Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de neus`

  1. bij de neus hebben (=iets wijsmaken)
  2. de neus optrekken (=duidelijk maken dat men iets of iemand niet waardeert)
  3. door de neus boren (=iemand anders iets de mogelijkheid ontnemen)
  4. een bril op de neus krijgen (=moeten gehoorzamen aan iemand)
  5. Elkaar bij de neus nemen (=Elkaar voor de gek houden)
  6. geen knip voor de neus waard zijn (=zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben)
  7. iemand bij de neus nemen (=iemand voor de gek houden; iemand bedriegen)
  8. iemand de pen op de neus zetten (=streng ondervragen of aanpakken)
  9. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  10. iemand een pen op de neus zetten (=iemand dreigend vermanen)
  11. iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
  12. iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  13. iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het niet langer kan negeren)
  14. met de neus in de boeken zitten (=veel lezen)
  15. met de neus in de boter vallen (=door geluk rijk geworden zijn)
  16. onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt)
  17. wie het onderste uit de kan wil hebben die valt het lid op de neus (=wie altijd het uiterste wil, krijgt uiteindelijk niets)

Het dialectenwoordenboek kent 17 spreekwoorden met `de neus`

  1. Sint-Niklaas: in de neus koteren (pielewuiters vangen) (=in de neus plukken)
  2. Lochristis: zij'n neuze kuis'n (=de neus snuiten)
  3. Aalsters: schiefgoddeweg (=langs de neus weg)
  4. Veurns: gin roste klute wèèrd (=geen knip voor de neus waard)
  5. Sint-Niklaas: de neus afbijten (=afsnauwen)
  6. Bilzers: Lot dich nie verniëke! (=Laat je niet bij de neus nemen!)
  7. Maas en waals: zit nie in oew neus te pulleken (=zit niet met je vinger in de neus)
  8. Buggenhouts: hei hee ne verstopte nees. hei hes versnoft (=het is moeilijk ademen(door de neus))
  9. Sint-Niklaas: iemand de neus afbijten (=iemand afsnauwen)
  10. Sint-Niklaas: iemand de neus afbijten (=iemand onbeleefd afsnauwen)
  11. Westerkwartiers: dat is 'em deur de neus boord (=dat heeft men hem ontstolen)
  12. Sint-Niklaas: een scheef antwort krijgen; de neus afbijten (=een bits antwoord krijgen)
  13. Venloos: Loop met de neus naar boven (=ik kom uit venlo)
  14. Westerkwartiers: ze hemm'n 'em bij de neus had (=zij hebben hem gefopt)
  15. Zaans: Un pin op de neus geve (=(Iemand) tot de orde roepen)
  16. Maas en waals: Zit niet in de neus te peuteren of pulleken (=zit niet je neus schoon te maken met je vingers)
  17. Westerkwartiers: dat zall'n we 'm nog es onner de neus wriev'm (=dat zullen we hem nog eens duidelijk vertellen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen