Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


60 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de be`

  1. aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm bent)
  2. aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
  3. aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen)
  4. aan de beterhand (=genezend, herstellend)
  5. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  6. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  7. brutaal als de beul (=zeer brutaal)
  8. dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol)
  9. de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
  10. de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
  11. de beest spelen/uithangen (=zich onbeschoft gedragen)
  12. de benen nemen (=er vandoor gaan)
  13. de benjamin zijn (=het lievelingetje zijn)
  14. de beren zien dansen (=Honger hebben)
  15. de berg heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
  16. de beste paarden staan op stal. (=De leukste meisjes gaan niet uit)
  17. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  18. de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
  19. de bezem uitsteken (=Doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  20. De gekken krijgen de beste kaarten (=Het geluk is met de dommen)
  21. de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
  22. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  23. De kat de bel aanbinden (=Iets al te publiekelijk ondernemen)
  24. de rechte weg is de beste (=eerlijkheid loont)
  25. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  26. Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=Als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  27. een goede beurt geven (=grondig reinigen, grondig aanpakken)
  28. een goede beurt maken (=iets heel goed doen, een goede indruk maken)
  29. ervaring is de beste leermeester (=van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste)
  30. geen spek voor de bek (=ongeschikt - iets wat men niet aankan)
  31. hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iemand))
  32. honger is de beste kok (=wanneer men honger heeft, smaakt alles goed)
  33. iemand de beurs lichten (=van iemand geld stelen/afhandig maken)
  34. iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
  35. iemand ter aarde bestellen (=iemand begraven)
  36. iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
  37. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  38. in verzekerde bewaring nemen (=opsluiten (in gevangenis))
  39. Men kan geen paard al lopende beslaan. (=Als je het werk goed wil doen, moet je er de tijd voor nemen)
  40. men mag een gegeven paard niet in de bek kijken (=men mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt)
  41. men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
  42. met beide benen op de grond staan (=een realist zijn)
  43. met de benenwagen (=te voet)
  44. met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik het ook wil, het zal niet lukken)
  45. met het verkeerde been uit bed stappen (=een slecht humeur hebben)
  46. naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
  47. niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)
  48. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  49. Onder de bezem getrouwd zijn (=Ongetrouwd samenwonen)
  50. ondervinding is de beste leermeester (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)

42 betekenissen bevatten `de be`

  1. aan de bak komen (=aan de beurt komen; een baan krijgen)
  2. berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
  3. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  4. iemands rechterhand zijn (=de belangrijkste assistent zijn)
  5. het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
  6. pap in de benen hebben (=de benen willen niet meer vooruit)
  7. het sluit als een bus (=de beredenering klopt)
  8. de rubicon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
  9. de teerling is geworpen (=de beslissing is genomen)
  10. de kogel door de kerk laten gaan (=de beslissing nemen)
  11. Het beste paard van stal. (=de beste die er bij is)
  12. primus inter pares (=de beste onder zijns gelijken)
  13. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
  14. ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  15. de harp aan de wilgen hangen (=de bezigheden stopzetten)
  16. Het hinkende paard komt er achteraan. (=de bezwaren komen achterop. Na blijdschap volgt iets minder aangenaams)
  17. zijn huiswerk maken (=de liefde bedrijven)
  18. zij hebben een te grote broek aangetrokken (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed heeft)
  19. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  20. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  21. een leugentje om bestwil (=een leugen met een goede bedoeling)
  22. belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
  23. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goederen (of personen) tussen de betere)
  24. Aardewerk is geen paardenwerk. (=Graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  25. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  26. zich het vuur uit de sloffen lopen (=heel erg de best doen)
  27. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  28. iemands voetstappen drukken (=iemands voorbeeld volgen of hetzelfde beroep gaan doen)
  29. met zijn pink manoeuvreren (=iets als de beste kunnen)
  30. de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
  31. een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: de beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
  32. De boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=Je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
  33. een Salomonsoordeel vellen (=met een heel vraagstuk een zeer wijze en goede beslissing nemen)
  34. met vlag en wimpel slagen (=met een zeer goede beoordeling slagen)
  35. nu komt de aap uit de mouw (=nu blijkt wat werkelijk de bedoeling was)
  36. het beste paard struikelt (ook) wel eens (=ook de beste maakt wel eens een fout)
  37. geen vlieg kwaad doen (=uitsluitend goede bedoelingen hebben, niemand tot last zijn)
  38. van de bovenste plank (=van de beste kwaliteit)
  39. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is)
  40. kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `de bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
  41. de hakken in het zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
  42. de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)

Het dialectenwoordenboek kent 5597 spreekwoorden met `de be`

  1. Zeeuws: de peetjes van de'n oonderkant zien hroei'n (=begraven zijn)
  2. Graauws: ge keu de'r aon angen (=u ziet maar)
  3. Vechtdals: dah deank'k weh, joa (=dat denk ik van wel, ja)
  4. Twents: lelke dearne as dien goat (=wat ben je toch ondeugend)
  5. Graauws: de'n ond is over taofel (=de hond in de pot vinden)
  6. fries: dea of de gladioolen (=dood of de gladiolen)
  7. Heerlens: dea ruukt noa de sjup (=een stervend iemand)
  8. Tiens: dea mins ai et kowed (=niet uit de voeten kunnen)
  9. Heerlens: dea zuupt wie ee moehzeloak (=iemand die veel drinkt)
  10. Fries: leaver dea as sleaf (=liever dood dan gereformeerd)
  11. Budels: dea staelt nog ne op zeult (=dat lijkt nergens op)
  12. Tiens: Dea es oup zenne zaap geweést (=Dronken thuis komen)
  13. Deinzes: Deb ze moat (=Daar zou je nu toch wel iets van krijgen, zeker?)
  14. Zeeuws: Die is nog ma net uut de'n oven gekomm'n (=Het is nog maar een beginneling, 'n jonkie)
  15. Heerlens: de milk huëre kloetsje, mèh nit weete woe 't deame hink (=de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt)
  16. Heerlens: wea laat kunt, dea it sjelg of zit sjleg (=wie laat komt, die eet slecht of zit slecht)
  17. Twents: Der bint leu dee nich van gedachtn veraandert; mer dee deankt nooit noa (=Er zijn mensen die nooit van gedachte veranderen, maar deze mensen denken dan ook nooit na)
  18. Fries: dear koe ik krek deln (=daar kon ik net langs)
  19. Heerlens: Wea inge gek trouwt um d'r drek, dea verluust d'r drek en hilt d'r gek (=Wie een gek huwt omwille van diens vermogen, verliest het vermogen, maar houdt de gek)
  20. tegels: Dôw haes eine kop als eine kloon, en dea steit dich zoë sjoen. (=Je heb een hoofd als een clown en die staat je zo goed.)
  21. Tilburgs: de koej stòn in de waaj (=de koeien staan in de wei)
  22. Bilzers: den hiemel opt'iëd (=de hemel op de aarde)
  23. Moes: vanover 't wauter (=de overkant van de Schelde)
  24. Westerkwartiers: de kugel is deur de kerk (=de beslissing is genomen)
  25. Westerkwartiers: de kuugel is deur de kerk (=de beslissing is genomen)
  26. Venloos: de parade is door de kerkstraot (=de bevalling is gelukt)
  27. Arendonks: dabben (=met de handen in de grond graven)
  28. Kloosterzandes (Klôôsters): in de knossel (=in de knoop / in de war)
  29. Flakkees: dun tras is in de welle valle (=De emmer is in de put gevallen)
  30. Gents: de katte uit d'orloge kââken (=de kat uit de boom kijken)
  31. Balens: de vogels langen (=de eieren van de vogels roven)
  32. Zottegems: 't alvend van de moand (=in de helft van de maand)
  33. Amsterdams: In de feiling nemen (=In de maling nemen, Voor de gek houden)
  34. Kaatsheuvels: de kwoi jong (=de kinderen)
  35. Ossendrechts: de slaj staot in de spien (=de jam staat in de kelder)
  36. Drents: De goede mèns lacht met 't harte, de kwaoie met de mond (=De goede mens lacht met het hart, de slechte met de mond)
  37. Brugs: Old uki de vosche molk ut de kolder (=Haal eens de verse melk uit de kelder)
  38. Waregems: ie dee ol de kapellekes van de stroate (=hij bezocht al de café's in de straat)
  39. Fries: moarns let, de hiele dei nei de kloaten (=de morgenstond heeft goud in de mond)
  40. Gronings: de griesel gait mie over de grauwe (=de rillingen lopen mij over de rug)
  41. Munsterbilzen - Minsters: hae hoch et bij et raechte eind (=de smid sloeg de nagel op de kop)
  42. Waregems: de vinke skoifelt, de mèrloan skoifelt (=de vink slaat , de merel fluit)
  43. Amsterdams: ik hep de son in de see sien sakke (=ik heb de zon in de zee zien zakken)
  44. Sallands: mit de koe noar de bolle (=met de koe naar de stier)
  45. Gronings: van de Eems in de Dollerd komen (=van de regen in de drup komen)
  46. Zeels: den isten, d'iste (=de eerste)
  47. Zeeuws: de huus drienku mee tu puukn uut de dulvu (=de kinderen drinken met de kikkers uit de sloot)
  48. Ostêns: t' zèètje t'strange (=de zee)
  49. Brakels: poepn (=de liefde bedrijven)
  50. Dordts: sloeieren (=in de goot knikkeren)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen