rammel krijgen)
  33. Sint-Niklaas: ne neur van ne vengt (=een nukige man, een dwarsligger)
  34. Wommersoms: wa'n kemijde! (=wat een aanstellerij - wat een pantomime)
  35. Twents: Alna hef n eande, mear n metwors hef dr twee (=alles heeft een einde maar een metworst heeft er twee)
  36. Bilzers: spaor ze laeve mér nie ze geld (=beter een buikje van het zuipen dan een bult van het werken)
  37. Drents: Ok op een schelle pan past wal een lid (=Geen pot zo scheef of er past een deksel op)
  38. Steins: Dae split eine zwaegel (=Dat is een gierigaard)
  39. Moes: op een ulleken (=dicht bijeen)
  40. Lauws: flaskegeluk ein (=een cafeklant die de rest van een fles gratis in zijn glas krijgt)
  41. Graauws: ge kom slimmer van de mart als agger naor toe gaot (=een ezel stoot zich geen tweemal aan een steen)
  42. Giethoorns: Rookvleis duurt lange (=een Gerookte worst blijft lang goed -wordt ook gezegd van iemand die lang in een rokerig vertrek verkeren)
  43. Overpelts: e schoeë mèchtje (=een mooi meisje)
  44. Veurns: een dikkenek èn (=hooghartig zijn)
  45. Sint-Niklaas: een oogske trekken; pinken (=knipogen)
  46. Haags: Geef mein un bakkie pleur en un kanoh (=Mag ik van u een kopje koffie met een koekje)
  47. Fries: Myn pleats dat is in stee wêr't in brede reed hinne rint (=Mijn plaats dat is een stee waar een brede reed heen rent)
  48. Veurns: ze broertje een andje geev'n (=plassen)
  49. Rotterdams: een fax naar darmstadt sturen (=poepen)
  50. Zeels: een vloa rond ou üeren (=oorveeg)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen