Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `auto`

  1. een vogel in de auto rijden (=elk geval kan overal mee leven)

2 betekenissen bevatten `auto`

  1. een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
  2. men moet geen slapende honden wakker maken (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)

Het dialectenwoordenboek kent 26 spreekwoorden met `auto`

  1. Munsterbilzen - Minsters: ze zitte mètte blètse ende sjraepe (=de autofabriek heeft er helemaal geen lak aan)
  2. Sint-Niklaas: 'k hoor de moteur van dun otto ronken (=ik hoor de motor van de autodraaien)
  3. Overpelts: nenaawenotto en nenouwenotto (=een oude auto en een nieuwe auto)
  4. Merenaars: zijnen auto in de frut raun (=auto kapot rijden)
  5. Hulsbergs: onger ènne auto gebleve (=overreden door een auto)
  6. Antwerps: nagelenbak, au wrak (=oude auto)
  7. Brabants: dieën auto rai schailijk (=die auto verbruikt veel brandstof)
  8. Sint-Niklaas: wiezen otto is da? (=van wie is die auto?)
  9. Evergems: mij'n otto is noar de knobben (=mijn auto is kapot)
  10. Urkers: un kuiertjen mit de oto (=Een rondje rijden in de auto)
  11. Arnhems: Duir hij je 'n auto! (=Pas op , daar komt een auto aan!)
  12. Brasschaats: di caar is ni van maa (=de auto is niet van mij)
  13. Bosch: wa vur unne bak hedde gij !! (=wat voor auto heb jij ?)
  14. Zottegems: ij ee een kezze gezet (=hij heeft een auto ongeluk gehad)
  15. Twents: ie miegt mie an de koar (=je plast tegen mijn auto)
  16. Brabants: Wavvurre n' woage hedde gij? (=Wat voor een auto heb jij?)
  17. Reeks: plots d'n auto efkes in de skûûr (=zet de auto even in de garage)
  18. Mols: geft em buzze (=rijd es wat sneller (met de auto))
  19. Brabants: we veur une plate kar rijde gij (=wat voor een auto rijd jij)
  20. Urkers: un kuiertjen mit de oto (=Een blokje om doen met de auto)
  21. brabants: ullie de gullie d'n ullien ok (=olie jij die van jullie ook (auto))
  22. Olens: Ha hee zennen oto peirtotal geriejen (=Hij heeft zijn auto total loss gereden)
  23. Maas en waals: Modde gij nog mee in de wagen? (=Wil je mee in de auto?)
  24. Munsterbilzen - Minsters: menen auto ès stik noë de kloete (=mijn wagen is total loss)
  25. Sint-Niklaas: è draait af zonder te pinken (zonder zènne pinker oan te zetten) (=hij draait met de auto af zonder de richtingaanwijzer aan te zetten)
  26. Liessents: Dn dieje dor die hi ne neije waoge en dor stottie al dn hullen dag nor te kieke, zu gruts dettie is (=Hij daar heeft een nieuwe auto en daar staat hij al de hele dag naar te kijken, zo trots als hij is)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen