Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

31 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `een e`

  1. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  2. alsof er een engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
  3. Beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=Kiezen voor zekerheid.)
  4. Daar steekt meer in dan een enkele panharing (=Daar zit meer achter)
  5. dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
  6. dat is een eitje (=het is heel eenvoudig)
  7. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  8. een echte Hannes (=een onhandig persoon)
  9. een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
  10. een egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
  11. een ei in het nest laten (=Iets op voorraad hebben)
  12. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  13. een eitje (=heel gemakkelijk)
  14. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  15. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  16. Een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=Een mens verandert niet door uiterlijkheden)
  17. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  18. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  19. elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
  20. ergens een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  21. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  22. het een eind uit de broek laten hangen (=royaal zijn)
  23. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  24. Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (=Hij is niet zo bijzonder als hij zich voordoet)
  25. iets voor een appel en een ei verkopen (=voor een erg lage prijs verkopen)
  26. in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk - aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
  27. Je kunt wel alleen eten, maar niet alleen werken. (=Men moet goed voor het personeel zijn.)
  28. Liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=Vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
  29. men moet geen struif om een ei bederven (=men moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
  30. praten als een ekster (=veel praten)
  31. van die boer, geen eieren (=dit is een oplossing die men niet wenst)

50 betekenissen bevatten `een e`

  1. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  2. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan (=aan alles komt een einde)
  3. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  4. Het leven is meer dan eten en drinken. (=Alleen eten en drinken vult geen leven.)
  5. Iemand in de buik straffen. (=Als straf geen eten geven.)
  6. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  7. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  8. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  9. Een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
  10. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)
  11. Boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
  12. een fluitje van een cent (=een eenvoudige taak)
  13. uit de boot vallen (=een eigen gang gaan)
  14. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  15. de sleutel op de doodskist leggen (=een erfenis weigeren)
  16. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
  17. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  18. de mier aan iets/iemand hebben (=een erge hekel hebben)
  19. over de schreef gaan (=een ernstige fout maken)
  20. onder het mes zitten (=een examen hebben, in angstige omstandigheden zitten)
  21. Het bijltje zoeken (=een excuus of uitweg verzinnen)
  22. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  23. er een streep onder zetten (=er een eind aan maken, ermee stoppen)
  24. iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / een erge hekel hebben aan iemand)
  25. er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
  26. aan elkaar hangen als droog zand (=geen enkele samenhang vertonen)
  27. geen been hebben om op te staan (=geen enkele verantwoording kunnen geven)
  28. van hot naar haar (=heen en weer)
  29. het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje (=het leven is niet een en al geluk maar kent soms ook tegenslag)
  30. het zal me worst zijn/wezen (=het maakt voor mij geen enkel verschil)
  31. zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oplossing kan komen)
  32. iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iemand op geen enkele manier ergens mee hinderen of tegenhouden)
  33. iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
  34. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  35. geen strobreed in de weg leggen (=in geen enkel opzicht hinderen)
  36. men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
  37. iemand beest maken (=kaartspel : zorgen dat iemand geen enkele slag haalt)
  38. niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven)
  39. met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
  40. lopen als een kip die haar ei niet kwijt kan (=onrustig heen en weer lopen)
  41. lopen als een muis in een meelton (=onrustig heen en weer lopen)
  42. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  43. iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
  44. psalmen zingen (=schuren met baksteen en zand)
  45. iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  46. zich blind staren op (=te veel naar één eigenschap kijken)
  47. iets voor een appel en een ei verkopen (=voor een erg lage prijs verkopen)
  48. de een z'n dood is een ander z'n brood (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
  49. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)
  50. als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen