Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `een groot`

  1. een klein lek doet een groot schip zinken. (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden.)
  2. geen groot licht zijn. (=niet al te slim zijn.)
  3. veel kleintjes maken een groot (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)

17 betekenissen bevatten `een groot`

  1. dat is er een uit de arke noachs (=dat is er een uit een groot gezin)
  2. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  3. grote lantaren klein licht (=een groot hoofd met weinig verstand)
  4. een heet hangijzer zijn (=een groot probleem zijn)
  5. zich in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  6. alles op een kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
  7. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  8. een slok op een borrel schelen (=een groot verschil maken)
  9. het zeil (hoog) in de top halen (=een grootse vertoning weggeven)
  10. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf. (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken.)
  11. bij de vleet (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
  12. ergens zijde bij spinnen (=ergens goed aan verdienen of een groot voordeel mee hebben)
  13. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
  14. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven. )
  15. (haring) bij de vleet (=in overvloed. (Een 'vleet' is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
  16. alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaar (=met geduld kan men veel bereiken - vele kleintjes maken een groot)
  17. van een mug een olifant maken (=van een klein probleem onnodig een groot probleem maken, erg overdrijven)

Het dialectenwoordenboek kent 19 spreekwoorden met `een groot`

  1. Vrasens: ne tettekop (=iemand met een groot hoofd)
  2. Brugs: e gat lik een tafel (=een groot achterwerk)
  3. Amsterdams: Een lel bier (=een groot glas bier)
  4. Volendams: nou binne we bedurreve (=nu hebben we een groot probleem)
  5. Genneps: dat is é heel ângaon (=dat is een grootse en gewaagde onderneming)
  6. Sint-Niklaas: e wezen gullèk een volle moan (=een groot vet, rond gezicht)
  7. Westerkwartiers: dat was 'n heule kluuf !! (=dat was een groot karwei !!)
  8. Bilzers: e graut gevaor (=een groot gevaar)
  9. Oudenbosch: da schil un meukesmaandje (=dat maakt een groot verschil)
  10. Oudenbosch: ijee altij gezope asun eggel (=hij is een groot innemer geweest)
  11. Ninoofs: Aa eet een veureut woër dadden zoeg kan op viggeren (=Hij heeft een groot voorhoofd)
  12. Munsterbilzen - Minsters: op nen aaë vilo moeste leire raaje (=het koppel heeft een groot leeftijdsverschil)
  13. Westerkwartiers: hij het moar 'n klein hartje (=hij heeft een groot woord maar is week van binnen)
  14. Volendams: nau bin ik gesjogte (Jiddish ) (=Nu zit ik met een groot probleem)
  15. Bilzers: e knêpke ès gêld ên e spier stroj ès mès (=veel kleintjes maken een groot)
  16. Westerkwartiers: dat hangt em as 'n meulnsteen om 'e nek (=dat is een groot probleem voor hem)
  17. Evergems: azoan raobe ek no nie gezien (=zo een groot hoofd heb ik nog niet gezien)
  18. Oudenbosch: ij mag daor op taofel piese (=hij heeft een (groot) streepje voor)
  19. Lebbeeks: brouijzzel: Beter 'n brok as 'n brouijzzel (=Beter een groot stuk dan een klein / Beter veel dan weinig)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen