Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


52 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ands`

  1. `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  2. aan iemands leiband (=door iemand geleid)
  3. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  4. aan iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
  5. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  6. als Hollands welvaren (=blakend van gezondheid)
  7. de handschoen opnemen (=het gevecht aangaan)
  8. de poten onder iemands stoel wegzagen (=iemands positie verzwakken)
  9. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  10. een rib(be) uit iemands lijf (=een grote uitgave)
  11. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  12. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  13. iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)
  14. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  15. iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
  16. iemands eer te na komen (=iemand beledigen - iemands naam aantasten)
  17. iemands geduld uitputten (=iemand op de zenuwen werken)
  18. iemands geheugen opfrissen (=iemand ergens aan herinneren)
  19. iemands geluid niet horen (=niet naar iemand willen luisteren)
  20. iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
  21. iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden)
  22. iemands levensdraad afsnijden (=doden)
  23. iemands licht betimmeren (=in de weg staan - het licht benemen)
  24. iemands maat niet kunnen halen (=aan iemand niet kunnen tippen)
  25. iemands naam door de slijk halen (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  26. iemands oogappel/ooilam zijn (=iemands lieveling zijn (vaak kind))
  27. iemands rechterhand zijn (=de belangrijkste assistent zijn)
  28. iemands voetstappen drukken (=iemands voorbeeld volgen of hetzelfde beroep gaan doen)
  29. iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
  30. in iemands gareel lopen (=zonder enige tegenwerping doen wat iemand je opdraagt)
  31. In iemands huid kruipen (=zich in een ander verplaatsen)
  32. in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  33. in iemands kraam te pas komen (=iets wat iemand nodig had)
  34. in iemands schaduw staan (=niet opvallen omdat iemand anders meer opvalt)
  35. in iemands schoenen staan (=het lot van iemand anders ondergaan)
  36. in iemands vaarwater zitten (=iemand hinderen of concurreren)
  37. in iemands vel steken (=het lichamelijke lot van iemand anders ondervinden)
  38. In iemands zakken zitten (=iemand plagen)
  39. in iemands zwak tasten (=iemand op een gevoelige plek raken)
  40. kolen op iemands hoofd stapelen (=iets goed doen voor een onvriendelijke persoon)
  41. met iemands woorden naar de markt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
  42. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
  43. niet brandschoon zijn (=dingen misdaan hebben)
  44. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen)
  45. onder iemands duiven schieten (=klanten van een ander overhalen om klant te worden bij jou)
  46. op iemands schouders staan (=op andermans werk voortbouwen)
  47. op iemands tenen trappen (=iemand beledigen)
  48. uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
  49. Uit iemands hand eten. (=Afhankelijk zijn.)
  50. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven. )

27 betekenissen bevatten `ands`

  1. Aan de veren kent men de vogel (=1: Aan iemands uiterlijk (verzorging / kleding) kan men zijn karakter afleiden. 2: Kinderen lijken vaak op hun ouders)
  2. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  3. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
  4. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
  5. bergafwaarts (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid, of met een bedrijf)
  6. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
  7. in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  8. iemands eer te na komen (=iemand beledigen - iemands naam aantasten)
  9. iemand warm maken (=iemands interesse opwekken)
  10. iemand ergens voor warm maken (=iemands interesse voor iets opwekken)
  11. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)
  12. zout in de wond strooien (=iemands leed verergeren)
  13. iemands oogappel/ooilam zijn (=iemands lieveling zijn (vaak kind))
  14. iemand van haver tot gort kennen (=iemands persoonlijkheid helemaal kennen)
  15. de poten onder iemands stoel wegzagen (=iemands positie verzwakken)
  16. iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
  17. het voorland zijn (=iemands toekomst zijn)
  18. iemands voetstappen drukken (=iemands voorbeeld volgen of hetzelfde beroep gaan doen)
  19. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
  20. naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
  21. Het zijn niet al ridders die sporen dragen (=Je kunt niet alleen aan iemands uiterlijk afleiden of hij ergens geschikt voor is)
  22. voor stoelen en banken praten (=maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren)
  23. het zijn niet allen koks die lange messen dragen (=niet het uiterlijk vertoon bewijst iemands vaardigheid)
  24. het zijn niet allen monniken die kappen dragen (=niet het uiterlijk vertoon bewijst iemands vaardigheid)
  25. met iemand niet willen oversteken (=niet in iemands plaats willen zijn)
  26. zo Hollands als haring met uitjes (=typisch Hollands)
  27. vast in het zadel zitten (=zeker van iemands positie zijn in een organisatie)

Het dialectenwoordenboek kent 3 spreekwoorden met `ands`

  1. Waregems: legd ui andsjies moar tuuëpe (=wees tevreden met je actuele toestand)
  2. Sint-Niklaas: zoe smijte ze de konink zèn andschoenen oûk (=als men iets naar iemand toegooit ....zegt men)
  3. Antwerps: asze de keuning z'n andschoene zoe geive zegge ze der nog arre ba (=als er materiaal naar u wordt geworpen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen