Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek




206 betekenissen bevatten `alle`

  1. Spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=Wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
  2. het eerste gewin is kattengespin (=wie het eerste spelletje wint, verliest soms alle volgende spelletjes)
  3. iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
  4. zich met hand en tand verzetten (=zich heftig verzetten en er alles aan doen om het niet te laten doorgaan)
  5. zich iets laten aanleunen (=zich iets laten welgevallen)
  6. in de ban zijn van iets (=zo erg in iets geïnteresseerd zijn dat je aandacht alleen nog maar daarop kunt richten)

Het dialectenwoordenboek kent 287 spreekwoorden met `alle`

  1. Westerkwartiers: zij wil 't noadje van 'e kous wiet'n (=zij wil alle details weten)
  2. Bilzers: attet garnezoen jing op haus aofkump esset nen heile opstand (=het is een hele bedoening als alle kinderen tegelijk naar huis komen)
  3. Munsterbilzen - Minsters: hae hoch ze nie alle vaajf (=de duivenmelker zag ze vliegen)
  4. Westerkwartiers: die is mak ien alle zeel'n (=die voelt zich overal thuis)
  5. Astens: alle goeds kumt van bove , behaalve de erpel , die komme uit de grond ! (=gezegde :)
  6. Westerkwartiers: hij was ien alle stoat'n (=hij was door het dolle heen)
  7. Brakels: ne goeje koereur rijdt dur alle were (=niks aantrekken van maanstonden)
  8. Lovendegems: den diene hee ze nie alle vijve (=niet goed bij zijn verstand*)
  9. Aspers: hij hee ze nie alle vijve (=hij is een beetje gek)
  10. Vlijtingens: her hèt ze neej alle 5 op een reij (=hij is niet goed wijs)
  11. Lommels: ien lommel zegge ze tegen alle vogels mus, behalve een mus dé is ne sjeirepper (=In lommel zeggen ze tegen alle vogels mus, behalve tegen een mus dat is een sjierepper)
  12. Westerkwartiers: da's 'n heul rekboar begrip (=die uitleg kun je alle kanten mee uit)
  13. Munsterbilzen - Minsters: lot daaj würmpkes mër ès wërke (=denken is het begin van alle kennis)
  14. Gents: ij ee ne slag van de meulen (=hij heeft ze niet alle vijf op een rij)
  15. Westerkwartiers: 't mes snit an twee kant'n (=hij verdient aan alle kanten)
  16. Oudenbosch: keppum d n pap in z ne mond gegeve (=ik heb hem alle kans willen geven)
  17. Bilzers: alle honsgezeek (=om de haverklap)
  18. Munsterbilzen - Minsters: alle vijf-voet (=om de haverklap)
  19. Bilzers: alle kérre (=keer op keer)
  20. winterswijks: Better ene ko met 'n beste vlaai, dan 'n hele trop met 'n bult lawaai (=Beter maar een keer raak, dan alleen opschepperij)
  21. Liemers: Een ei 's gin ei, twee eiere 's 'n half ei, drie eiere 's pas 'n heel klein eitje (=Groot gebruiker van eieren alleen met Pasen.)
  22. Beerses: hij hee ze ni alle vaaef (=Hij is een beetje gek)
  23. Gelaens (Geleens): Dich höbs ze neet alle zeve (=Jij bent niet goed wijs)
  24. Westerkwartiers: niet alle holt is timmerholt (=niet iedereen is geschikt voor die taak)
  25. Westerkwartiers: alle holt is gien timmerholt (=niet elk soort hout is timmerhout)
  26. Munsterbilzen - Minsters: ich ho nie alleen mèr de wasspengskes mèr ook de brikskes en soetjaekes sjeef geslaoge (=ik had niet alleen de wasspelden maar ook de broekjes en BH'tjes gepikt)
  27. Lokers: edde de film geziene van kfret alliene (=als iemand alleen aan het eten is zonder te vragen of je ook iets wilt)
  28. Munsterbilzen - Minsters: dich hübs alleen mér zaegmael én zenne kop (=je hebt geen hersenen)
  29. Munsterbilzen - Minsters: ich slon niks aof as alleen de vliege (=ik weiger niks)
  30. Bilzers: alleen stoem minse blijve loemp (=nooit te blond om te leren)
  31. Achterhoeks: I'j mag mien wel an de boks kommen, moar alleen atte an den droad hink (=Blijf van me af)
  32. Sint-Niklaas: ei kan nog nie alleen pissen; ei is nog nat achter zèn oûren (=een jongen die vowassen wil doen...)
  33. Bilzers: de bés nie alleen op zene kop gevalle, mér ook nog blijve toekke (=je bent nog gekker dan gek)
  34. Munsterbilzen - Minsters: alle kleire van de raengerboëg (=bont en blauw)
  35. Munsterbilzen - Minsters: dae ès van alle merte taus (=dat is een gewiekste)
  36. Twents: alle proemen in 'n drek (=Het is een bende)
  37. Munsterbilzen - Minsters: dae hètse nie alle vaaif (allemaol oppen raaj) (=hij is knettergek)
  38. tervurens: rosse mergen est posse, ouvermerge sinse vauj alle rosse minse! (=rijmpje)
  39. Dunges: Zt lupt op alle dagen (=Zij moet bijna kramen)
  40. Heezers: wie ut wijf trouw om ut lijf,verliest ut lijf,mer haawt ut wijf (=als je met een mooie vrouw ,gaat het mooie er af en blijft er alleen een vrouw over)
  41. Venloos: in 't duuster sien alle katers zwart (=geen ene man is beter dan een ander)
  42. Westerkwartiers: alle woar is noar zien geld (=van goedkope waar mag je minder verwachten)
  43. Ossies: ik ha menne groete tien gestoeten aon de toffelpoet, nou is ie olling blaauw. (=Ik heb mijn teen gestoten aan de tafelpoot, nu is ie helemaal blauw. ( gaat om de klank, alleen echte Ossenaren kunnen dit goed uitspreken.))
  44. Heusdens: De boer ha 17 jung en os Merei heitte Tul os en,ooch nog Seefa en osse Jef heitte Fuin en osse Louis heitte Juul , da war fur het nie gemekklijk te maken (=de boer had 17 kinderen , allemaal jaar op jaar , 3 dochters heette Maria en werden , Tul , Mereë en Seefa genoemd, Onze Jozef heette Feun , onze Louis heete Jef en onze Henrie heette Juul, toch niet gemakkelijk he)
  45. Bilzers: al geeste op zene kop ston... (=al doe je alle moeite van de wereld, ik geef niet toe)
  46. Munsterbilzen - Minsters: raenger, raengerdrüpke, val mèr op me küpke, val mèr opte grond, raener ès gezond (kinderliedje) (=alle zegen komt van boven)
  47. Munsterbilzen - Minsters: de moes nie altijd zik zin vür baeter te wiëne (=alle zorgen verdwijnen als de zon weer gaat schijnen)
  48. Bilzers: datech naut bén getrauwd hét nie on mich gefraete, mér dat ze mich nauts hübbe gevroëg da kannech nie vergaete (=van niets spijt hebben is het begin van alle wijsheid)
  49. Aalsters: das en ronne taufel, door isj gienen iejnen hoek nimier oon (=ze niet meer alle vijf op een rijtje hebben)
  50. Venloos: alle bietjes bate, zag de begien en pisde in de zieë (=Ook kleinigheden helpen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen