Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Het dialectenwoordenboek kent 5597 spreekwoorden met `de no`

  1. Walshoutems: de zoeg moet kudderen (=De zeug moet werpen)
  2. Zwols: de blumegies buten zetten (=de bloemetjes buiten zetten)
  3. Wommersoms: de groewete kowsh (=de grote schoonmaak)
  4. Westerkwartiers: de heule boedel is ommiedert (=de hele boel is omgevallen)
  5. Mestreechs: aon de pin legke (=de klos zijn)
  6. Munsterbilzen - Minsters: on de pin lèkke (=de klos zijn)
  7. Melseels: de koei zit vol (=de koe is zwanger)
  8. Epers: de koeh wordt melk (=de koe moet kalven)
  9. Veurns: De broek draag'n (=De leiding hebben)
  10. Mestreechs: de mestreechter geis (=de maastrichtse geest)
  11. Urkers: de tafel anzetten (=de tafel dekken)
  12. Munsterbilzen - Minsters: iëver de roje gon (=buiten de regels gaan)
  13. Booms: de kakkenest (=jongste spruit in de famillie)
  14. Walshoutems: Loep no de faradjiere (=Iemand naar de *tuut* sturen)
  15. Geels: in de jeer dabbe (=in de aarde (grond) graven)
  16. Veurns: in de bak zitt'n (=in de gevangenis vertoeven)
  17. Westerkwartiers: onner de blode hemel (=in de openlucht)
  18. Veurns: in de rabbelzak zitt'n (=in de problemen zitten)
  19. Giethoorns: De broodkrummels stikken em (=In de pubertijd)
  20. Munsterbilzen - Minsters: èn de knoj gerok (=in de rats zitten)
  21. Sint-Niklaas: in de blakke zon zitten (=in de snikhete middagzon zitten)
  22. West-Vlaams: in de piense oeden (=in de tang houden)
  23. Geels: onder de voet stoan (=in de weg staan)
  24. Twents: in de porren zitten (=in de weg zitten)
  25. Steins: saer de tonnaer / saer de miljaar/ saer de nondedjuu (=krachttermen)
  26. Hams: de muer, zoe 'tsjal ? (=kookt de waterketel reeds ?)
  27. Arnhems: hengst vur de zuigert (=klap voor de kop)
  28. Boakels: mi de Korst (=met de Kerst)
  29. Amsterdams: Loop naar de ratsmodee (=Loop naar de bliksem)
  30. Opwijks: Ni 't scherpste mes in de schoif (=Niet de snuggerste)
  31. Vilvoords: noa de koor goan (=naar de wc gaan)
  32. Klazienaveens: noar de brugge goan (=naar de winkel gaan)
  33. Weerts: De kefee in scheete (=Naar de kroeg gaan)
  34. Westerkwartiers: liek teeg'n de wiend ien (=pal tegen de wind in)
  35. Gelaens (Geleens): Razele van de kaw. (=Rillen van de kou.)
  36. Sint-Niklaas: lutst ies in de soep (=roer eens in de soep)
  37. Genneps: iets an de lat loate schrieve (=op de pof kopen)
  38. Lovendegems: met de gebroken potten zitten (=opdraaien voor de kosten)
  39. Westfries: kladdig op de reg (=smerig op de rug)
  40. Bilzers: van de hand Gods geslaoge (=van de wijs)
  41. Bilzers: van de kante van... (=uit de omgeving van...)
  42. Oudenbosch: de klevetter opgaon (=viervoets de benen nemen)
  43. Bilzers: wot de toffel drig (=wat de pot schaft)
  44. Dordts: Zit in de ge van genis (=Zit in de gevangenis)
  45. Westerkwartiers: veur de poedelegrap en oarigheid (=voor de grap)
  46. Kaatsheuvels: ze stoat op de gut (=zij staat in de keuken)
  47. Liessents: Ze het de boks an (=Ze is de baas in huis)
  48. Westlands: in de louwte rijen (=in de luwte fietsen)
  49. Hoogstraats: mej de kaorten speulen (=met de kaarten spelen)
  50. Mols: ties noa de knoppe (='t is naaar de vaantjes)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen