Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de kop`

  1. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  2. de kop is eraf (=er is een begin gemaakt)
  3. de kop van jut (=het slachtoffer, het zwarte schaap)
  4. de koperen ploert (=de zon)
  5. de koppen bij elkaar steken (=overleggen)
  6. de spijker op de kop slaan (=de kern van de zaak benoemen)
  7. de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
  8. Een deksel op de kop hebben (=De verantwoordelijkheid voor iets nemen)
  9. hij vaart de haring over de kop (=hij schiet zijn doel voorbij)
  10. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  11. met de kop tegen de muur lopen (=nutteloos geweld gebruiken)
  12. met de kous op de kop thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
  13. met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
  14. met een bord voor de kop lopen (=niet voor andere omstandigheden of zienswijzen open staan)
  15. op de kop af (=nauwkeurig / precies, exact)
  16. op de kop tikken (=voor een goede prijs iets kopen)
  17. over de koppen kunnen lopen (=gezegd als er veel volk is)
  18. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  19. Wie een paard uit de wei wil halen, moet het beest niet eerst met het halster tegen de kop slaan. (=Je bereikt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
  20. zich voor de kop schieten (=inzien dat men een grote stommiteit gedaan heeft - zelfmoord plegen)
  21. zich wel voor de kop kunnen slaan (=kwaad zijn op zichzelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft)

Het dialectenwoordenboek kent 98 spreekwoorden met `de kop`

  1. Gronings: onner t mous stoppen (=op de kop zitten)
  2. Fries: It spiepke tûtje (=Op de kop zitten)
  3. Arnhems: hengst vur de zuigert (=klap voor de kop)
  4. Lutters: hi'j sleug de spieker op de kop (=hij sloeg de spijker op de kop)
  5. Fries: Dè Gideon oh de kop hawe heu (=De Gideon op de kop hebben)
  6. Munsterbilzen - Minsters: de kop (=mismoedig worden)
  7. Opglabbeeks: hand buve de kop houwe (=beschermen)
  8. Bilzers: on de kop gestaute (=geraakt)
  9. Achterhoeks: i-j könt iemand wal veur de kop -, maor neet in de kop kieken (=iemand niet tegauw oordelen.)
  10. Twents: loat oe nich in de tuk drietn (=laat je niet op de kop zitten)
  11. Westerkwartiers: zien leev'm stijt op 't spel (=het kan hem de kop kosten)
  12. Munsterbilzen - Minsters: hae hoch et bij et raechte eind (=de smid sloeg de nagel op de kop)
  13. Munsterbilzen - Minsters: de kop (erm) lotte hange (boemele) (=de moed verliezen)
  14. Steins: Emes get nao de kop goeaije / slingere (=Iemand de huid vol schelden)
  15. Bilzers: dae zen zaok és iëver de kop gegon (=hij is failliet)
  16. Stellingwarfs: de kop in de goeze (=in de war)
  17. Westerkwartiers: over de kop goan (=failliet gaan)
  18. Riekevorts: un plank vur de kop hebbe (=iets niet zien)
  19. Genks: hèèt den hoan de kop aafgebiete (=heeft vuurrode lippen)
  20. Limburgs: hóbs ze gein oare aan de kop (=niet goed luisteren)
  21. Genneps: 't Vroegjaor ien de kop krie.ge (=Schoonmaakwoede)
  22. Westerkwartiers: uut de kop leer'n (=van buiten leren)
  23. Opglabbeeks: hè hêttum tiege de kop geluipe (=van mening verschillen)
  24. Genneps: 't hoog ien de kop hèbbe (=verwaand zijn)
  25. Maas en waals: die he't hoog in de kop (=ze is erg verwaand)
  26. Westerkwartiers: met de kop teeg'n de muur aanloop'n (=behoorlijk tegenstand ondervinden)
  27. Munsterbilzen - Minsters: iemed de aure van de kop zaoge (=blijven aandringen)
  28. Zeeuws: un blomme de kop uut niepen (=een plant snoeien)
  29. Giethoorns: de kop oranje em-m (=Kwaad wezen)
  30. Westerkwartiers: hij het de kop deur 't helster (=hij is bovenjan)
  31. Bilzers: de aure van de kop zaoge (=doordrammen)
  32. Steins: Doe höbs de kop los !! (=Jij bent hartstikke gek!!)
  33. Munsterbilzen - Minsters: iemes de hand boëve de kop hage (=iemand beschermen)
  34. Westerkwartiers: hol de kop d'r veur !! (=houd moed !!)
  35. Genneps: Da gebeurt nie, al goade op de kop staon (=versterkte afwijzing)
  36. Bilzers: vür de kop gelope (=voor het hoofd gestoten)
  37. Bilzers: on de kop van (de) toffel (=aan het hoofd van de tafel)
  38. Giethoorns: de kop deur 't elster em-m (=Die zit op rozen)
  39. Westerkwartiers: hij liep met de kop teeg'n de muur (=hij stuitte op verzet)
  40. Gelaens (Geleens): Doe höbs de kop los. (=Je bent niet goed wijs.)
  41. Sallands: As 't kop van de rompe is eske'jn, is 't biest dood. (=Als de kop van het lichaam is geschieden, is het dier dood.)
  42. Opglabbeeks: 't groeijtem buve de kop uut (='t wordt hem te veel)
  43. Oudenbosch: de zaok is over de kop gegaon (=de zaak is teloor gegaan)
  44. Munsterbilzen - Minsters: daaj zaeg tich de aure van de kop (=die blijft maar zeveren)
  45. Giethoorns: de kop lop mi-j omme (=Te druk bezig zijn)
  46. Lunters: Bi je helemaal glad van de kop! (=Ben je helemaal gek! (betoeterd))
  47. Westerkwartiers: de kop lopt mij om (=ik ben helemaalmin de war)
  48. Genneps: De ogen vör de kop hèbbe hange (=Erg vermoeid en slaperig zijn)
  49. betuws: Die hed ut mos op de kop (=Een ouder persoon / bejaarde)
  50. Sevenums: Do bis krank in de kop! (=Jij bent ziek in je hoofd!)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen