Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de dijk`

  1. aan de dijk zetten (=ontslaan)
  2. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  3. geen aarde aan de dijk zetten (=niet helpen)
  4. geen zoden aan de dijk brengen/zetten (=niets bijdragen tot)
  5. iemand aan de dijk zetten (=iemand ontslaan)
  6. oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
  7. Oude paarden jaagt men aan de dijk. (=Als men de taak niet meer goed aankan, wordt men ontslagen)
  8. zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)

Het dialectenwoordenboek kent 14 spreekwoorden met `de dijk`

  1. Zeeuws: kijk een kachel op de dijk (=veulen op de dijk)
  2. Lekkerkerks: hij leg onder an de rol (=hij ligt onder aan de dijk)
  3. Westerkwartiers: dat vlotjet mooi wat aan (=dat zet zoden aan de dijk)
  4. Zeeuws: kiek kiek een kachel op den diek (=Kijk een veulen op de dijk)
  5. Flakkees: Kiek, kiek een kacheltje op du'n diek (=Kijk, kijk een veulentje op de dijk!)
  6. West-vlaams: den diek (=de dijk)
  7. Lopiks: kliko aan de dijk zetten (=vuilnis buiten zetten)
  8. Veurns: Dat is ol gin avaanse (=Dat zet geen zoden aan de dijk)
  9. Zeeuws: kiek, kiek n'kachel op den diek..! (=kijk, kijk een veulentje op de dijk)
  10. Westerkwartiers: dat snit gien holt (=dat zet geen zoden aan de dijk)
  11. Munsterbilzen - Minsters: tès ammel geen avans (=dat alles brengt geen aarde aan de dijk)
  12. Gronings: wie loopm eem onner diek laans (=we lopen even langs de dijk)
  13. Terneuzens: de minsen stingen allegoare t'hope op den diek (=de mensen stonden op een kluitje op de dijk)
  14. Lopiks: 'k ga ff de vullis (of kliko) aan de dijk zetten (=Ik ga even de vuilnis aan de weg zetten)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen