Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


118 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `een g`

  1. aan een goed kantoor zijn (=op de juiste plaats zijn)
  2. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  3. als het hemd scheurt dan heeft het een gat (=wees niet vooraf al nodeloos bezorgd)
  4. arbeiden als een galeislaaf (=erg hard werken)
  5. beter een goede buur dan een verre vriend (=van mensen in zijn omgeving kan men meer hulp verwachten)
  6. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  7. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  8. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  9. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  10. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  11. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  12. Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=Je moet niet te veel denken)
  13. die heeft een graat in z'n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
  14. door de knieën gaan (=ergens met tegenzin mee akkoord gaan)
  15. door merg en been gaan (=hartverscheurend zijn)
  16. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  17. een garnaal heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasthoudt)
  18. een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
  19. een gat in de lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
  20. een gat in de lucht springen (=ongeremd enthousiast zijn)
  21. een gat in het dak krijgen (=Niet erg slim zijn)
  22. een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
  23. een gedwongen eed doet/is god leed (=een afgedwongen belofte wordt niet gehouden)
  24. een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
  25. een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=Als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  26. een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
  27. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  28. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=Men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
  29. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
  30. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  31. eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet)
  32. een geloof dat bergen kan verzetten (=een sterk geloof)
  33. een gepeperde rekening (=een hoge rekening)
  34. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  35. een gesloten boek (=iets wat niet te doorgronden is)
  36. een gevoelige snaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  37. een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
  38. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  39. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  40. een glaasje op hebben (=alcohol te hebben genuttigd)
  41. een gladde aal (=een gewiekst persoon (moeilijk te vangen))
  42. een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
  43. een gladde vogel (=iemand die zich overal weet uit te redden op slinkse wijze)
  44. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  45. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  46. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  47. een goed hart toedragen (=goed kunnen verdragen)
  48. een goed mondstuk hebben (=goed kunnen spreken)
  49. een goed paard maakt nog geen goede ruiter. (=Niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te krijgen.)
  50. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)

152 betekenissen bevatten `een g`

  1. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  2. het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  3. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  4. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  5. Waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=Als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  6. Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=Als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  7. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  8. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  9. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  10. vis moet (wil) zwemmen (=bij een goede maaltijd hoort een goed glas wijn (bier))
  11. dat is er een uit de arke noachs (=dat is er een uit een groot gezin)
  12. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
  13. men kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  14. zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed)
  15. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  16. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  17. fait accompli (=een gedane zaak)
  18. op zijn Pegasus stijgen (=een gedicht schrijven)
  19. Twee zotten onder één kaproen (=een gek is zelden alleen)
  20. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
  21. Je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  22. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  23. vechten tegen de bierkaai (=een gevecht aangaan dat al bij voorbaat verloren is)
  24. een dijk van een baan (=een geweldige baan)
  25. een gladde aal (=een gewiekst persoon (moeilijk te vangen))
  26. samen onder een deken liggen (=een gezamenlijk standpunt innemen)
  27. een krent (=een gierig persoon)
  28. goed begonnen is half gewonnen (=een goed begin is het halve werk)
  29. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  30. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  31. zijn hemel op aarde verdienen (=een goed en eerlijk leven leiden)
  32. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  33. op stoom komen (=een goed tempo bereiken)
  34. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  35. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  36. een wit voetje halen (=een goede indruk maken bij de leider(s))
  37. hoge ogen gooien (=een goede kans maken op iets)
  38. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  39. goed te boek staan (=een goede reputatie hebben)
  40. goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  41. in een goed blaadje proberen te komen (=een goede reputatie proberen te verkrijgen)
  42. een beer op sokken (=een goedzak)
  43. iemand een poets bakken (=een grap met iemand uithalen)
  44. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  45. zich in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  46. alles op één kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
  47. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  48. een slok op een borrel schelen (=een groot verschil maken)
  49. het zeil (hoog) in de top halen (=een grootse vertoning weggeven)
  50. een bok schieten (=een grote fout begaan of zich lelijk vergissen)

Het dialectenwoordenboek kent één spreekwoord met `een g`

  1. Volendams: Dut lekt wel een gaantje (=Dit is wel een grap)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen