Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `een ei`

  1. dat is een eitje (=het is heel eenvoudig)
  2. een ei in het nest laten (=Iets op voorraad hebben)
  3. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  4. een eitje (=heel gemakkelijk)
  5. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  6. ergens een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  7. het een eind uit de broek laten hangen (=royaal zijn)
  8. Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (=Hij is niet zo bijzonder als hij zich voordoet)
  9. iets voor een appel en een ei verkopen (=voor een erg lage prijs verkopen)
  10. in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk - aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
  11. men moet geen struif om een ei bederven (=men moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
  12. van die boer, geen eieren (=dit is een oplossing die men niet wenst)

11 betekenissen bevatten `een ei`

  1. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan (=aan alles komt een einde)
  2. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  3. uit de boot vallen (=een eigen gang gaan)
  4. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  5. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  6. er een streep onder zetten (=er een eind aan maken, ermee stoppen)
  7. zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oplossing kan komen)
  8. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  9. men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
  10. iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
  11. zich blind staren op (=te veel naar één eigenschap kijken)

Het dialectenwoordenboek kent 18 spreekwoorden met `een ei`

  1. Urkers: eaw jie al een ei at? (=heb je al een ei gehad?)
  2. Sint-Niklaas: een tikenei (=een ei van een kip)
  3. Sint-Niklaas: een ei klutsen (=een ei breken en in een kommetje roeren)
  4. Sint-Niklaas: kokkedein (=geluid dat hennen maken als ze een ei leggen)
  5. Sint-Niklaas: kokkedein (=het kakelen der hennen als ze een ei leggen)
  6. Sint-Niklaas: kot kot kotkedei (=roep der hen die een ei legt)
  7. Zeeuws: je kan we een ei in zn hat haar koken (=driftig persoon)
  8. Lichtervelds: jis zoî roend of een ei (=hij is erg dwaas)
  9. kortemarks: jis zoî roend of een ei (=het is een dommerik)
  10. Lichtervelds: ze zit zoî vul of een ei (=ze is hoogzwanger)
  11. Dongens: kwoij dek un aai haij, dan bakte iek un aai mee spek ak spek haij (=ik wou dat ik een ei had dan bakte ik een ei met spek als ik spek had)
  12. Sint-Niklaas: vur nen appel en een ei (=bijna voor niets (koopje))
  13. kortemarks: je zit met een ei in zne broek (=hij voelt zich niet op zijn gemak)
  14. Sint-Niklaas: ei loopt rond gullèk e kieken dad een ei moet gô leigen (=hij loopt onrustig rond)
  15. Sint-Niklaas: dur nor sloagen gelèk nen blengden nor een ei (=er maar op los raden)
  16. Veurns: die wilt koakel'n, moet een ei kunn'n legg'n (=wie wat beweert, moet wat kunnen)
  17. Tilburgs: Kwok un aai ha, dan aat ik aaier mee ham, ak ham ha. (=ik zou willen dat ik een ei had, dan at ik eieren met ham, als ik ham had.)
  18. Liemers: een ei 's gin ei, twee eiere 's 'n half ei, drie eiere 's pas 'n heel klein eitje (=Groot gebruiker van eieren alleen met Pasen.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen