Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de ving`

  1. de vinger aan de pols houden (=in de gaten houden of alles goed gaat)
  2. de vinger Gods (=het werk van God)
  3. de vinger op de wond leggen (=precies aangeven waar het probleem zit)
  4. de vingers jeuken hem (=het bijna niet kunnen laten er op los te slaan)
  5. ergens de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  6. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  7. iemand op de vingers kijken (=steeds kijken wat iemand doet, en of die het goed doet)
  8. iemand op de vingers tikken (=een standje geven, berispen)
  9. Iets door de vingers zien (=Iets oogluikend toestaan)
  10. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  11. met de vinger nawijzen (=iemand uitgelachen)
  12. om de vinger winden (=er gemakkelijk baas over worden)
  13. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  14. op de vingers zien (=streng op iemand opletten)
  15. zich in de vingers snijden (=zichzelf (onbedoeld) benadelen)

3 betekenissen bevatten `de ving`

  1. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  2. Met de Adamsvorken eten. (=Met de vingers eten.)
  3. met zijn tien geboden eten (=zonder bestek met de vingers eten)

Het dialectenwoordenboek kent 17 spreekwoorden met `de ving`

  1. Bilzers: en eegske tauwpitse (=door de vingers zien)
  2. Munsterbilzen - Minsters: n eegske taupitse (=iets door de vingers zien)
  3. Munsterbilzen - Minsters: de kok n vaeg autte pan gaeve (=een timmerman op de vingers tikken)
  4. Westerkwartiers: hij streek zien haand over 't haart (=hij zag het door de vingers)
  5. Waregems: deran zitn vribblen (=veelvuldig heen en weer wrijven tussen de vingers)
  6. Munsterbilzen - Minsters: de vings ze ! (=ben je mal !)
  7. Munsterbilzen - Minsters: de vingse, me kènd ! (=je bent mal, meisje !)
  8. Munsterbilzen - Minsters: de vingse,zieëker ! (=ben je mal !)
  9. Bilzers: de vings! (=Je bent niet goed wijs!)
  10. Twents: Nen heet gebaker`n mot oppassen dat hee biej`t miegen de vinger nich verbraand. (=Een heet gebakerde moet oppassen dat hij bij het plassen de vinger niet verbrand.)
  11. Munsterbilzen - Minsters: ich gon em ès defteg op ze braud gaeve (=ik ga hem een goed op de vingers tikken)
  12. Munsterbilzen - Minsters: hae zoo zen eege wol on de kop konne slon (=ik moest de timmerman wel op de vingers tikken)
  13. Munsterbilzen - Minsters: hae zoeg et dër de vingers (=de blinde wou het niet zien)
  14. Westerkwartiers: 't geld glid 'em deur de vingers hen (=hij geeft gemakkelijk veel geld uit)
  15. Westerkwartiers: 'n foudje deur de vingers kiek'n (=opzettrelijk een fout over het hoofd zien)
  16. Hulsbergs: kinger kinger, doot 't mit de vinger, doot 't mit de doem, kriet de vrouw 'n dieke proem (=stout kinderrijmpje)
  17. Bilzers: Doetet mét de vingers of doetet mette daum,t vrouke krait en naote praum (=Alle middelen zijn goed om je doel te bereiken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen