Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `an geen`

  1. het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
  2. men kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
  3. men kan geen kaalkop bij het haar vatten (=bij de arme valt niets te rapen)
  4. men kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)
  5. men kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
  6. Men kan geen paard al lopende beslaan. (=Als je het werk goed wil doen, moet je er de tijd voor nemen)
  7. we gaan geen ijsje eten (=alles mislukt)
  8. zeeman geen man (=zeemannen zijn heel vaak van huis en daarom minder als echtgenoot geschikt)

2 betekenissen bevatten `an geen`

  1. Op twee paarden blijven rijden. (=Men kan geen keus maken)
  2. gestolen kunnen worden (=van geen belang meer zijn - niet langer nodig zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 706 spreekwoorden met `an geen`

  1. Overijses: geene noegel emme ve on a gat te krabbe (=geen bezittingen hebben)
  2. West-Vlaams: jeet een tonge van lientjes (=hij kan praten als geeneen)
  3. Bilzers: dat ès geene frang wiëd (=dat is geen cent waard)
  4. Willebroeks: nost geene kant (=aan de andere kant)
  5. Waregems: in geen'n tijd (=als de bliksem)
  6. Sint-Laureins: jis van geenen haeze gemaekt (=hij is niet vlug)
  7. Sint-Niklaas: va geenen oantrok zin (=door niemand bezocht worden en geen vrienden hebben)
  8. Bilzers: Dat trèk op geenen élger (=Dat lijkt nergens naar)
  9. Buggenhouts: hei he' geene boeilt vant werken (=een gediplomeerde luiaard)
  10. Evergems: ij ee geene noagle om an zijn gat te krabb'n (=hij heeft geen bezit)
  11. Tilburgs: hè kos nie hèrs òf geens (=hij kon geen kant meer op)
  12. Sint-Laureins: tis geenen teek (=je mag hem niet onderschatten)
  13. Tilburgs: hè liep toepertoe hèrs èn geens (=hij liep alsmaar heen en weer)
  14. Tilburgs: èlleken dag hèrs èn geens nòr Gôol (=iedere dag heen en weer naar Goirle)
  15. Bilzers: doë wiët ich geene waeg mèt (=daar kan ik niet mee uit de voeten)
  16. Rotterdams: geen haarlemmer dijkie's (=geen gezeur)
  17. Haarlems: Geen porem, geen smoel (=Geen gezicht)
  18. Diesters: malchans (=geen geluk)
  19. rotterdams: geen asem (=geen gehoor)
  20. Munsterbilzen - Minsters: geen griezel kompasse taajne (=geen greintje medelijden hebben)
  21. Zaltbommels: hedde gij geen urkes (=heb jij geen oren)
  22. Aspers: taas geen avance (=het heeft geen zin)
  23. Westerkwartiers: links legg'n loat'n (=geen aandacht aan besteden)
  24. Opglabbeeks: gein sloapende hoen wakker make (=geen argwaan wekken)
  25. Huizers: gien morrie hemmen (=geen fut hebben)
  26. Moes: giën geduren emmen (=geen geduld hebben)
  27. Amsterdams: geen regen geen rust (=gèn regen gèn ruste)
  28. Gents: schraaf op, gien sjanse (=geen geluk)
  29. Susters: dae is neet van God de Vader (=geen gemakkelijk heerschap)
  30. Veurns: gin vett'n zien (=geen interssante zaak zijn)
  31. Genks: gee nouts ès goed nouts (=geen nieuws is goed nieuws)
  32. Opglabbeeks: geine muuw aan te passe (=geen raad weten)
  33. Sint-Niklaas: gene rotten bal ein (=geen rooie duit hebben)
  34. Achterhoeks: Lieke op d`n diek blieven (=Geen schulden maken)
  35. Turnhouts: laaiachtig zen (=geen staat op kunnen maken)
  36. Waregems: ge meug wedd'n (=geen twijfel mogelijk)
  37. Brakels: giejn affirns mee èn (=geen zaken mee hebben)
  38. Turnhouts: ni scheutsig zaain (=geen zin hebben)
  39. Westerkwartiers: 't was doar mor moagertjes (=het was daar geen vetpot)
  40. Lokers: mieer volk dan mènsen (=het is geen goed publiek)
  41. Volendams: Et is nag gien zemer! (=Het is nog geen zomer!)
  42. Tilburgs: hè-me gin hèmme (=hebben we geen hemden)
  43. Zaans: Et hangt niet (=Het heeft geen haast)
  44. Brugs: t'i gin avance (=het heeft geen zin)
  45. Gents: tes gien avanse (=het heeft geen zin)
  46. Waregems: toeternietoe (=het speelt geen rol)
  47. Brugs: zun bobbiene is of (=daar zit geen fut meer in)
  48. Westerkwartiers: da's gien peuleschil (=dat is geen kleinigheid)
  49. Munsterbilzen - Minsters: das gee klee bier (=dat is geen kleinigheid)
  50. Liwwadders: dat het gien doel (=dat heeft geen nut)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen