Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de grot`

  1. aan de grote klok hangen (=algemeen bekend maken)
  2. de grote kaars gaat uit (=de zon gaat onder)
  3. de grote klok luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
  4. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt)
  5. de grote vissen eten de kleine (=de grote (mensen) verdringen de kleine of geringen)
  6. iets aan de grote klok hangen (=iets algemeen kenbaar maken)
  7. meeeten uit de grote pot van egypte (=meegenieten zonder vergoeding)
  8. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
  9. varen waar de grote mast vaart (=klakkeloos de baas volgen)

4 betekenissen bevatten `de grot`

  1. de grote vissen eten de kleine (=de grote (mensen) verdringen de kleine of geringen)
  2. tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
  3. de berg heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
  4. met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)

Het dialectenwoordenboek kent 18 spreekwoorden met `de grot`

  1. Veurns: de grooët'n ofgeev'n (=de grote jan uithangen)
  2. Bilzers: autbemmele (=aan de grote klok hangen)
  3. Bilzers: de grauten hoop (=de grote massa)
  4. Bilzers: de graute miële draeë (=de grote versnelling ronddraaien)
  5. Wommersoms: de groewete kowsh (=de grote schoonmaak)
  6. Bilzers: het graut verlof (=de grote vakantie)
  7. Munsterbilzen - Minsters: de panne vant daok aete (=de grote slokop zijn)
  8. Tilburgs: de grotste boer heej de grotste èèrepel (=het geluk is met de dommen)
  9. Westerkwartiers: 't ken beder van de stad as van 't dörp (=het kan beter van de grote hoop)
  10. Bilzers: de graute aete de kleen (=als kleine zelfstandige kan je niet op tegen de groten)
  11. Mestreechs: de kat de bel aon binde (=iets aan de grote klok hangen)
  12. Antwerps: de grote kees isuit (=het wordt donker)
  13. Helders: kermis in den helder, water in de kelder (=de week van de grote kermis regent het zo goed als altijd)
  14. Lokers: Gruuete stelen en kleine stelen, moaur de gruuete stelen tmieest (=Groten stelen en kleinen stelen, maar de groten stelen het meest)
  15. Oudenbosch: mee de groten bo-ns neerkomme (=inslaan als een bom)
  16. Hoogstraats: den duvel scheit altijd op de grote hoop (=die veel geld heeft, krijgt nog meer geld)
  17. Munsterbilzen - Minsters: nie vergaete ze jéske aon te trékke vür daste de grot èn gees (=zet hem op voordat je eraan begint)
  18. Kalforts: in Puurs de groten, en in Kalfort de kloten (=die van Puurs voelen zich beter dan de Kalfortse bevolking)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen