Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de een`

  1. De één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=Sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  2. de een rokkent wat de ander spint (=Roddelen)
  3. de een scheert schapen, de ander varkens (=Het is ongelijk verdeeld in de wereld)
  4. de een z'n dood is een ander z'n brood (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
  5. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  6. Wat de een niet lust, daar eet een ander zich dik aan. (=Smaken verschillen.)

4 betekenissen bevatten `de een`

  1. twee ruilen een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
  2. je hebt luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
  3. de rollen omkeren (=wat de een normaal doet doet de ander nu en andersom)
  4. de een z'n dood is een ander z'n brood (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `de een`

  1. Roermonds: As d'n eine sjaaj haet, haet d'n angere perfiet (=de een zijn dood is de ander zijn brood)
  2. Giethoorns: As d-iene aand de aandre waast, worden ze beiden skone. (=de een helpt de ander zonder er geld voor te vragen)
  3. Giethoorns: As d'iene haand de aandre waast, worden ze beide skone (=de een helpt de ander zonder er geld voor te vragen)
  4. Weerts: d'n eine schaertj 't schaop, d'n angere 't vêrke (=de een maakt grote, de ander maakt kleine winst)
  5. Antwerps: ieder huiske ei z'n kruiske moar veur den iënen een loeie en veur den aandere een stroeie (=ieder huisje heeft zijn kruisje maar voor de een is het van lood en voor de andere van stro)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen