Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de weg`

  1. aan de weg timmeren (=veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen)
  2. al zo oud als de weg naar Kralingen (=erg oud)
  3. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  4. De boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=Je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
  5. de brede weg opgaan (=zondigen)
  6. de weg kwijt zijn (=zich onhandig opstellen, onverstandige keuzes maken)
  7. de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens (=veel goede voornemens hebben zonder ze daadwerkelijk uit te voeren)
  8. de weg van alle vlees gaan (=sterven)
  9. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  10. een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kunt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
  11. geen strobreed in de weg leggen (=in geen enkel opzicht hinderen)
  12. iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iemand op geen enkele manier ergens mee hinderen of tegenhouden)
  13. iemand geen strobreed in de weg leggen (=niets doen om iemand tegen te houden of te belemmeren)
  14. iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
  15. in het wilde weg (=zonder overleg)
  16. leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  17. naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
  18. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  19. zo oud als de weg naar Kralingen zijn (=heel erg oud)
  20. zo oud als de weg naar Rome zijn (=heel erg oud)

7 betekenissen bevatten `de weg`

  1. Het varken is door de buik gestoken (=1: Door krachtig optreden zijn de moeilijkheden uit de weg geruimd. 2: Alles is doorgestoken kaart, opgezet spel, de zaak is vooraf bedisseld)
  2. waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
  3. ergens heg noch steg weten (=ergens de weg niet kennen)
  4. iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
  5. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  6. iemands licht betimmeren (=in de weg staan - het licht benemen)
  7. het kind met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen)

Het dialectenwoordenboek kent 50 spreekwoorden met `de weg`

  1. Bilzers: Voert! (=Uit de weg!)
  2. denderleeuws: medja (=uit de weg!)
  3. Avelgems: Gerten, Gert of guifte (=Uit de weg gaan, Ga uit de weg)
  4. Kortrijks: gerte ne kjé (=ga eens uit de weg)
  5. Twents: Hee is zie’n hoesbreef verget’n (=hij is de weg kwijt)
  6. Vejels: Da ligt op mijnen teen (=Het ligt in de weg)
  7. Wetters: uit mijne schietlap!! (=je staat in de weg)
  8. Geels: onder de voet stoan (=in de weg staan)
  9. Twents: in de porren zitten (=in de weg zitten)
  10. oudenaards: Mijdt ui ! (=ga eens uit de weg !)
  11. Bilzers: sjaajfés (=ga eens wat uit de weg)
  12. Sint-Niklaas: mikt ô (=ga uit de weg)
  13. Bilzers: Sjauw dich (=Uit de weg)
  14. Steenbergs: uit de pad! (=uit de weg - opgepast)
  15. Noorderkempisch: Ette pad! (2x doffe e) (=Uit de weg!)
  16. Zwevegems: teur eut de weu (=ga uit de weg)
  17. Londerzeels: tsaan de baan (=naast de weg)
  18. Moes: uit mijnen gerlap (=uit de weg)
  19. Westerkwartiers: zij is 't spoor biester (=zij is de weg kwijt)
  20. Geels: oonder de voet stoan (=in de weg staan)
  21. Bilzers: Pas op, sjauw dich (=Opgelet, uit de weg)
  22. Veghels: witte gij de weg naor Uje dan hedde veul kalk nodig (=weet je de weg naar Uden)
  23. Munsterbilzen - Minsters: van wieëskante van de stroeët (=aan weerszijden van de weg)
  24. Westels: het hangt niet aan uw been (=het zit niet in de weg)
  25. Zurriks: He-j zit genne boer in zien veenster (=Hij zit niemand in de weg)
  26. Bosch: dat staot gin boer in zunne venster (=dat staat niemand in de weg)
  27. Westerkwartiers: één van kaant moak'n (=iemand uit de weg ruimen)
  28. Zeeuws: alla hi ni je moeder en zei asse koekn bakt (=in de weg lopen)
  29. Ossies: In de nisse stoan (leége)\r\n\r\nIn de weeg stoan (=In de weg staan (liggen))
  30. Merenaars: da ligt dor weer te raun (=slordig in de weg laten liggen)
  31. Volendams: je moeder et taartjes (=als je in de weg loopt)
  32. Sint-Laureins: geirt o ne kéeir (=ga eens uit de weg)
  33. Roermonds: Laup mich neet zo onger de veut (=Jij staat mij in de weg)
  34. Lommels: ze zit nie ha'etuf (=ze gaat niets uit de weg)
  35. Drents: Niet veur een mollebult umliggen gaon (=Een tegenslag niet uit de weg gaan)
  36. Gelaens (Geleens): Mit ein bäögske óm emes haer loupe. (=Iemand uit de weg gaan.)
  37. Oudenbosch: ik wit daor gein eg of steg (=ik weet daar helemaal de weg niet)
  38. Loois: Da stao hie ellemoal grellig innne let. (=Dat staat hier allemaal ontzettend in de weg.)
  39. Liwwadders: dat figuur spoort niet helemaal goeed (=hij is een beetje de weg kwijt)
  40. Roosendaals: ik ken 'ier glad gin eg of steg (=ik ken hier de weg niet)
  41. Oudenbosch: witte gij dun breeje gaang en ok waor de smalle is ? (=weet u de weg in Oudenbosch ?)
  42. Hoekschewaards: de wegn kommn al bei ker (=de wegen komen allemaal bij elkaar)
  43. Steins: ènne òngebiëjde (=iemand die niets uit de weg gaat)
  44. Lopiks: 'k ga ff de vullis (of kliko) aan de dijk zetten (=Ik ga even de vuilnis aan de weg zetten)
  45. Munsterbilzen - Minsters: de bèste éndrëk èsten aofdrëk vannen autdrëk (=belangrijk is niet de weg die je aflegt, maar de sporen die je nalaat)
  46. Epers: Heb ze in Heerde ôk bult'n in de weg ? (=hebben ze in Heerde ook verkeersdrempels?)
  47. Westerkwartiers: de weg noar de hel is plaveid met goeie veurneem'ns (=zijn goede voornemens uitstellen)
  48. Tilburgs: Indien ja het antwoord is, dan hèdde veul witkalk nôodeg!! (=Ken jij de weg naar Rome ( Witte gè de wèg naor Rôome ) (Witten is ook met witkalk bestrijken))
  49. Munsterbilzen - Minsters: Zjang Maajers, mèt zen braudkar, koëm mekan altijd zaot trèg iëver den Driëf van Eegebilze (=Het paard van bakker Jan Meyers kende de weg van Eigenbilzen over de Dreef van buiten, als Zjang weer eens zat was.)
  50. Klemskerks: zo plat of e zesse: helemaal plat, vooral gezegd van iets wat platgeslagen of op de weg platgereden is (=zo plat als een zes)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen