Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


77 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `an het`

  1. aan de rand van het graf staan (=bijna dood zijn)
  2. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
  3. aan gene zijde van het graf (=na de dood)
  4. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  5. aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
  6. aan het eind van zijn Latijn zijn (=uitgeput zijn)
  7. aan het klokzeel hangen (=bekend maken)
  8. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  9. aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
  10. aan het langste eind trekken (=in de voordeligste positie zijn)
  11. aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
  12. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  13. aan het lijf schieten (=haastig aantrekken (kleding))
  14. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  15. aan het roer zitten/staan (=de leiding hebben)
  16. aan het verkeerde kantoor zijn (=iemand die je niet kan helpen)
  17. aan het verstand brengen (=duidelijk maken)
  18. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  19. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
  20. bulken van het geld (=geld in overvloed hebben)
  21. dat is de aard van het beestje (=dat is typisch iets voor die persoon; zo zit hij of zij nu eenmaal in elkaar)
  22. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  23. Dat kan het paard niet trekken. (=Daar heb ik onvoldoende geld voor)
  24. de aard van het beestje (=het karakter van iemand)
  25. de bal aan het rollen brengen (=de aanzet geven)
  26. de draad van het verhaal opnemen (=het verhaal of de taak verderzetten op de plaats waar eerder gestopt was)
  27. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
  28. de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
  29. de mei van het leven (=de bloeitijd van het leven)
  30. de pen is machtiger dan het zwaard (=woorden kunnen meer teweeg brengen dan wapens)
  31. de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kunnen beginnen)
  32. De rook kan het hangerijzer niet deren (=Het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen)
  33. door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  34. een blok aan het been (=een last bij het voortgaan)
  35. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  36. een pak van het hart (=een grote opluchting)
  37. Een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
  38. een stuip krijgen van het lachen (=schaterlachen)
  39. geen droge draad aan het lijf hebben (=totaal nat geregend zijn (soms ook : door en door bezweet))
  40. geen hemd aan het lijf hebben (=naakt of erg arm zijn)
  41. geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
  42. handen aan het lijf hebben (=goed kunnen werken)
  43. het einde van het liedje (=het einde van iets goeds)
  44. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
  45. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  46. het kaf van het koren scheiden (=het waardevolle van het waardeloze scheiden)
  47. hij is aan het eind van zijn akker (=zijn geld is op)
  48. Hij laat zich de kaas niet van het brood eten. (=Opkomen voor iets.)
  49. iemand aan het lijntje hebben (=meewerken met iemand)
  50. iemand aan het touw hebben (=over iemand de macht hebben)

81 betekenissen bevatten `an het`

  1. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  2. lapsus memoriae (=aan het geheugen ontsnapt)
  3. op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden)
  4. op tui houden (=aan het lijntje houden)
  5. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  6. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  7. Bakkerskinderen eten oud brood. (=Aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  8. in het getouw (=aan het werk)
  9. in het gareel spannen (=aan het werk zetten)
  10. vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
  11. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  12. grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
  13. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  14. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  15. om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
  16. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  17. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  18. Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=Bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  19. dat moet je niet uitpoetsen/uitvlakken (=dat is ernstiger dan het lijkt)
  20. de kurk waarop de zaak drijft (=de basis (steun) van het geheel)
  21. de mei van het leven (=de bloeitijd van het leven)
  22. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
  23. op de pianist schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)
  24. het lieve leventje gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dansen)
  25. olie drijft boven (=de waarheid komt aan het licht)
  26. de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
  27. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  28. de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
  29. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  30. het zit eraan bij hem/haar (=diegene kan het betalen, er is genoeg)
  31. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  32. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  33. de knoop doorhakken (=een beslissing forceren. (Afgeleid van het verhaal van de Gordiaanse knoop))
  34. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  35. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  36. het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  37. Vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=Een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
  38. de hand aan de ploeg slaan (=flink aan het werk gaan)
  39. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
  40. zijn koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
  41. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  42. de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
  43. Het is maar hoe de kaarten vallen (=Het hangt van het lot af)
  44. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  45. aal is geen paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
  46. het kaf van het koren scheiden (=het waardevolle van het waardeloze scheiden)
  47. zich een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
  48. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  49. iemand van Pontius naar Pilatus sturen (=iemand aan het lijntje houden, altijd ergens anders naartoe sturen)
  50. een pater goedleven (=iemand die van het leven geniet)

Het dialectenwoordenboek kent 3677 spreekwoorden met `an het`

  1. Gils: ge mot er zelf aachterkommen (=je moet hetzelf ontdekken)
  2. Drents: Ien over 't mat kommen (=Iemand op heterdaad betrappen)
  3. Overijses: in tets komme (=op heterdaad betrapt)
  4. Texels: best gaan (=het gaat goed)
  5. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  6. Sint-Niklaas: 't is ont vurreten (=het is heter aan het worden)
  7. Budels: iemud op de nèst vangen (=iemand op heterdaad betrappen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: attrapieëre (=op heterdaad betrappen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: opt nès gevange (=op heterdaad betrapt)
  10. Veurns: op ze nest epakt zien (=op heterdaad betrapt zijn)
  11. betuws: krek ut ègustu (=precies hetzelfde)
  12. Munsterbilzen - Minsters: oppet nès vange (=op heterdaad betrappen)
  13. Waregems: gesleeën deur d'hitte/ overdoan van 't woarm were (=aangeslagen door het hete weer)
  14. Lopiks: Ik hetter bar wainig zin in joh (=Ik heb er niet echt veel zin in)
  15. Westerkwartiers: dat wichtje hetr snöt ien 'e kop (=dat meisje is pienter)
  16. Antwerps: hetscheufke geve (=iemand niet binnen laten)
  17. Vilvoords: tes waal vanda (=het is altijd hetzelfde)
  18. Oudenbosch: en zo gaogut ok mee (=hetzelfde is het geval met)
  19. Munsterbilzen - Minsters: minslief, laef vendaog (=heb in 't leven eerder spijt van hetgeen je NIET gedaan hebt)
  20. West-vlaams: de hetten an en (=aangeschoten zijn)
  21. Geels: hij heter zijne keis bij in geschoten (=iemand die gestorven is)
  22. Lauws: ge zi gie zekerst zot! (=Ik ben van mening dat hetgene u vertelt nonsens is.)
  23. Weerts: Gae hetj 'ne kop of dej-je de hel geblaoze hetj (=Iemand met een bezweet hoofd)
  24. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  25. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  26. Texels: De ruûf hangt deer hóóg (=Ze zijn daar arm, het is daar armoedig)
  27. Tilburgs: eush (=hetgeen u mij nu verteld verbaast mij ten zeerste)
  28. Oudenbosch: gij verbraant daore op oew ziel (=je branden aan heter dan gloeiendheet)
  29. Tilburgs: swirskaante inder (=aan beide zijden hetzelfde)
  30. Munsterbilzen - Minsters: das ene pot naot (=werkt onder hetzelfde hoedje)
  31. Ossies: hij zit te kijke es 'n hiete gelt die in 't stroi zêkt (=hij zit te kijken als een hete gelt die in het stro plast)
  32. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  33. Westerkwartiers: 't is van 't zulfde loak'n 'n pak (=het komt op hetzelfde neer)
  34. Westerkwartiers: hij is uut 't zulfde holt sneed'n (=hij is van hetzelfde soort)
  35. Aalsters: vansgeloiken (=voor jou hetzelfde)
  36. Weerts: gae hetj nog te völ haor op eure kop um mei-j te kalle (=iemand met geen ervaring)
  37. Munsterbilzen - Minsters: nen aop it geen niëtsjes aster benane te krijge zin (=je houdt je aan hetgeen je goed kent)
  38. Westerkwartiers: d'r is doar weineg varioatie (=het is daar altijd hetzelfde)
  39. Kastels: Me Sint-Jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan , en met Sint-Peter is het nog heter.)
  40. Tilburgs: krèk haorinder utzèllefde (=precies hetzelfde)
  41. Aalsters: ge hetj licht op (=je hebt een snottebel aan je neus hangen)
  42. Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur)
  43. Weerts: gae mótj uch wieëte te behelpe in eur êrremooj, ânges zeejje neet waert dejje ze hetj (=tevreden zijn met wat je hebt)
  44. Munsterbilzen - Minsters: tkümp ammel oppet zelfste daol (=het gaat om hetzelfde)
  45. Gronings: t is ain mouders goud (=het is allemaal hetzelfde)
  46. Munsterbilzen - Minsters: op hete koeële zitte (=gehaast zijn)
  47. Munsterbilzen - Minsters: hete koeële zitte (=ongeduldig zijn)
  48. Riemsts: hete sjup! (=Wat een begeerlijke Vrouw)
  49. Sint-Niklaas: op hete kolen zitten (=zeer ongeduldig zijn)
  50. Bilzers: das zjus prêl (=dat is precies hetzelfde)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen