Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

37 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `door d`

  1. 't Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  2. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  3. de kogel door de kerk laten gaan (=de beslissing nemen)
  4. De liefde van een man gaat door de maag. (=Je kan een man veroveren met goede kookkunst en lekker eten.)
  5. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
  6. de molen is/loopt door de vang (=de zaak of persoon is in de war (gek))
  7. de paal door de oven gewerkt (=bankroet gegaan)
  8. de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
  9. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  10. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  11. door de bank genomen (=gemiddeld; meestal; gewoonlijk)
  12. door de bocht gaan (=toegeven)
  13. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  14. door de bril van een ander zien (=de mening van een ander blind vertrouwen)
  15. door de kajuitsramen aan boord komen (=onmiddellijk bevelhebber worden, zonder eerste ondergeschikte te zijn geweest)
  16. door de knieën gaan (=ergens met tegenzin mee akkoord gaan)
  17. door de mand vallen (=van een lager niveau blijken te zijn dan de buitenwereld tot dan toe had gedacht)
  18. door de mand vallen (=Doorzien worden)
  19. door de mazen der wet kruipen (=de wet listig ontduiken)
  20. door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  21. door de molen halen (=een zeer uitgebreide procedure doen ondergaan)
  22. door de neus boren (=iemand anders iets de mogelijkheid ontnemen)
  23. door de wol geverfd zijn (=brutaal , schaamteloos zijn)
  24. door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
  25. door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  26. door dik en dun (=in goede en slechte tijden / alles overhebben voor iemand)
  27. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
  28. Het varken is door de buik gestoken (=1: Door krachtig optreden zijn de moeilijkheden uit de weg geruimd. 2: Alles is doorgestoken kaart, opgezet spel, de zaak is vooraf bedisseld)
  29. iemand door de mosterd halen (=op duidelijke wijze kenbaar maken wat iemand fout gedaan heeft)
  30. iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  31. iemands naam door de slijk halen (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  32. Iets door de vingers zien (=Iets oogluikend toestaan)
  33. kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
  34. Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen (=Men moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  35. met de konijnen door de tralies kunnen eten (=zeer mager zijn)
  36. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  37. niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)

14 betekenissen bevatten `door d`

  1. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  2. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  3. tand des tijds (=de sleet door de ouderdom)
  4. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  5. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  6. in goede aarde vallen (=door de ontvanger goed ontvangen worden)
  7. een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)
  8. iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
  9. olie in/op het vuur gooien (=iets doen waardoor de ruzie opnieuw begint of oplaait)
  10. een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
  11. (haring) bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
  12. het hoofd koel houden (=kalm blijven, zich niet door de spanning laten meeslepen)
  13. kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
  14. oog om oog en tand om tand (=wraak nemen voor onrecht dat je is aangedaan, door de dader precies hetzelfde aan te doen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen