Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `derd`

  1. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  2. de boel in het honderd sturen (=in de war maken/verstoren)
  3. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  4. de lachende derde. (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst.)
  5. de ouderdom komt met gebreken. (=als je ouder wordt ga je vanalles mankeren)
  6. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  7. een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
  8. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is nog genoeg)
  9. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is ruimte genoeg (brug, speling))
  10. er onderdoor gaan (=ziek worden, bankroet gaan, oververmoeid raken)
  11. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  12. het loopt in't honderd (=het gaat helemaal mis)
  13. in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
  14. ouderdom komt met gebreken. (=letterlijk)
  15. vrienden in de nood honderd in een lood (=in nood kent men zijn vrienden)
  16. vrienden in nood, honderd in een lood. (=wanneer er zich problemen voortdoen laten vrienden je vaak in de steek)
  17. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen. (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt.)

35 betekenissen bevatten `derd`

  1. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
  2. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
  3. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  4. dat is schering en inslag. (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw].)
  5. driemaal is scheepsrecht. (=de derde keer zal je wel gaan lukken)
  6. het gouden kalf aanbidden (=de hoogste waarde hechten aan geld / zich onderdanig gedragen tegenover rijken)
  7. de bordjes zijn verhangen (=de omstandigheden zijn veranderd)
  8. de wind waait uit een andere hoek (=de omstandigheden zijn veranderd)
  9. tand des tijds (=de sleet door de ouderdom)
  10. oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd.)
  11. het vlees doden (=de zinnelijke behoeften onderdrukken)
  12. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  13. iemand de voet kussen (=erg onderdanig naar iemand doen)
  14. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  15. staan te kijken als een kat in een vreemd pakhuis (=erg verwonderd staan kijken)
  16. staan te kijken of men het in Keulen hoort donderen (=erg verwonderd staan kijken)
  17. leven als een oester (=geheel van de wereld afgezonderd leven)
  18. een lintje krijgen (=geridderd worden - een compliment krijgen)
  19. alle goede dingen bestaan in drieen (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen…)
  20. een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
  21. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  22. het in de gorten laten lopen (=het in het honderd sturen)
  23. het in de gort jagen (=in het honderd sturen)
  24. chapeau bas spelen (=onderdanig zijn)
  25. over zijn toeren (=ontredderd)
  26. op straat zetten (=ontslaan - het onderdak ontnemen)
  27. op straat staan/zitten (=ontslagen zijn - geen onderdak meer hebben)
  28. rijden en omzien (=verderdoen maar ook opletten)
  29. onder het Caudijnse juk moeten doorgaan (=vernederd worden)
  30. de vlag voor iemand strijken (=voor iemand onderdoen, zijn meerdere erkennen)
  31. met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten. (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak.)
  32. wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven. (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld.)
  33. een dak boven zijn hoofd hebben. (=woonruimte hebben, onderdak hebben.)
  34. buigen als een knipmes (=zeer onderdanig doen)
  35. zich op zijn pik getrapt voelen. (=zich zwaar vernederd voelen.)

Het dialectenwoordenboek kent 7 spreekwoorden met `derd`

  1. Sint-Niklaas: tweedus (derdus, vierdus...enz.) (=ten tweede (ten derde, ten vierde...enz))
  2. Waregems: derde kieëre sloa boete (=derde keer trakteren)
  3. Westfries: hunnie of zullie (=zij (derde persoon meervoud))
  4. Merenaars: zijnen derden tujenen (=bont maken)
  5. Weerts: gestoeële good keumtj noeëts in 't derdje blood (=gestolen goed gedeit niet)
  6. Zurriks: Over de derde schei schiete (=Diarree hebben)
  7. Munsterbilzen - Minsters: zen onderlip hink tot op zenen derde hümmesknoop (=hij baalt enorm)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen