Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dat ga`

  1. dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
  2. dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  3. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  4. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  5. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  6. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)

4 betekenissen bevatten `dat ga`

  1. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  2. dat is van de baan (=dat gaat niet door)
  3. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
  4. die molen maalt langzaam (=dat gaat traag)

Het dialectenwoordenboek kent 53 spreekwoorden met `dat ga`

  1. Oudenbosch: da draait mee vierkaante wiele (=dat gaat bijna niet)
  2. Genneps: dat kult um nog uz (=dat gaat eens mis)
  3. Munsterbilzen - Minsters: doë geetet stöbbe (=dat gaat er stormen)
  4. Eindhovens: da ga nie (=dat gaat niet)
  5. Eindhovens: Ja ja da denkte gij! (=dat gaat niet gebeuren!)
  6. Munsterbilzen - Minsters: onder zen fiaul ! (=dat gaat niet lukken !)
  7. Westerkwartiers: dat gijt op zien elv'mderdigst (=dat gaat heel langzaam)
  8. Liths: Dè daacht ik nie! (=dat gaat niet gebeuren!)
  9. Merenaars: da got over zèn out (=dat gaat te ver)
  10. Munsterbilzen - Minsters: tzal wol bekiele (=dat gaat wel over)
  11. Mestreechs: goon, dat geit vanzèllef (=gaan, dat gaat vanzelf)
  12. Tilburgs: dè gomme viere (=dat gaan we vieren)
  13. Brabants: da gaot as un flutje van ne cent (=dat gaat gemakkelijk)
  14. Haperts: Dè gì nie (=dat gaat niet)
  15. Mechels (BE): tgad ouver z'n haot (=dat gaat te ver)
  16. Antwerps: da veegt z'n gat zongder papier (=dat gaat vanzelf)
  17. Westerkwartiers: doar zit wel meziek ien (=dat gaat wel goedkomen)
  18. Sint-Katelijne-Waver: as eu fleuke van ne cent (=dat gaat vanzelf)
  19. Haarlems: dat gaat je geen moer / geen reet aan (=dat gaat je niks aan)
  20. Bilzers: da gonver és gau flikke (=dat gaan we eens rap fiksen)
  21. brabants: Dè minne gai nie war? (=dat ga je toch niet menen?)
  22. Twents: dat vrös oe op 'n emmer! (=dat gaat je mis!)
  23. Westerkwartiers: dat stijt op lözze schroev'm (=dat gaat misschien niet door)
  24. Munsterbilzen - Minsters: dae vlieger geet nie op (=dat gaat niet door)
  25. Roois (Sint-Oedenrode): Dè goat ie nie worren. (=dat gaat zo niet door.)
  26. Westerkwartiers: dat gijt aan een boksem aan deur (=dat gaat zonder ophouden door)
  27. Zeeuws: 't Zal an je gatje nie snêêuwen (=dat gaat daarom niet door)
  28. Westerkwartiers: dat gijt as 'n loop'nd vuurke (=dat gaat als een lopend vuurtje)
  29. Westerkwartiers: dat gijt deur maarg en been (=dat gaat door alles heen)
  30. Volendams: dat gait deujr van euvigait tot saligait (=dat gaat eeuwig door)
  31. Bilzers: Doë hébste geen faeres mèt! (=dat gaat je niets aan!)
  32. Sint-Niklaas: da go furruit gullèk bone knopen (=dat gaat traag vooruit)
  33. Bilzers: raenger vér twelf oere blûf nie doere (=dat gaat vanzelf over)
  34. Munsterbilzen - Minsters: da geet bloed koste (=dat gaat een zware inspanning kosten)
  35. Westerkwartiers: da's loopjes waark (=dat gaat in de loop weg mee)
  36. Harlingers: da gaat as dikke stront deur un nauwe trechter (=dat gaat langzaam)
  37. Oudenbosch: da gaodover mun out eene (=dat gaat mij veel te ver)
  38. Westerkwartiers: dat gijt niet volg'ns jacobus (=dat gaat niet volgens de regels)
  39. Bilzers: dëë geeste noch vër blieë (=dat gaat nog (geld) kosten)
  40. Zeeuws: Da gaot 'n êên bakte deu (=dat gaat in één moeite door)
  41. Munsterbilzen - Minsters: dat geet waaj ne poepestront (=dat gaat als vanzelf)
  42. Bilzers: da gon ich tech nie on zen naos hange (=dat ga ik nog even geheim houden)
  43. Hulshouts: Dieje vlieger goa ni umhoëg zelle (=Maar dat gaat zo maar niet hoor!)
  44. Tilburgs: dè schruufke in dè götje, dè löstert hil naaw. (=dat schroefje in dat gaatje, dat komt heel precies.)
  45. Sittards: Dat geit wie ein dampnetele fluitje (=dat gaat van een leien dakje)
  46. Westerkwartiers: dat goan we 's goed uutpluuz'n (=dat gaan we eens goed uitzoeken)
  47. Bilzers: da gon ichteg és sjaun nie on zen naos hange (=dat ga ik je mooi niet verklappen)
  48. Westerkwartiers: doar hangt 'n duur prieskoardje aan (=dat gaat een hoop geld kosten)
  49. Westerkwartiers: dat gijt deur tot ien lengte van doag'n (=dat gaat zo nog een hele tijd door)
  50. Steins: sjrief dich dat mer ònger dien sjoon (=dat gaat niet door)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen