Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `alléén`

  1. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  2. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  3. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  4. een ongeluk komt zelden/nooit alleen (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog meer mis)
  5. het rijk alleen hebben (=alleen baas zijn, alleen thuis zijn)
  6. Hij kan meer dan alleen brood eten. (=Verstand van zaken.)
  7. Je kunt wel alleen eten, maar niet alleen werken. (=Men moet goed voor het personeel zijn.)
  8. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  9. niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven)
  10. ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
  11. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)

27 betekenissen bevatten `alléén`

  1. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
  2. het rijk alleen hebben (=alleen baas zijn, alleen thuis zijn)
  3. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  4. Het leven is meer dan eten en drinken. (=Alleen eten en drinken vult geen leven.)
  5. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  6. de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
  7. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  8. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  9. Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft (=Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen)
  10. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  11. Heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  12. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  13. men kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  14. Twee zotten onder één kaproen (=Een gek is zelden alleen)
  15. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  16. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  17. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  18. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  19. mans genoeg zijn (=het wel alleen afkunnen)
  20. aan de schors blijven hangen (=iemand of iets alleen op het uiterlijk beoordelen)
  21. Het zijn niet al ridders die sporen dragen (=Je kunt niet alleen aan iemands uiterlijk afleiden of hij ergens geschikt voor is)
  22. niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven)
  23. praatjes vullen geen gaatjes (=met praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
  24. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
  25. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  26. van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  27. in de ban zijn van iets (=zo erg in iets geïnteresseerd zijn dat je aandacht alleen nog maar daarop kunt richten)

Het dialectenwoordenboek kent 10 spreekwoorden met `alléén`

  1. Munsterbilzen - Minsters: hae hoel aanes gene frang iëver (=de huisschilder werkte alléén maar in het zwart)
  2. Bilzers: ver nix kümp alléén de zon op (=Niets is gratis)
  3. Munsterbilzen - Minsters: ich kan de dieër toch nie alléén lotte (=ik moet thuisblijven)
  4. Munsterbilzen - Minsters: haaj mauste rooke, alléén nie autbloeëze (=roken mag, dampen niet)
  5. Munsterbilzen - Minsters: zieg mér daste gene dikke nak kraajgs (=het zijn alléén sterke benen die de weelde kunnen dragen)
  6. Munsterbilzen - Minsters: geen kat te zien, alléén mèr zand (=de dominee predikt in de woestijn)
  7. Munsterbilzen - Minsters: van watter kraajgste alléén mèr troëne èn zen ooge (=ik drink nooit water)
  8. Bilzers: aste n poos alléén wûls gelotte wiëne, doet dan den aofwas ! (=met de afwas sta je altijd alleen)
  9. Bilzers: de bès nie alléén opte werd ! (=hou ook eens rekening met mij !)
  10. Munsterbilzen - Minsters: Waaj de Ford koem, koem ook (te) viël verkeir dür Minster, nie alléén van daaj wo opte Ford wërkde mèr ook van zwaur verkeir vür den heile indestrie ronte Ford (=De Ford fabrieken bezorgden in Munster heel wat verkeersoverlast, niet alleen door de spitsuren van de Fordwerkers, maar ook door camions die naar de nieuwe industriezone trokken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen