Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dat gaat`

  1. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  2. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  3. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  4. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)

4 betekenissen bevatten `dat gaat`

  1. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  2. dat is van de baan (=dat gaat niet door)
  3. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
  4. die molen maalt langzaam (=dat gaat traag)

Het dialectenwoordenboek kent 58 spreekwoorden met `dat gaat`

  1. Oudenbosch: da draait mee vierkaante wiele (=dat gaat bijna niet)
  2. Genneps: dat kult um nog uz (=dat gaat eens mis)
  3. Munsterbilzen - Minsters: doë geetet stöbbe (=dat gaat er stormen)
  4. Eindhovens: da ga nie (=dat gaat niet)
  5. Eindhovens: Ja ja da denkte gij! (=dat gaat niet gebeuren!)
  6. Munsterbilzen - Minsters: onder zen fiaul ! (=dat gaat niet lukken !)
  7. Twents: dat vrös oe op 'n emmer! (=dat gaat je mis!)
  8. Westerkwartiers: dat stijt op lözze schroev'm (=dat gaat misschien niet door)
  9. Munsterbilzen - Minsters: dae vlieger geet nie op (=dat gaat niet door)
  10. Roois (Sint-Oedenrode): Dè goat ie nie worren. (=dat gaat zo niet door.)
  11. Westerkwartiers: dat gijt aan een boksem aan deur (=dat gaat zonder ophouden door)
  12. Zeeuws: 't Zal an je gatje nie snêêuwen (=dat gaat daarom niet door)
  13. Hulshouts: Dieje vlieger goa ni umhoëg zelle (=Maar dat gaat zo maar niet hoor!)
  14. Tilburgs: dè schruufke in dè götje, dè löstert hil naaw. (=dat schroefje in dat gaatje, dat komt heel precies.)
  15. Westerkwartiers: dat gijt op zien elv'mderdigst (=dat gaat heel langzaam)
  16. Liths: Dè daacht ik nie! (=dat gaat niet gebeuren!)
  17. Merenaars: da got over zèn out (=dat gaat te ver)
  18. Munsterbilzen - Minsters: tzal wol bekiele (=dat gaat wel over)
  19. Mestreechs: goon, dat geit vanzèllef (=gaan, dat gaat vanzelf)
  20. Haarlems: dat gaat je geen moer / geen reet aan (=dat gaat je niks aan)
  21. Westerkwartiers: dat gijt as 'n loop'nd vuurke (=dat gaat als een lopend vuurtje)
  22. Westerkwartiers: dat gijt deur maarg en been (=dat gaat door alles heen)
  23. Volendams: dat gait deujr van euvigait tot saligait (=dat gaat eeuwig door)
  24. Bilzers: Doë hébste geen faeres mèt! (=dat gaat je niets aan!)
  25. Sint-Niklaas: da go furruit gullèk bone knopen (=dat gaat traag vooruit)
  26. Bilzers: raenger vér twelf oere blûf nie doere (=dat gaat vanzelf over)
  27. Sittards: Dat geit wie ein dampnetele fluitje (=dat gaat van een leien dakje)
  28. brabants: Des hendig (=dat gaat gemakkelijk)
  29. Hedels: Dè gaot vaneiges (=dat gaat vanzelf)
  30. Aalsmeers-kudelstaarts: van dat aggaat (=Als het om dat gaat)
  31. Liwwadders: kenne je wel fergete, juh.... (=dat gaat dus mooi niet door...)
  32. Riemsts: Doa hebste gein affaire mèt! (=dat gaat je niets aan!)
  33. Bilzers: zau geet de beloeng nie op (=dat gaat niet lukken)
  34. Bilzers: doë geeste nog vür blieje (=dat gaat u veel kosten)
  35. Geels: da goa gelak een flötje van ne ceint (=dat gaat van zelf)
  36. Brabants: da gaot as un flutje van ne cent (=dat gaat gemakkelijk)
  37. Haperts: Dè gì nie (=dat gaat niet)
  38. Mechels (BE): tgad ouver z'n haot (=dat gaat te ver)
  39. Antwerps: da veegt z'n gat zongder papier (=dat gaat vanzelf)
  40. Westerkwartiers: doar zit wel meziek ien (=dat gaat wel goedkomen)
  41. Sint-Katelijne-Waver: as eu fleuke van ne cent (=dat gaat vanzelf)
  42. Westerkwartiers: dat gijt d'r ien as 'n preek ien 'n ollerling (=dat gaat er in als koek)
  43. Opglabbeeks: det geit dich toch vörre aan diene puuper (=dat gaat je toch onwennig, vreemd overkomen)
  44. Sint-Niklaas: doar got è nog lijnen mee roûn (ruun) (=dat gaat nog slecht aflopen voor hem)
  45. Sint-Niklaas: doar godde lijnen mé roûn (=dat gaat voor u verkeerd aflopen (moeilijkheden mee krijgen))
  46. Sint-Niklaas: da gô furruit gelèk bone knoûpen (=dat schiet niet op; dat gaat slecht vooruit)
  47. Achterhoeks: Da wödt nie wat (=Dat wordt niks, dat gaat niet goed.)
  48. Munsterbilzen - Minsters: da geet bloed koste (=dat gaat een zware inspanning kosten)
  49. Westerkwartiers: da's loopjes waark (=dat gaat in de loop weg mee)
  50. Harlingers: da gaat as dikke stront deur un nauwe trechter (=dat gaat langzaam)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen