Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bekij`

  1. door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
  2. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  3. met een kennersblik bekijken (=met kennis van zaken beoordelen)
  4. veel bekijks hebben (=de aandacht trekken)
  5. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)

10 betekenissen bevatten `bekij`

  1. in ogenschouw nemen (=bekijken)
  2. de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
  3. het is zo lang als het breed is (=het blijft hetzelfde, hoe je het ook bekijkt)
  4. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  5. iemand met schele ogen aankijken (=iemand afgunstig bekijken)
  6. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  7. elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  8. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  9. onder de loupe nemen (=nader bekijken, aandachtig bestuderen)
  10. door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)

Het dialectenwoordenboek kent 34 spreekwoorden met `bekij`

  1. Westerkwartiers: dat trok veul bekieks (=bekijken - dat trok veel bekijks)
  2. Bergs: Ge bekekt 't mar (=Je bekijkt het maar.)
  3. Eindhovens: Ge ziet mar ! (=Je bekijkt het maar !)
  4. Bilzers: viël beziens hébbe (=veel bekijks hebben)
  5. Sallands: bekiekt maa (=bekijk het maar)
  6. Bredaas: Daggut bekikt! (=bekijk het maar!)
  7. Tongers: zen nauwsjiereghèts gon bestoje (=het voorval gaan bekijken)
  8. Giethoorns: A-j zo krek kieken ku-j gien bok olln (=het minder secuur bekijken)
  9. Westfries: Tussen dut en dat is ôk nag wat! (=bekijk het niet zo zwart-wit!)
  10. Achterhoeks: zeuk 't ow maor uut (=bekijk het maar)
  11. Gents: kus mijn uure, luup noar de fuure, ge keun mijne zak opbloaze: 't soepapken hangt er an (=bekijk het maar, doe het zelf)
  12. Oudenbosch: ge kunt opt dak gaon zitte (=je bekijkt het maar)
  13. Oudenbosch: gij kunt de pot op (=je bekijkt het maar)
  14. Alblasserdams: Borst (=bekijk het maar!)
  15. Waregems: iemand skeeëf bekijk'n (=iemand minachtend ontwijken)
  16. Kerkdriels: zò motte ut bekijke (=zo moet je het zien)
  17. Amsterdams: Ik ga mijn sokken nummeren, film achter m'n oogleden bekijken (=Ik ga slapen)
  18. Hulsters (NL): ge kun me kloate kussen (=je bekijkt het maar)
  19. Munsterbilzen - Minsters: waajset ook bezies (=hoe je het ook bekijkt)
  20. Amsterdams: hij is z'n oogleden van binne aan't bekijke (=hij slaapt)
  21. Bilzers: bekiek het dich mèr ; beziech het dich mèr (=bekijk het maar)
  22. Bilzers: trèk oêre plang! (=bekijken jullie het maar!)
  23. Waregems: iets vieznteern (=iets aandachtig bekijken)
  24. Genneps: Lèk me de tès (=bekijk het maar)
  25. Gents: ge keun mijn uure kusse (=bekijk het maar)
  26. Limburgs: sop 't dich mér op (=bekijk het je maar)
  27. Betuws: da ge nie kepot hagelt (=bekijk het maar)
  28. Westerkwartiers: 't is moar krekt hoe'st bekikst (='t is maar net hoe je het bekijkt)
  29. Westerkwartiers: doar woag ik 'n oogje aan (=dat wil ik even bekijken)
  30. Tilburgs: Kreg toch dn rambam! Schét toch un end umhoog! (=bekijk het maar, schei toch eens uit)
  31. Lopiks: kijk maar effe (=ga je gang maar / bekijk het / doe je best / doe je ding)
  32. Westerkwartiers: 'k heb 't wel bekeek'n (=bekijken - ik heb het wel bekeken)
  33. Giethoorns: wie al te krek kek,kan gien bok ollen (=Het minder secuur bekijken)
  34. Iepers: e stoat te gloarie'ogen (=iets met grote ogen bekijken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen